Sectie 1, hoofdstuk 1: Borden en tekens
Verkeerslichten en wegmarkeringen uitgelegd
Verkeerslichten, knipperlichten en strepen op het wegdek vertellen je wat je moet doen. Je leest hier wat elke kleur betekent, welke lichten voor wie gelden, wie er voorgaat als tekens elkaar tegenspreken en hoe je strepen, haaientanden en voorsorteervakken leest.
In dit hoofdstuk
- Belangrijkste punten
- Rood, oranje en groen
- Pijlen in het verkeerslicht
- Knipperlichten en bruglichten
- Lichten voor fietsers, trams en bussen
- Lichten bij een overweg
- Wie wint: agent, licht, bord of regel?
- Doorgetrokken en onderbroken strepen
- Verdrijvingsvlakken en puntstukken
- Tijdelijke gele strepen
- Wat de strepen zeggen over de weg
- Haaientanden en de stopstreep
- Voetgangersoversteekplaats
- Voorsorteerstroken
- Busstrook en busbaan
- Let op op het examen
- Oefenvraag
- Borden in dit hoofdstuk
- Veelgestelde vragen
Belangrijkste punten
- Rood betekent stop. Oranje (in de wet: geel) betekent ook stop, behalve als je zo dicht bij het licht bent dat stoppen redelijkerwijs niet meer kan.
- De rangorde is: aanwijzingen van bevoegde personen, dan verkeerslichten, dan verkeersborden en tekens op het wegdek, en als laatste de verkeersregels.
- Bij een overweg blijf je wachten zolang de rode lichten knipperen, ook als de spoorbomen al omhoog zijn.
- Een doorgetrokken streep tussen rijstroken mag je niet overschrijden. Liggen er twee strepen naast elkaar, dan telt de streep aan jouw kant.
- Haaientanden betekenen voorrang verlenen. Bij een stopstreep die bij bord B7 hoort, sta je altijd helemaal stil.
- Tijdelijke gele strepen bij wegwerkzaamheden gaan voor op de witte strepen eronder.
Rood, oranje en groen
Een gewoon verkeerslicht heeft drie kleuren. Rood betekent stop. Je staat helemaal stil voor de stopstreep of voor het licht.
Oranje heet in de wet geel licht. Het betekent ook stop. Er is één uitzondering: ben je zo dicht bij het licht dat stoppen redelijkerwijs niet meer kan, dan rijd je door. Gas geven om er nog langs te glippen hoort daar niet bij. Na oranje volgt binnen een paar seconden rood.
Groen betekent dat je door mag. Maar alleen als je het kruispunt ook weer kunt verlaten. Staat het verkeer aan de overkant stil, dan blijf je staan. Een kruispunt blokkeren is verboden, ook bij groen.
Pijlen in het verkeerslicht
Brandt er een pijl in het licht, dan geldt dat licht alleen voor die richting. Een groene pijl naar rechts betekent: rechtsaf is vrij. Het verkeer dat jouw route kruist, heeft dan rood. Je hoeft in principe niemand voor te laten gaan, maar je blijft goed opletten.
Soms hangt onder het licht een bord met de tekst 'rechtsaf voor (brom)fietsers vrij'. Dan gelden rood en oranje niet voor fietsers, bromfietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig die rechtsaf gaan. Zij moeten wel het overige verkeer voor laten gaan. Voor auto's verandert er niets: bij rood wacht je.
Knipperlichten en bruglichten
Een knipperend oranje licht bij een kruispunt betekent dat de lichten niet normaal werken. Het is een waarschuwing voor een gevaarlijk punt. Je rijdt voorzichtig verder. De voorrang regelen dan de borden, of als die er niet staan de gewone regel: verkeer van rechts gaat voor.
Ook langs de weg zie je soms geel knipperende gevaarslichten. Die waarschuwen voor een gevaarlijke plek verderop. Je vermindert je snelheid en let extra goed op.
Een bruglicht is één rood licht bij een beweegbare brug. Brandt of knippert het, dan moet je stoppen. Dat geldt ook als je de brug nog niet ziet bewegen.
Lichten voor fietsers, trams en bussen
Een fietsverkeerslicht herken je aan de afbeelding van een fiets. Fietsers en snorfietsers volgen dit licht. Een bromfietser volgt het alleen als hij op een fiets/bromfietspad rijdt. Rijdt hij op de rijbaan, dan volgt hij het gewone verkeerslicht.
Tram- en buslichten hebben geen ronde gekleurde lampen maar witte streepjes of balkjes. Ze gelden voor trams en lijnbussen. Rijdt een ander voertuig op de busbaan of busstrook, bijvoorbeeld een taxi die daar mag rijden, dan volgt ook die bestuurder de tram- en buslichten. Op de gewone rijbaan volgt hij weer de gewone lichten.
Lichten bij een overweg
Bij een spoorwegovergang knipperen rode lichten als er een trein komt. Dan moet je stoppen. Blijf staan zolang de lichten knipperen, ook als de spoorbomen al omhoog gaan. Er kan nog een tweede trein aankomen.
Een wit knipperlicht betekent dat er geen trein nadert. Je mag doorrijden. Rijd de overweg alleen op als je er in één keer overheen kunt en hem helemaal vrijmaakt. Stilstaan op een overweg is verboden.
Wie wint: agent, licht, bord of regel?
Soms zeggen tekens iets anders dan de gewone regels. Dan geldt deze volgorde, van sterk naar zwak:
- Aanwijzingen van bevoegde personen, zoals de politie, de marechaussee en verkeersregelaars. Een verkeersbrigadier bij een school mag je laten stoppen.
- Verkeerslichten. Die gaan boven de borden en tekens die de voorrang regelen.
- Verkeersborden en tekens op het wegdek.
- Verkeersregels, zoals 'rechts gaat voor'.
Rijd je dus op een voorrangsweg en staat het licht op rood, dan stop je. Het licht wint van het voorrangsbord. En wijst een agent dat je door moet rijden terwijl het licht rood is, dan volg je de agent.
Een verkeersbord op een voertuig, bijvoorbeeld bij wegwerkzaamheden, volg je net zo goed op als een vast bord. Het maakt niet uit of het voertuig stilstaat of rijdt.
Voor welk deel van de weg geldt een bord?
Een verkeersbord geldt meestal voor de hele breedte van de weg. Er zijn uitzonderingen. De borden E1 (parkeerverbod), E2 (verbod stil te staan) en E3 (verbod fietsen en bromfietsen te plaatsen) gelden alleen voor de kant van de weg waar ze staan. Is een weg verdeeld in rijstroken, dan kan een bord ook voor één of meer rijstroken gelden. Dat zie je bijvoorbeeld aan onderbord L11.
Doorgetrokken en onderbroken strepen
Een doorgetrokken streep tussen rijstroken mag je niet overschrijden. Inhalen waarbij je over die streep moet, is dus verboden. Ook als je voorligger heel langzaam rijdt, wacht je tot de streep onderbroken wordt.
Een onderbroken streep mag je wel overschrijden. Is het veilig, dan mag je er overheen om in te halen.
Soms liggen een doorgetrokken en een onderbroken streep naast elkaar. Dan telt de streep die het dichtst bij jou ligt. Is die onderbroken, dan mag je erover. Is die doorgetrokken, dan niet.
Een streep langs de rand van de rijbaan, de kantstreep, valt niet onder dit verbod.
Verdrijvingsvlakken en puntstukken
Een verdrijvingsvlak is een stuk rijbaan met schuine strepen. Je mag er niet op rijden en er ook niet op stilstaan, zelfs niet even om te bellen.
Een puntstuk is een vlak op het wegdek waar wegen of rijstroken zich splitsen of samenkomen. Ook daar mag je niet op rijden.
Tijdelijke gele strepen
Bij wegwerkzaamheden liggen vaak gele strepen op de weg. Die lopen soms anders dan de witte strepen eronder. Dan volg je de gele strepen. Tijdelijke tekens op het wegdek gaan voor op de vaste tekens.
Wat de strepen zeggen over de weg
Buiten de bebouwde kom vertelt de belijning ook iets over het soort weg. Zijn zowel de kantstrepen als de asstrepen doorgetrokken, vaak met een groene vulling tussen de asstrepen, dan rijd je op een weg waar meestal 100 km per uur geldt. Fietsers en landbouwverkeer verwacht je daar niet op de rijbaan. Een bord met de maximumsnelheid blijft altijd leidend.
Haaientanden en de stopstreep
Haaientanden zijn witte driehoeken op het wegdek. Wijzen de punten naar jou, dan moet je voorrang verlenen aan alle bestuurders op de kruisende weg. Dat zijn ook fietsers en bromfietsers. Dat geldt ook als er geen bord B6 bij staat. Stoppen hoeft niet als de kruising vrij is.
Een stopstreep is een brede doorgetrokken witte streep dwars over je rijstrook. Die hoort meestal bij een STOP-bord (B7) of een verkeerslicht. Moet je stoppen, dan sta je helemaal stil vóór de streep, niet erop. Bij een STOP-bord stop je altijd, ook als er niemand aankomt.
Voetgangersoversteekplaats
Bij een voetgangersoversteekplaats, meestal een zebrapad, laat je voetgangers voorgaan die oversteken of duidelijk op het punt staan dat te doen. Dat geldt ook voor bestuurders van een gehandicaptenvoertuig.
Voorsorteerstroken
Voor een kruispunt liggen vaak rijstroken met pijlen op het wegdek. Kies op tijd de strook die past bij de richting die je op wilt. Sta je eenmaal in een voorsorteervak, dan moet je de richting van de pijl volgen. Staat er alleen een pijl rechtdoor, dan mag je daar niet rechtsaf, ook niet met je richtingaanwijzer aan.
Busstrook en busbaan
Een busstrook is een strook op de gewone rijbaan met het woord BUS of LIJNBUS op het wegdek. Een busbaan is een eigen rijbaan voor de bus, vaak gescheiden van de andere rijbaan door bijvoorbeeld een verhoging.
Staat er BUS, dan mogen lijnbussen, andere bussen en trams er rijden. Staat er LIJNBUS, dan alleen lijnbussen en trams. Soms geeft een onderbord ook andere voertuigen toestemming, bijvoorbeeld taxi's. Staat dat er niet, dan blijf je er met je auto af.
Let op op het examen
- Groen licht is geen vrijbrief. Kun je het kruispunt niet in één keer verlaten, dan rijd je het niet op.
- Spoorbomen omhoog betekent niet dat je mag rijden. Zolang de rode lichten knipperen, blijf je staan.
- Een bromfietser op de rijbaan volgt het gewone verkeerslicht, niet het fietsverkeerslicht.
- Haaientanden zijn geen stopstreep. Is de kruising vrij, dan hoef je niet te stoppen.
Oefenvraag
Kies een antwoord
Bekijk het antwoord en de uitleg
Het goede antwoord is B: Nee, de streep die het dichtst bij jou ligt is doorgetrokken.
Bij een doorgetrokken en een onderbroken streep naast elkaar kijk je naar de streep aan jouw kant. Die is hier doorgetrokken, dus je mag er niet overheen. Ook zonder tegenliggers blijft dat verboden.
Deze vraag hoort bij de les ‘Doorgetrokken en onderbroken’ in Volgas.
Zo voelt een les in Volgas. Daar komt deze vraag terug als je hem fout hebt. Probeer een les zonder te downloaden
Borden in dit hoofdstuk
-
B6, uitleg bekijken
Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg -
B7, uitleg bekijken
Stop; verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg -
E1, uitleg bekijken
Parkeerverbod -
E2, uitleg bekijken
Verbod stil te staan -
E3
Verbod fietsen en bromfietsen te plaatsen -
L11, uitleg bekijken
Verkeersbord geldt alleen voor de aangegeven rijstrook/rijstroken
Lichten en markeringen in de app
In Volgas oefen je dit hoofdstuk in 11 lessen met samen 41 vragen. Bij elke vraag krijg je uitleg.
- Rood, oranje en groen Gratis
- Pijlen en knipperend licht
- Tram, bus en fietser
- Lichten bij overwegen
- Wie wint?
- Doorgetrokken en onderbroken
- Verdrijvingsvlak en tijdelijke strepen
- Haaientanden en stopstreep
- Verdrijving en puntstukken
- Voetgangersoversteek en voorsorteervak
- Busstrook en busbaan
Wat zegt de wet?
De regels in dit hoofdstuk staan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
- Artikel 14 Een kruispunt niet blokkeren
- Artikel 15a Een overweg alleen opgaan als je hem geheel kunt vrijmaken
- Artikel 49 Voetgangers bij een voetgangersoversteekplaats voor laten gaan
- Artikel 63, 63a en 64 Verkeerstekens boven regels, tijdelijke markering en verkeerslichten boven voorrangstekens
- Artikel 65 Borden per rijstrook en borden E1, E2 en E3 voor één kant van de weg
- Artikel 68 Driekleurige verkeerslichten, pijlen, fietslichten en 'rechtsaf voor (brom)fietsers vrij'
- Artikel 70 Tram- en buslichten
- Artikel 71 en 72 Overweglichten en bruglichten
- Artikel 75 Geel knipperlicht: gevaarlijk punt
- Artikel 76 en 77 Doorgetrokken strepen, verdrijvingsvlakken en puntstukken
- Artikel 78 tot en met 81 Voorsorteerstroken, stopstreep, haaientanden en busstroken
- Artikel 82 en 84 Aanwijzingen opvolgen en de rangorde van aanwijzingen, tekens en regels
Veelgestelde vragen
Mag je door oranje rijden?
Alleen als je al zo dicht bij het licht bent dat je niet meer veilig kunt stoppen. In alle andere gevallen betekent oranje stoppen. Gas geven om er nog langs te komen, is dus niet de bedoeling.
Welke streep telt bij een dubbele streep?
De streep aan jouw kant. Is die onderbroken, dan mag je erover als het veilig kan. Is die doorgetrokken, dan mag je er niet overheen, ook niet om in te halen.
Wat is het verschil tussen haaientanden en een stopstreep?
Bij haaientanden verleen je voorrang aan bestuurders op de kruisende weg, maar stoppen hoeft niet als het vrij is. Bij een stopstreep die bij een STOP-bord hoort, sta je altijd helemaal stil, ook als er niemand aankomt.