Sectie 6, hoofdstuk 3: Je auto
Waarschuwingslampjes, spiegels en verplichte verlichting uitgelegd
Lampjes op je dashboard waarschuwen je als er iets mis is met je auto. Je leest hier wat de belangrijkste lampjes betekenen, hoe je stoel en spiegels goed instelt en welke lichten en reflectoren verplicht op je auto zitten.
In dit hoofdstuk
- Belangrijkste punten
- Rood of oranje: wat betekent een lampje?
- Motorstoring en accu
- Oliedruk, koelvloeistof en brandstof
- ABS, airbag, handrem, gordel en portier
- Zithouding en stoel
- Spiegels en dode hoek
- Verplichte verlichting
- Reflectoren, kentekenplaat en achteruitrijlicht
- Let op op het examen
- Oefenvraag
- Veelgestelde vragen
Belangrijkste punten
- Een rood lampje betekent zo snel mogelijk veilig stoppen. Oranje is een waarschuwing: voorzichtig verder en snel laten nakijken.
- Bij het oliedruklampje of het lampje van de koelvloeistof zet je de auto zo snel als het veilig kan aan de kant en zet je de motor uit.
- Brandt het ABS-lampje, dan werken je remmen meestal nog. Alleen het ABS doet het dan niet goed.
- Stel de binnenspiegel in op de hele achterruit en de buitenspiegels op zo veel mogelijk weg naast en achter je. Kijk toch altijd over je schouder.
- Verplicht zijn onder meer twee grote lichten, twee dimlichten, één mistachterlicht, één achteruitrijlicht en twee rode reflectoren achter. Mistlampen voor zijn niet verplicht.
- Alle verplichte lichten moeten goed werken, ook als je overdag rijdt.
Rood of oranje: wat betekent een lampje?
Op je dashboard gaan lampjes branden als er iets mis is met je auto. Aan de kleur zie je hoe ernstig het is:
- Rood: er is iets ernstigs. Rijd niet verder dan nodig. Stop zo snel als het veilig kan en los het probleem op.
- Oranje of een andere kleur: een waarschuwing. Meestal kun je nog voorzichtig doorrijden, maar laat het wel snel nakijken.
Motorstoring en accu
Brandt het lampje van het motormanagement, dan is er een storing in de motor. De auto rijdt vaak nog wel, maar niet altijd meer op hoge snelheid. Zet de motor niet midden op de weg uit en negeer het lampje ook niet. Rijd rustig verder met een lagere snelheid en neem zo snel mogelijk contact op met de garage.
Het accu-lampje betekent dat de dynamo de accu niet meer bijlaadt. Zet onnodige stroomverbruikers uit, zoals de stoelverwarming en de radio. Rijd daarna zo snel mogelijk naar een garage.
Werken alle lampjes nog?
Dat kun je zelf controleren, daar heb je geen garage voor nodig. Draai het contact in de eerste stand, zonder de motor te starten. Alle controlelampjes horen dan even te branden. Start je de motor, dan gaan de meeste weer uit.
Blijft een lampje bij deze test uit, laat het dan meteen vervangen. Een kapot waarschuwingslampje kan geen storing meer melden. Je mist dan belangrijke informatie en dat kan leiden tot ernstige schade aan je auto.
Oliedruk, koelvloeistof en brandstof
Het oliedruklampje is een rood noodsignaal. De oliedruk in de motor is te laag. De bewegende delen krijgen dan te weinig smering en doorrijden kan de motor ernstig beschadigen. Zet de auto zo snel als het veilig kan aan de kant en zet de motor uit. Vul daarna olie bij of bel een hulpverlener. Harder rijden om de druk te verhogen helpt niet.
Het lampje van de koelvloeistof waarschuwt dat er te weinig koelvloeistof is of dat de motor te heet wordt. De motor kan dan oververhit raken en de vloeistof kan gaan koken. Ook nu rijd je niet rustig door naar de garage. Zet de auto veilig aan de kant en zet de motor uit.
Het brandstoflampje werkt anders. Dat is een gewone waarschuwing: de tank is bijna leeg. Je kunt nog rustig naar een tankstation rijden, maar wacht niet te lang met tanken.
ABS, airbag, handrem, gordel en portier
- ABS-lampje: er is een storing in het antiblokkeersysteem. Gewoon remmen kan meestal nog, maar laat het systeem zo snel mogelijk controleren.
- Airbaglampje: er is een storing in het airbagsysteem. De airbag werkt bij een aanrijding dan misschien niet goed. Laat het controleren.
- Handremlampje: blijft het lampje branden als je optrekt, kijk dan eerst of de handrem helemaal los is. Brandt het daarna nog, dan kan er iets mis zijn met het niveau van de remvloeistof. Laat dat controleren.
- Gordellampje: iemand in de auto heeft de gordel nog niet vast. Zorg dat iedereen de gordel om heeft voor je verder rijdt. Bestuurder en passagiers moeten de gordel gebruiken die er is.
- Portierlampje: een deur is niet goed dicht. Stop op een veilige plek en sluit het portier voor je verder rijdt.
Zithouding en stoel
Een goede zithouding helpt je om de auto goed te bedienen. Ook beschermt die je beter bij een botsing.
- Afstand tot de pedalen: zet de stoel zo dat je de pedalen bedient met je benen licht gebogen. Met gestrekte benen heb je geen kracht meer. Zit je te dicht op het stuur, dan is dat gevaarlijk bij een botsing. Maar ook zo ver mogelijk naar achteren is niet goed.
- Rugleuning: stel die zo in dat je polsen op de bovenkant van het stuur kunnen rusten. Als je stuurt, blijven je armen dan licht gebogen.
- Hoofdsteun: de bovenkant van de hoofdsteun zit gelijk met de bovenkant van je hoofd. De afstand tussen je hoofd en de hoofdsteun is hooguit 4 centimeter. Zo voorkom je een whiplash bij een kop-staartbotsing. Een hoofdsteun die te laag staat, ter hoogte van je nek, beschermt je niet goed.
- Handen aan het stuur: houd het stuur vast in de stand tien voor twee of kwart voor drie. Je handen zitten aan de buitenkant van het stuur en je duimen liggen op het stuur.
Spiegels en dode hoek
Een auto die na 25 januari 2010 in gebruik is genomen, moet een buitenspiegel links, een buitenspiegel rechts en een binnenspiegel hebben.
Stel de binnenspiegel zo in dat je de hele achterruit kunt overzien. Zo zie je wat er direct achter de auto gebeurt.
Stel de buitenspiegels zo in dat je zo veel mogelijk van de weg links en rechts naast en achter de auto ziet. Van je eigen auto zie je dan maar een klein stukje. Richt ze niet naar beneden op de kantstreep. Zo houd je de dode hoeken zo klein mogelijk.
Helemaal weg is de dode hoek nooit. Ook een personenauto heeft dode hoeken, voor, achter en naast de auto. Ze zijn kleiner dan bij een vrachtwagen, maar ze zijn er wel. Kijk daarom altijd over je schouder voordat je van rijstrook wisselt of afslaat.
Voor een goed uitzicht zorg je ook voor schone ruiten en spiegels, goede verlichting en bagage die het zicht niet belemmert. Hang of plak niets op de voorruit of de zijruiten naast de bestuurder dat je uitzicht beperkt.
Verplichte verlichting
Een personenauto moet deze lichten hebben:
- twee grote lichten en twee dimlichten
- twee stadslichten
- twee achterlichten en twee remlichten
- twee richtingaanwijzers voor, twee achter en één aan elke zijkant
- alarmlichten, ook wel waarschuwingsknipperlichten
- één mistachterlicht, in het midden of aan de linkerkant
De alarmlichten, de richtingaanwijzers aan de zijkant en het mistachterlicht zijn verplicht voor auto's die na 1997 in gebruik zijn genomen.
Mistlicht aan de voorkant is niet verplicht. Het mag wel. Ook een tweede mistachterlicht mag, maar hoeft niet.
Alle verplichte lichten moeten goed werken. Dat geldt ook als je overdag rijdt. Met een kapotte verplichte lamp mag je dus ook bij daglicht niet de weg op.
Reflectoren, kentekenplaat en achteruitrijlicht
Aan de achterkant van de auto zitten verder:
- twee rode reflectoren. Witte reflectoren aan de voorkant mogen, maar zijn niet verplicht.
- verlichting van de kentekenplaat. Doe je grootlicht, dimlicht, stadslicht of mistlicht aan, dan moeten ook je achterlichten en de kentekenplaatverlichting branden.
- één achteruitrijlicht, bij auto's die na 1997 in gebruik zijn genomen. Extra achteruitrijlichten mogen.
- een derde remlicht, als de auto na 30 september 2001 in gebruik is genomen. Dat komt bij de twee gewone remlichten.
Let op op het examen
- Het ABS-lampje betekent niet dat je niet meer kunt remmen. De gewone remmen werken meestal nog.
- Bij het oliedruklampje rijd je niet eerst rustig naar huis. Je stopt zo snel als het veilig kan en zet de motor uit.
- Mistlicht aan de voorkant is niet verplicht. Eén mistachterlicht wel.
- Goed afgestelde spiegels laten de dode hoek niet verdwijnen. Over je schouder kijken blijft nodig.
Oefenvraag
Kies een antwoord
Bekijk het antwoord en de uitleg
Het goede antwoord is B: Bij het oliedruklampje stop je direct. Bij het brandstoflampje kun je nog rustig naar een tankstation rijden.
Het oliedruklampje is een rood noodsignaal. De motor krijgt dan te weinig smering en doorrijden kan hem ernstig beschadigen. Het brandstoflampje is een gewone waarschuwing: je tank is bijna leeg en je moet op tijd tanken.
Deze vraag hoort bij de les ‘Olie en koelvloeistof’ in Volgas.
Zo voelt een les in Volgas. Daar komt deze vraag terug als je hem fout hebt. Probeer een les zonder te downloaden
Dashboard en zicht in de app
In Volgas oefen je dit hoofdstuk in 7 lessen met samen 32 vragen. Bij elke vraag krijg je uitleg.
- Motor en management
- Olie en koelvloeistof
- ABS, airbag en gordel
- Zithouding en stoel
- Spiegels en dode hoek
- Verplichte verlichting
- Reflectoren en kenteken
Wat zegt de wet?
De regels in dit hoofdstuk staan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
- Artikel 32 Achterlicht en kentekenplaatverlichting branden samen met grootlicht, dimlicht, stadslicht of mistlicht
- Artikel 59 Bestuurder en passagiers gebruiken de autogordel
Veelgestelde vragen
Welk lampje op het dashboard betekent direct stoppen?
In het algemeen elk rood lampje, zoals het oliedruklampje en het lampje van de koelvloeistof. Stop zo snel als het veilig kan en zet de motor uit. Oranje lampjes zijn waarschuwingen waarbij je meestal nog voorzichtig kunt doorrijden.
Mag je overdag rijden met een kapotte koplamp?
Nee. De verplichte verlichting moet altijd goed werken, ook overdag. Laat een kapotte lamp dus zo snel mogelijk vervangen.
Is een derde remlicht verplicht?
Ja, bij auto's die na 30 september 2001 in gebruik zijn genomen. Die hebben naast de twee gewone remlichten een derde remlicht. Dat zit meestal in het midden, hoger dan de andere remlichten.
Bronnen
- Regeling voertuigen, artikel 5.2.51: verplichte lichten en reflectoren op een personenauto
- Regeling voertuigen, artikel 5.2.55: lichten moeten goed werken
- Regeling voertuigen, artikel 5.2.57: toegestane extra lichten, zoals mistlampen voor
- Regeling voertuigen, artikel 5.2.42: vrij uitzicht door voorruit en zijruiten
- Regeling voertuigen, artikel 5.2.45: verplichte spiegels op een personenauto
- Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)