Sectie 6, hoofdstuk 1: Je auto
Je auto controleren: APK, banden, ABS en lampjes
Voor je wegrijdt, moet je auto in orde zijn. Je leest hier hoe de APK werkt, wat ABS wel en niet doet, wat je onder de motorkap controleert en waar je op let bij banden en waarschuwingslampjes.
In dit hoofdstuk
Belangrijkste punten
- De APK is een verplichte keuring voor veiligheid en milieu. Jij als eigenaar zorgt dat die op tijd gebeurt, ook als de herinnering van de RDW niet aankomt.
- Een auto op diesel of lpg moet vaker naar de APK dan een auto op benzine.
- ABS voorkomt dat je wielen blokkeren, zodat je tijdens een noodstop kunt blijven sturen. Trap het rempedaal stevig in en houd het ingetrapt.
- De minimale profieldiepte is 1,6 millimeter in de hoofdgroeven, over de hele omtrek van de band.
- Meet de bandenspanning als de banden koud zijn. De juiste waarde staat in het instructieboekje of op een sticker in de auto.
- Een rood waarschuwingslampje betekent: zo snel mogelijk veilig stoppen.
Wat is de APK?
APK staat voor Algemene Periodieke Keuring. Het is een verplichte keuring van je auto. Een erkend keuringsbedrijf, vaak een garage, of de RDW kijkt of je auto veilig is en niet te veel vervuilt. Het gaat dus om verkeersveiligheid en om het milieu. De uitstoot meten is maar één onderdeel van de keuring.
Een goedkeuring zegt alleen iets over de dag van de keuring. Remmen, banden en lampen kunnen een paar weken later al versleten of kapot zijn. Je blijft dus zelf verantwoordelijk voor onderhoud en controle.
De RDW stuurt een herinnering als de APK bijna verloopt. Toch ben jij als eigenaar verantwoordelijk dat de auto op tijd gekeurd wordt. Rijd je met een auto zonder geldige APK, dan ben je als bestuurder ook in overtreding.
Hoe vaak moet je auto naar de APK?
Hoe vaak je auto gekeurd moet worden, hangt af van de brandstof en de leeftijd van de auto. Je rekent vanaf de datum van eerste toelating, die staat op het kentekenbewijs.
- Diesel of gas, zoals lpg: de eerste APK is na drie jaar. Daarna moet de auto elk jaar naar de APK.
- Benzine: de eerste APK is na vier jaar. Wordt de auto gekeurd voordat hij zeven jaar oud is, dan is de goedkeuring twee jaar geldig. Daarna moet hij elk jaar naar de APK.
- Dertig jaar of ouder: een goedkeuring is twee jaar geldig.
- Vijftig jaar of ouder: geen APK meer nodig. Voor taxi's en bussen geldt die uitzondering niet.
- Zwaarder dan 3.500 kg: zware bedrijfsauto's en zware aanhangwagens gaan één jaar na de eerste toelating voor het eerst, en daarna elk jaar.
Een aanhanger met een toegestane maximum massa tot en met 3.500 kg hoeft niet naar de APK.
Is de APK verlopen, dan mag je niet meer met de auto rijden. Doe je dat toch, dan kun je een boete krijgen. De auto mag nog wel twee maanden op de openbare weg staan, zolang je er niet mee rijdt.
ABS: wat doet het wel en niet?
ABS staat voor antiblokkeersysteem. Het voorkomt dat je wielen blokkeren als je hard remt, vooral op een glad wegdek. Omdat de wielen blijven draaien, houd je grip op de weg. Daardoor kun je tijdens een noodstop nog sturen. Dat is het grote voordeel van ABS.
ABS zorgt niet altijd voor een kortere remweg. Op losse ondergrond, zoals grind, kan de remweg met ABS juist langer zijn. Het voordeel is dat je kunt blijven sturen, niet dat je sneller stilstaat.
Maak je een noodstop, trap het rempedaal dan stevig in en houd het ingetrapt. Pompen hoeft niet, dat doet het systeem zelf. Voel je het pedaal trillen of tikken, dan is het ABS aan het werk.
Onder de motorkap
Onder de motorkap controleer je regelmatig:
- de motorolie
- de remvloeistof
- de koelvloeistof
- de ruitensproeiervloeistof
- de accu
Waar alles zit en hoe je het controleert, verschilt per auto. Kijk daarvoor eerst in het instructieboekje of serviceboekje van je eigen auto. Het niveau van de remvloeistof mag niet onder de minimumstreep staan.
Open het reservoir van de koelvloeistof nooit als de motor nog warm is. Het koelsysteem staat dan onder druk en er kan hete vloeistof naar buiten spuiten. Laat de motor eerst afkoelen.
Gebruik in de winter geen gewoon water in de ruitensproeier. Water bevriest en kan de leidingen en sproeiers beschadigen. Ruitensproeiervloeistof voor de winter bevriest niet zo snel en maakt de ruit ook beter schoon.
Bandenspanning
Zachte banden hebben meer rolweerstand. De motor moet dan harder werken, dus je verbruikt meer brandstof. De banden slijten ook sneller. De wet eist dat je banden de spanning hebben die de fabrikant voor jouw auto voorschrijft.
Die juiste spanning vind je in het instructieboekje. Meestal staat hij ook op een sticker in de deurstijl, in het portier of in de tankklep. Staat er een spanning op de zijkant van de band zelf, dan is dat de maximale waarde en niet de spanning die bij jouw auto hoort.
Meet de spanning als de banden koud zijn: voor je wegrijdt of na hooguit een paar kilometer. Tijdens het rijden worden banden warm en loopt de spanning op.
Ga je met een volgeladen auto op pad, bijvoorbeeld op vakantie met een dakkoffer? Dan hoort daar meestal een hogere spanning bij. De fabrikant geeft vaak twee waarden: één voor normale en één voor zware belading.
Profieldiepte en slijtage
Het profiel van je band voert water af tussen de band en het wegdek. Hoe minder profiel, hoe groter de kans op aquaplaning. Het water kan dan niet meer weg, je band gaat op een laagje water rijden en je verliest grip.
De wettelijke minimale profieldiepte is 1,6 millimeter. Die grens geldt in de hoofdgroeven, over de hele omtrek van de band. Het gaat dus niet om het beste stuk van de band. Zit het profiel ergens in de hoofdgroeven onder de 1,6 millimeter, dan voldoet de band niet. Een band mag ook geen bulten hebben en geen beschadigingen waarbij het karkas, het geraamte van de band, te zien is.
Boven de 1,6 millimeter is je band legaal, maar niet altijd goed. Met nog 2 millimeter profiel heb je op een nat wegdek al duidelijk minder grip. Rijd bij flinke regen dan langzamer en houd meer afstand.
Slijt een band ongelijk, dan is de bandenspanning vaak niet goed of is de uitlijning van de wielen niet in orde. Laat dat nakijken bij de garage.
Een band verwisselen
Het is verstandig om zelf een band te kunnen verwisselen. Oefen het een paar keer op een rustig moment. Dan sta je bij pech in het donker of met slecht weer niet voor verrassingen.
Krijg je een lekke band op de snelweg, zet de auto dan op de vluchtstrook. Die mag je alleen in noodgevallen gebruiken, zoals bij pech. Zorg eerst dat je zichtbaar en veilig bent: alarmlichten aan, veiligheidshesje aan en iedereen achter de vangrail. Op de snelweg verwissel je liever niet zelf een band. Laat pechhulp komen.
Verwissel je de band wel zelf, houd dan deze volgorde aan:
- Draai de wielbouten een slag los terwijl de auto nog op de grond staat.
- Krik de auto op.
- Draai de bouten eruit en wissel het wiel.
- Draai de bouten weer aan.
- Laat de auto zakken en zet de bouten strak als het wiel op de grond staat.
Een thuiskomer of noodband is geen volwaardig reservewiel. Hij is smaller en alleen bedoeld om naar een garage te rijden. Er geldt meestal een lagere maximumsnelheid, vaak 80 km per uur.
Waarschuwingslampjes
Als vuistregel geldt: een rood lampje betekent dat je zo snel mogelijk veilig stopt. Een oranje lampje is een waarschuwing. Meestal kun je dan nog voorzichtig doorrijden, maar je laat het wel snel nakijken.
- Het oliedruklampje is rood. Stop zo snel als het veilig kan en zet de motor uit. Blijven rijden kan de motor kapotmaken. Controleer het oliepeil en vul bij of schakel hulp in. Harder rijden helpt niet.
- Springt het temperatuurlampje van de koelvloeistof op rood, dan kan de motor oververhit raken. Stop veilig en zet de motor uit. Doe de motorkap niet meteen open om te kijken. Controleer het reservoir pas als alles is afgekoeld.
- Brandt het ABS-lampje, dan is er een storing in het ABS. De gewone remmen werken meestal nog. Rijd voorzichtig naar de garage.
Wil je weten of alle lampjes nog werken? Zet het contact aan zonder de motor te starten. Alle controlelampjes horen dan kort te branden. Blijft er één uit, dan is dat lampje kapot. Het kan dan later geen storing meer melden.
Banden en veiligheid
Goede banden zijn een wettelijke eis aan je auto, net als goed werkende remmen en een goede stuurinrichting.
Winterbanden geven vooral voordeel bij temperaturen onder ongeveer 7 graden. Het rubber blijft dan soepeler dan dat van zomerbanden. Daardoor heb je meer grip, ook op een natte of droge weg zonder sneeuw.
Meng geen zomer- en winterbanden, bijvoorbeeld twee winterbanden voor en twee zomerbanden achter. De auto reageert dan onvoorspelbaar in bochten en bij het remmen. Zet daarom vier dezelfde banden onder je auto. Op één as moeten de banden volgens de wet in elk geval dezelfde maat hebben, behalve als je een noodwiel of reservewiel gebruikt.
Trekt je auto bij het remmen steeds naar één kant? Dan is er meestal een verschil in grip of remkracht tussen links en rechts. Laat dat meteen controleren, want je remweg en je koers worden onvoorspelbaar.
Let op op het examen
- Een goedgekeurde APK zegt niets over de tijd daarna. Onderhoud en zelf controleren blijven nodig.
- ABS geeft niet altijd een kortere remweg. Op grind of een andere losse ondergrond kan die zelfs langer zijn.
- Bij een noodstop met ABS pomp je niet op het rempedaal. Je trapt stevig in en houdt vast.
- Staat er een spanning op de zijkant van de band, dan is dat de maximale waarde. De juiste spanning voor jouw auto staat in het instructieboekje of op de sticker.
Oefenvraag
Kies een antwoord
Bekijk het antwoord en de uitleg
Het goede antwoord is B: Je trapt het rempedaal stevig in en houdt het ingetrapt.
Met ABS trap je het rempedaal stevig in en laat je het niet los. Het systeem zorgt zelf dat de wielen niet blokkeren. Voel je het pedaal trillen, dan werkt het ABS. Zelf pompen is niet nodig.
Deze vraag hoort bij de les ‘ABS’ in Volgas.
Zo voelt een les in Volgas. Daar komt deze vraag terug als je hem fout hebt. Probeer een les zonder te downloaden
Auto controleren in de app
In Volgas oefen je dit hoofdstuk in 9 lessen met samen 39 vragen. Bij elke vraag krijg je uitleg.
- APK basis
- APK geldigheid
- ABS
- Onder de motorkap
- Bandenspanning
- Profiel en slijtage
- Band verwisselen
- Waarschuwingslampjes
- Banden en veiligheid
Wat zegt de wet?
De regels in dit hoofdstuk staan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
- Artikel 43 De vluchtstrook alleen in noodgevallen gebruiken
Veelgestelde vragen
Hoe vaak moet een auto naar de APK?
Dat hangt af van de brandstof en de leeftijd. Een auto op diesel of gas gaat na drie jaar voor het eerst en daarna elk jaar. Een auto op benzine gaat na vier jaar voor het eerst. Is hij bij de keuring nog geen zeven jaar oud, dan is de goedkeuring twee jaar geldig. Daarna moet hij elk jaar naar de APK.
Hoeveel profiel moet er minimaal op je banden zitten?
Minstens 1,6 millimeter in de hoofdgroeven, over de hele omtrek van de band. Dat is de wettelijke grens. Op een nat wegdek heb je al eerder duidelijk minder grip, dus wacht niet tot het laatste moment met nieuwe banden.
Hoe hard mag je rijden op een thuiskomer?
Een thuiskomer is smaller dan een gewone band en alleen bedoeld om rustig naar een garage te rijden. Er geldt meestal een lagere maximumsnelheid, vaak 80 km per uur. Kijk in het instructieboekje wat voor jouw auto geldt.
Bronnen
- Wegenverkeerswet 1994, artikel 72: verplicht keuringsbewijs en wie aansprakelijk is
- Besluit voertuigen, artikel 4, 5 en 8: wanneer de APK-plicht begint en wie is vrijgesteld
- Besluit voertuigen, artikel 11: twee maanden op de weg staan na het verlopen van de APK
- Besluit voertuigen, artikel 16: hoe lang een APK-goedkeuring geldig is
- Regeling voertuigen, artikel 5.2.27: eisen aan de banden van personenauto's
- Regeling voertuigen, artikel 5.2.32: remvloeistof in het reservoir
- Regeling voertuigen, artikel 5.2.38: bedrijfsrem, geen uitbreken door verschil in remwerking
- Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)