Sectie 8, hoofdstuk 2: Slim en bewust
Alcohol, drugs, medicijnen en vermoeidheid in het verkeer
Alcohol, drugs, medicijnen en vermoeidheid maken je een minder goede bestuurder. Je leest hier welke grenzen de wet stelt, hoe lang alcohol in je bloed blijft, waar je op let bij medicijnen, wat de politie mag bij een controle en wat je doet als je moe wordt.
In dit hoofdstuk
Belangrijkste punten
- Ervaren bestuurders mogen maximaal 0,5 promille alcohol in hun bloed hebben, of 220 microgram per liter uitgeademde lucht. Voor beginnende bestuurders is dat 0,2 promille, of 88 microgram.
- Alleen tijd maakt je weer nuchter. Koffie, eten of een koude douche versnellen de afbraak van alcohol niet.
- Rijden is verboden als een stof je rijvaardigheid zo vermindert dat je niet goed kunt rijden. Dat geldt voor alcohol, drugs en medicijnen.
- Gebruik je drugs samen met alcohol of met andere drugs, dan gelden lagere grenzen. Voor alcohol is dat dan 0,2 promille, ook voor ervaren bestuurders.
- Een gele sticker op een medicijnverpakking waarschuwt dat het middel je rijvaardigheid kan beïnvloeden. Lees ook altijd de bijsluiter.
- Word je moe tijdens het rijden, stop dan op een veilige plek en neem pauze. Een open raam of harde muziek helpt maar even.
Wat alcohol met je rijden doet
Alcohol maakt je een minder goede bestuurder, ook als je dat zelf niet merkt. Dit gebeurt er:
- Je ziet minder. Je gezichtsveld wordt smaller. Dat heet tunnelvisie. Een fietser die van opzij komt, zie je later of helemaal niet.
- Je reageert trager. Je hebt meer tijd nodig om te remmen of uit te wijken. Je stopafstand wordt daardoor groter.
- Je overschat jezelf. Je voelt je zekerder en gaat roekelozer rijden, terwijl je juist slechter rijdt.
De alcoholgrenzen
De wet noemt twee grenzen. Welke voor jou geldt, hangt af van hoe lang je je rijbewijs hebt.
| In je bloed | In je adem | |
|---|---|---|
| Ervaren bestuurder | 0,5 promille | 220 microgram per liter uitgeademde lucht |
| Beginnend bestuurder | 0,2 promille | 88 microgram per liter uitgeademde lucht |
Je bent beginnend bestuurder in de eerste vijf jaar na je eerste rijbewijs. Kreeg je als eerste een rijbewijs AM (bromfiets) of T (trekker) al voor je 18e, dan ben je zeven jaar beginner. Rijd je zonder rijbewijs, dan geldt voor jou ook de grens van 0,2 promille.
Hoeveel glazen is dat?
De wet telt geen glazen, maar het alcoholgehalte. Een standaardglas bier, wijn of sterke drank bevat ongeveer evenveel alcohol. Hoeveel glazen je nodig hebt om een grens te halen, verschilt per persoon. Twee glazen kunnen al genoeg zijn om rond de 0,5 promille uit te komen. Voor een beginner kan één glas al te veel zijn.
Hetzelfde aantal glazen geeft niet bij iedereen hetzelfde promillage. Dat hangt onder meer af van:
- je gewicht;
- je gezondheid;
- of je een man of een vrouw bent;
- hoe snel je hebt gedronken.
Wie minder weegt, heeft na hetzelfde aantal glazen vaak een hoger promillage. Bij vrouwen is het promillage vaak ook hoger dan bij mannen. En voel je je nuchter? Dat zegt niets over wat er in je bloed zit.
Hoe lang blijft alcohol in je bloed?
Je lichaam heeft voor één glas ongeveer anderhalf tot twee uur nodig om de alcohol af te breken. Dat tempo ligt vast. Je kunt het niet versnellen met koffie, eten, frisse lucht of een koude douche. Die maken je hooguit wat wakkerder.
Eten vertraagt de opname van alcohol een beetje. Maar de alcohol komt uiteindelijk toch in je bloed, en je wordt er niet sneller nuchter van.
Heb je veel gedronken, dan ben je de volgende ochtend dus niet vanzelf nuchter. Na tien glazen duurt het al snel vijftien uur of langer voordat alle alcohol weg is. Heb je om 22.00 uur tien glazen bier op, dan zit er om 9.00 uur 's ochtends nog alcohol in je bloed.
Drugs
Het is verboden te rijden onder invloed van een stof waarvan je weet of kunt weten dat die je rijvaardigheid kan verminderen. Is die invloed zo groot dat je niet goed kunt rijden, dan overtreed je de wet. Dat geldt voor alcohol, maar ook voor drugs en medicijnen.
Voor een aantal drugs staan daarnaast vaste grenswaarden in de wet. Het gaat onder meer om cannabis, cocaïne, amfetamine, MDMA, heroïne en GHB. Zit je daarboven, dan is rijden verboden, ook als je zelf denkt dat je nog goed kunt rijden.
Drugs hebben vergelijkbare effecten als alcohol:
- je verliest je evenwicht of wordt duizelig;
- je krijgt tunnelvisie;
- je reageert trager;
- je overschat jezelf.
Alcohol en drugs samen
Alcohol en drugs versterken elkaar. Je reactievermogen, waarneming en evenwicht gaan dan sneller achteruit dan bij één middel.
Daarom zijn de grenzen dan ook lager. Gebruik je drugs samen met andere drugs of met alcohol, dan geldt voor elke stof een lagere grenswaarde. Voor alcohol is die grens dan 0,2 promille. Dat geldt ook als je al jaren je rijbewijs hebt.
Medicijnen
Ook medicijnen kunnen je rijvaardigheid verminderen. Het effect van sommige middelen lijkt op dat van alcohol: je reageert trager, bent minder alert en kunt situaties slechter inschatten.
Een gele sticker op de verpakking waarschuwt dat een medicijn je rijvaardigheid kan beïnvloeden. Denk niet alleen aan slaap- en kalmeringsmiddelen. Ook bijvoorbeeld oogdruppels of middelen tegen hoge bloeddruk kunnen invloed hebben. Lees daarom altijd de bijsluiter.
Let ook op middelen die je zonder recept koopt. Die kunnen bijwerkingen hebben zoals duizeligheid of dubbelzien, ook als er geen gele sticker op zit. Merk je dat een middel invloed heeft op hoe je je voelt of reageert? Laat de auto dan staan tot het effect weg is. Twijfel je, vraag het dan aan je arts of apotheker.
Een controle door de politie
De politie mag je laten stoppen voor een controle. Je bent verplicht mee te werken aan:
- een blaastest voor alcohol;
- een speekseltest voor drugs;
- een test waarbij de politie let op je bewegingen, je ogen en je spraak.
Alleen als blazen om bijzondere medische redenen niet verstandig is voor jou, hoef je het ademonderzoek niet te doen. De politie kan dan een bloedonderzoek laten doen. Andere redenen tellen niet. Ook niet als je zeker weet dat je niets hebt gedronken.
Rijverbod en rijbewijs inleveren
Vindt de politie dat je door alcohol, drugs of medicijnen niet goed kunt rijden, dan kan zij je een rijverbod opleggen. Dat duurt zo lang als de invloed naar verwachting duurt, met een maximum van 24 uur. Een rijverbod geldt voor elk voertuig, dus ook voor je fiets.
Bij een hoog alcoholgehalte moet je je rijbewijs meteen inleveren. Voor beginners is dat boven 0,8 promille, voor ervaren bestuurders boven 1,3 promille. Dat geldt ook als je weigert mee te werken aan het ademonderzoek.
Rijden onder invloed is strafbaar. De rechter kan je als straf ook een rijontzegging geven. Dan mag je een tijd geen motorrijtuigen besturen. Rijd je vaker onder invloed, dan kun je je rijbewijs kwijtraken.
Vermoeidheid
Vermoeidheid wordt vaak onderschat, maar ook moe zijn maakt je een minder goede bestuurder. Je waarneming wordt minder, je bent minder alert en je reageert trager. Daardoor wordt je stopafstand groter en overvalt een plotselinge situatie je sneller.
Signalen van vermoeidheid
Let op deze signalen:
- je gaapt veel;
- je knippert vaak met je ogen of je ogen vallen bijna dicht;
- je hebt moeite om recht op je rijstrook te blijven;
- je weet stukken van de rit niet meer.
Kun je je hele stukken snelweg niet meer herinneren? Dan ben je ernstig vermoeid. Stop dan zo snel mogelijk op een veilige plek.
Wat doe je als je moe bent?
Ben je al moe voordat je vertrekt, ga dan niet rijden. Vermoeidheid voorkomen begint met uitgerust op weg gaan.
Word je onderweg moe, stop dan op een veilige plek, zoals een parkeerplaats of een tankstation. Neem pauze of doe een kort dutje. Op een lange rit helpt het ook om op tijd te pauzeren en van bestuurder te wisselen.
Een raam open, harde muziek of hard meezingen houden je hooguit een paar minuten wakker. Harder rijden om er sneller te zijn, maakt het alleen maar gevaarlijker.
Let op op het examen
- Je nuchter voelen zegt niets over je promillage. Hetzelfde aantal glazen kan bij de een tot een hoger promillage leiden dan bij de ander.
- Na een avond veel drinken kun je de volgende ochtend nog onder invloed zijn. Je lichaam heeft voor één glas ongeveer anderhalf tot twee uur nodig.
- Een blaastest weigeren omdat je zeker weet dat je niets hebt gedronken, mag niet. Alleen om bijzondere medische redenen hoef je niet te blazen.
- Ook een medicijn zonder recept of zonder gele sticker kan je rijvaardigheid verminderen, bijvoorbeeld door duizeligheid of dubbelzien.
Oefenvraag
Kies een antwoord
Bekijk het antwoord en de uitleg
Het goede antwoord is B: Tijd. Je lichaam breekt de alcohol in een vast tempo af.
Alleen tijd helpt. Je lever breekt alcohol in een vast tempo af, en dat kun je niet versnellen. Koffie, eten of een douche maken je misschien wat wakkerder, maar het alcoholgehalte in je bloed daalt er niet sneller door.
Deze vraag hoort bij de les ‘Alcohol in je bloed’ in Volgas.
Zo voelt een les in Volgas. Daar komt deze vraag terug als je hem fout hebt. Probeer een les zonder te downloaden
Alcohol, drugs en vermoeidheid in de app
In Volgas oefen je dit hoofdstuk in 8 lessen met samen 32 vragen. Bij elke vraag krijg je uitleg.
- Alcoholgrenzen
- Alcohol in je bloed
- Wat beïnvloedt afbraak
- Effect op je rijden
- Drugs in het verkeer
- Medicijnen en rijden
- Vermoeidheid herkennen
- Wat je moet doen
Wat zegt de wet?
De regels in dit hoofdstuk staan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
- Wegenverkeerswet 1994, artikel 8 Rijden onder invloed, alcoholgrenzen en grenswaarden voor drugs
- Wegenverkeerswet 1994, artikel 160 Meewerken aan een blaastest, speekseltest of test van je bewegingen, ogen en spraak
- Wegenverkeerswet 1994, artikel 162 Rijverbod van maximaal 24 uur
- Wegenverkeerswet 1994, artikel 163 Ademonderzoek en bloedonderzoek
- Wegenverkeerswet 1994, artikel 164 Rijbewijs direct inleveren bij een hoog alcoholgehalte of als je weigert te blazen
- Wegenverkeerswet 1994, artikel 179 Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen
- Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, artikel 2 en 3 Drugs met een grenswaarde en lagere grenzen bij gecombineerd gebruik
Veelgestelde vragen
Hoeveel glazen mag je drinken als je nog moet rijden?
De wet noemt geen aantal glazen, maar een alcoholgehalte. Voor ervaren bestuurders is dat 0,5 promille, voor beginners 0,2 promille. Hoeveel glazen dat zijn, verschilt per persoon. Voor een beginner kan één glas al te veel zijn. Niet drinken is de enige zekere keuze.
Hoe lang na het drinken mag je weer rijden?
Dat hangt af van hoeveel je hebt gedronken. Je lichaam heeft voor één glas ongeveer anderhalf tot twee uur nodig. Na veel glazen kan er de volgende ochtend dus nog alcohol in je bloed zitten. Sneller nuchter worden kan niet.
Mag je autorijden als je medicijnen gebruikt?
Dat hangt af van het middel en van hoe het bij jou werkt. Rijden is verboden als een middel je rijvaardigheid zo vermindert dat je niet goed kunt rijden. Let op een gele sticker, lees de bijsluiter en vraag het bij twijfel aan je arts of apotheker.