In dit hoofdstuk
  1. Belangrijkste punten
  2. Waarom slecht weer extra aandacht vraagt
  3. Rijden in de regen
  4. Plassen en aquaplaning
  5. Rijden in mist
  6. Rijden in sneeuw
  7. IJzel en een glad wegdek
  8. Winterbanden
  9. Let op op het examen
  10. Oefenvraag
  11. Borden in dit hoofdstuk
  12. Veelgestelde vragen

Belangrijkste punten

  • Op een nat of glad wegdek is je remweg langer. Pas je snelheid en volgafstand aan, zodat je kunt stoppen binnen de afstand die je overziet.
  • Na een lange droge periode is de eerste regenbui extra glad. Rubber- en olieresten vormen met het water een gladde laag.
  • Bij aquaplaning rem je niet hard. Haal rustig je voet van het gas, houd het stuur recht en wacht tot je banden weer grip hebben.
  • Mistvoorlicht mag bij mist, sneeuwval of regen die het zicht ernstig belemmert. Het mistachterlicht mag alleen bij mist of sneeuwval met zicht onder de 50 meter.
  • Maak voor je wegrijdt je ramen, spiegels, lampen en ook het dak vrij van sneeuw.
  • Winterbanden hebben zachter rubber en een profiel met veel lamellen. Bij kou, onder ongeveer 7 graden, geven ze meer grip dan zomerbanden.

Waarom slecht weer extra aandacht vraagt

Bij slecht weer veranderen twee dingen tegelijk. Je ziet minder ver, en je banden hebben minder grip. Je remweg wordt dus langer, terwijl je gevaar later ziet aankomen.

De regel blijft altijd dezelfde: je moet je auto kunnen stoppen binnen de afstand die je kunt overzien en die vrij is. Zie je minder of is de weg glad, dan rijd je dus langzamer en houd je meer afstand.

Rijden in de regen

Een nat wegdek heeft minder grip dan een droog wegdek. Je remweg en je stopafstand worden daardoor groter. Pas daarom je snelheid én je volgafstand aan.

De eerste regenbui is extra glad

Heeft het lang droog weer gehad? Dan liggen er rubber- en olieresten op de weg. Bij de eerste regenbui mengen die zich met het water. Het wegdek wordt dan extra glad. Rijd in zo'n bui nog rustiger dan je in de regen al doet.

Verlichting bij regen

Belemmert de regen het zicht ernstig, dan voer je overdag dimlicht. Alleen stadslicht is dan niet genoeg. Ook bij lichtere regen is dimlicht verstandig, omdat anderen je dan beter zien.

Bij zware regen mag je ook je mistvoorlicht aanzetten. In dat geval hoeft je dimlicht niet aan.

Het mistachterlicht blijft uit bij regen, ook bij een zware bui. Dat felle rode licht verblindt de bestuurders achter je.

Groot licht gebruik je bij regen niet om beter te zien. Overdag mag groot licht sowieso niet. En in het donker kaatst de regen het licht terug.

Plassen en aquaplaning

Bij aquaplaning komt er een laagje water tussen je banden en het wegdek. Je banden drijven dan op het water en raken het wegdek niet meer. Sturen en remmen werken op dat moment nauwelijks.

De kans op aquaplaning is groter:

  • als je hard rijdt;
  • in diepe plassen, zoals in de sporen die vrachtwagens in de weg hebben gereden;
  • met brede banden, omdat die meer water moeten wegdrukken;
  • als je banden weinig profiel hebben, omdat het water dan niet goed weg kan.

Zie je plassen in de sporen van je rijstrook? Rijd dan, als dat veilig kan, net naast de diepste plassen. Kan dat niet, verlaag dan je snelheid.

Wat doe je bij aquaplaning?

Rem niet hard. Je auto kan dan gaan slippen. Haal rustig je voet van het gas, houd je stuur recht en wacht tot je banden weer grip hebben.

Rijden in mist

In mist zie je andere weggebruikers pas laat. Pas je snelheid aan, zodat je op tijd kunt stoppen. Houd ook meer afstand dan de gewone twee seconden. Een vuistregel is minstens drie seconden.

Rijd niet dicht achter je voorligger om zijn achterlichten te kunnen volgen. Een korte afstand met een hoge snelheid is in mist levensgevaarlijk. Zo ontstaan kettingbotsingen. Gebruik liever de belijning als leidraad, vooral de kantstreep. Zo blijf je op je rijstrook, ook als er geen andere auto's in de buurt zijn.

Inhalen doe je alleen als je ver genoeg vrij zicht hebt om de inhaalactie veilig af te maken. In mist is dat vaak niet zo. Twijfel je, haal dan niet in.

Verlichting bij mist

  • Dimlicht. Dat voer je 's nachts, en overdag als mist het zicht ernstig belemmert.
  • Mistvoorlicht. Dat mag bij mist, sneeuwval of regen die het zicht ernstig belemmert. De wet noemt geen vaste afstand. Als vuistregel wordt vaak zicht van ongeveer 200 meter of minder aangehouden. Voer je mistvoorlicht, dan hoeft je dimlicht niet aan. In mist kan dimlicht je zelfs verblinden, doordat het licht terugkaatst.
  • Mistachterlicht. Dat mag alleen bij mist of sneeuwval als je minder dan 50 meter ver kunt kijken. Wordt het zicht beter, dan zet je het weer uit.
  • Groot licht. Dat helpt niet. De mist kaatst het licht terug, waardoor je juist minder ziet.

Rijden in sneeuw

Je auto sneeuwvrij maken

Voordat je wegrijdt, maak je je auto helemaal vrij van sneeuw:

  • alle ramen, dus niet alleen de voorruit;
  • je spiegels;
  • je lampen, zodat je goed ziet en anderen jou zien;
  • het dak.

Sneeuw op het dak kan bij het remmen over je voorruit schuiven. Ook kan het van je auto afwaaien op het verkeer achter je. Dat is gevaarlijk.

Klop ook je schoenen af voordat je instapt. Met sneeuw onder je zolen kun je van het rempedaal of koppelingspedaal afglijden.

Rustig rijden

In sneeuw is je remweg veel langer. Een rustige, aangepaste snelheid is het belangrijkste. Geef rustig gas, rem voorzichtig en stuur zonder schokken.

IJzel en een glad wegdek

Op ijzel heb je bijna geen grip. Je remweg is dan veel langer dan op een droge weg.

In een bocht verlies je op een glad wegdek snel je grip als je remt of hard stuurt. Minder daarom al vaart voor de bocht. Stuur in de bocht rustig en vloeiend. Rem niet in de bocht en geef er ook geen extra gas.

Let op de waarschuwingsborden. Bord J20 waarschuwt voor slipgevaar. Bord J36 waarschuwt voor ijzel of sneeuw. Bord J35 waarschuwt voor slecht zicht door sneeuw, regen of mist.

Sneeuwkettingen

Sneeuwkettingen zetten zich vast in de sneeuw of op het ijs en geven zo extra grip. In bergachtige gebieden in het buitenland, bijvoorbeeld in skigebieden, kunnen ze verplicht zijn. Je legt ze dan om de aangedreven wielen. Op een weg zonder sneeuw of ijs rijd je er niet mee.

Winterbanden

Winterbanden verschillen op twee punten van zomerbanden:

  • Zachter rubber. Dat blijft soepel als het koud is.
  • Een ander profiel. Met veel kleine insnijdingen, lamellen, die zich vastbijten in sneeuw en ijs.

Bij temperaturen onder ongeveer 7 graden wordt het rubber van een zomerband harder en neemt de grip af. Winterbanden geven dan meer grip. Op een glad, ijzig of besneeuwd wegdek heb je met winterbanden een kortere remweg en ligt je auto stabieler in bochten.

In de zomer rijd je niet op winterbanden. Het zachte rubber slijt bij warm weer veel sneller. In Nederland zijn winterbanden niet verplicht.

Een winterband herkennen

Een winterband herken je aan het sneeuwvloksymbool op de zijkant van de band, de flank. Het staat niet op het loopvlak, want daar zou het wegslijten. Het symbool laat zien dat de band is getest voor winterse omstandigheden.

Staat er alleen M+S op de band, dan zegt dat minder. Een fabrikant mag die letters er zelf op zetten, zonder dat de band op winterprestaties is getest. De kleur van het rubber of het merk van je auto zegt niets over het soort band.

Let op op het examen

  • Het mistachterlicht blijft uit bij regen, ook bij een zware bui. Het felle rode licht verblindt de bestuurders achter je.
  • Dicht achter je voorligger rijden om zijn achterlichten te volgen, is in mist juist gevaarlijk. Gebruik de kantstreep als leidraad en houd meer afstand.
  • Groot licht helpt niet in mist. Het licht kaatst terug, waardoor je zelf minder ziet.
  • M+S op een band betekent niet dat de band op winterse omstandigheden is getest. Een winterband herken je aan het sneeuwvloksymbool op de zijkant.

Oefenvraag

Kies een antwoord

Het heeft weken droog weer gehad en nu begint het te regenen. Wat gebeurt er met het wegdek?
Bekijk het antwoord en de uitleg

Het goede antwoord is B: Het wegdek wordt extra glad, doordat rubber en olie met het regenwater een gladde laag vormen.

Na een lange droge periode liggen er rubber- en olieresten op de weg. Bij de eerste regenbui mengen die zich met het water. Het wegdek wordt dan extra glad. Rijd dus rustiger en houd meer afstand.

Deze vraag hoort bij de les ‘Rijden in de regen’ in Volgas.

Zo voelt een les in Volgas. Daar komt deze vraag terug als je hem fout hebt. Probeer een les zonder te downloaden

Borden in dit hoofdstuk

Rijden bij slecht weer in de app

In Volgas oefen je dit hoofdstuk in 9 lessen met samen 36 vragen. Bij elke vraag krijg je uitleg.

  1. Rijden in de regen
  2. Regen en mistlicht
  3. Plassen en aquaplaning
  4. Rijden in mist
  5. Mistlichten gebruiken
  6. Rijden in sneeuw
  7. IJzel en glad wegdek
  8. Winterbanden
  9. Sneeuwvloksymbool

Wat zegt de wet?

De regels in dit hoofdstuk staan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

Veelgestelde vragen

Zijn winterbanden verplicht in Nederland?

Nee, in Nederland zijn winterbanden niet verplicht. In sommige andere landen kunnen bij winterweer wel regels gelden. Kijk dat na voordat je op wintersport of op reis gaat.

Welke verlichting gebruik je bij mist?

Dimlicht of mistvoorlicht. Voer je mistvoorlicht, dan hoeft je dimlicht niet aan. Kun je door mist of sneeuwval minder dan 50 meter ver kijken, dan mag ook het mistachterlicht aan. Groot licht gebruik je niet.

Wat doe je als je auto gaat aquaplanen?

Rem niet hard en maak geen rukbeweging aan het stuur. Haal rustig je voet van het gas, houd het stuur recht en wacht tot je banden weer grip op het wegdek hebben.

Bronnen

  1. Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
  2. Wegenverkeerswet 1994