In dit hoofdstuk
  1. Belangrijkste punten
  2. Wat is gevaarherkenning?
  3. De vijf stappen
  4. Acuut gevaar, latent gevaar of geen gevaar
  5. Voorbeelden uit het verkeer
  6. Gevaarherkenning in het theorie-examen
  7. Let op op het examen
  8. Oefenvraag
  9. Borden in dit hoofdstuk
  10. Veelgestelde vragen

Belangrijkste punten

  • Gevaar herkennen gaat in vijf stappen: waarnemen, voorspellen, evalueren, beslissen en handelen. Ook ervaren bestuurders doorlopen die stappen, alleen sneller.
  • Waarnemen is actief rondkijken: ver vooruit, dichtbij, in je spiegels en opzij. Hoe verder je vooruitkijkt, hoe meer tijd je hebt om te reageren.
  • Bij acuut gevaar gebeurt er iets als je niet remt. Dan rem je.
  • Bij latent gevaar kan er iets gebeuren. Dan laat je gas los en ben je klaar om te remmen.
  • Zie je geen acuut en geen latent gevaar, dan doe je niets en rijd je met dezelfde snelheid door.
  • Let op signalen zoals een bal die de straat op rolt, brandende lichten bij een geparkeerde auto of een voetganger die op zijn telefoon kijkt.

Wat is gevaarherkenning?

Gevaarherkenning betekent dat je op tijd ziet dat er iets mis kan gaan. Hoe eerder je dat ziet, hoe meer tijd je hebt om rustig te reageren. Je hoeft dan minder vaak hard te remmen of uit te wijken.

Het is een vaardigheid die je kunt oefenen. Je leert welke signalen je in het verkeer opvangt en wat die kunnen betekenen. Daarbij helpt een vast stappenplan van vijf stappen.

De vijf stappen

De vijf stappen volgen altijd dezelfde volgorde: waarnemen, voorspellen, evalueren, beslissen en handelen. Je kijkt, je bedenkt wat er kan gebeuren, je weegt de kans, je kiest en je voert uit.

Een ervaren bestuurder slaat geen stap over. Hij doorloopt ze alleen sneller, vaak zonder er bewust bij stil te staan.

1. Waarnemen

Waarnemen is bewust kijken en zien wat er om je heen gebeurt. Je ogen blijven niet op één plek staan. Je kijkt:

  • ver vooruit, zodat je situaties al van verre ziet aankomen;
  • dichtbij, naar wat er vlak voor je gebeurt;
  • in je binnen- en buitenspiegels;
  • opzij, bijvoorbeeld naar trottoirs, fietspaden en uitritten.

Wie alleen naar de auto voor zich kijkt, ziet veel te laat wat er verderop gebeurt. Kort voor je bumper kijken is te laat.

2. Voorspellen

Bij voorspellen gebruik je wat je ziet om te bedenken wat er het volgende moment kan gebeuren. Een paar voorbeelden:

  • Een bal rolt de weg op. Er kan een kind achteraan komen rennen, zonder te kijken.
  • Bij een geparkeerde auto branden de lichten. Die auto kan wegrijden, of iemand kan zijn portier openen.
  • Een voetganger kijkt op zijn telefoon en heeft oortjes in. Hij hoort en ziet weinig en kan onverwacht oversteken.

Ook borden helpen je bij het voorspellen. Het waarschuwingsbord J21 kondigt aan dat er kinderen in de buurt kunnen zijn. De borden J2 en J3 waarschuwen voor een bocht.

3. Evalueren

Bij evalueren schat je in hoe groot de kans is dat je voorspelling uitkomt. En hoe ernstig het is als het gebeurt.

Stel: je rijdt op een voorrangsweg en nadert een kruispunt. Een fietser van rechts mindert vaart en kijkt jouw kant op. Oogcontact en vaart minderen zijn sterke signalen dat hij je heeft gezien en wacht. De kans op een botsing is dan klein. Je kunt doorrijden, maar je blijft wel opletten.

4. Beslissen

Nu kies je wat je gaat doen. Beslissen gebeurt in je hoofd. Is er gevaar, en zo ja, wat voor gevaar? Daarover lees je hieronder meer.

5. Handelen

Handelen is de laatste stap. Je voert je beslissing uit: remmen, gas loslaten, sturen of gewoon doorrijden. Het is het zichtbare resultaat van de vier stappen ervoor.

Acuut gevaar, latent gevaar of geen gevaar

Bij het beslissen maak je onderscheid tussen drie situaties.

Situatie Wat is het? Wat doe je?
Acuut gevaar Er gebeurt iets als je niet remt. Remmen
Latent gevaar Er zou iets kunnen gebeuren. Gas loslaten en klaarstaan om te remmen
Geen gevaar Er is geen acuut en geen latent gevaar. Niets doen, met dezelfde snelheid doorrijden

Bij latent gevaar laat je gas los. Zo word je vanzelf wat langzamer en heb je je voet al klaar om te remmen. Houd waar dat kan ook extra ruimte opzij, bijvoorbeeld langs geparkeerde auto's.

Je moet je auto altijd kunnen stoppen binnen de afstand die je kunt overzien en die vrij is. Zie je minder ver, bijvoorbeeld in een bocht of tussen geparkeerde auto's, dan rijd je dus langzamer.

Voorbeelden uit het verkeer

Een scherpe bocht. Je rijdt 50 km per uur en ziet een scherpe bocht aankomen. Met die snelheid kun je uit de bocht raken. Er is nog niets aan de hand, dus het is latent gevaar. Je laat gas los, zodat je snelheid al lager is voordat je de bocht in gaat.

Een auto die klaarstaat om weg te rijden. Je rijdt 30 km per uur in een woonwijk. Links staat een auto met draaiende motor en brandende lichten. De auto kan wegrijden, of iemand kan uitstappen. Je laat gas los en houdt genoeg ruimte.

Een afgeleide voetganger. Binnen de bebouwde kom loopt iemand op het trottoir met zijn telefoon in de hand. Je laat gas los en houdt afstand. Claxonneren om hem op te schrikken is niet de bedoeling. Je claxon en lichtsignalen gebruik je alleen om dreigend gevaar af te wenden.

Een fietser inhalen. Je rijdt 40 km per uur vlak achter een fietser en wilt inhalen. Er komt een auto tegemoet en achter je rijdt iemand dicht op je bumper. Voor inhalen is geen ruimte. Rem je pas op het laatste moment, dan kan de auto achter je in de problemen komen. Dit is acuut gevaar. Je remt nu en wacht tot je veilig kunt inhalen.

Gevaarherkenning in het theorie-examen

Tot 7 april 2025 had het theorie-examen auto een aparte fototoets gevaarherkenning. Die bestaat niet meer. Gevaarherkenning zit nu verwerkt in het examen van 50 vragen.

Bij meerdere vragen kan een kort animatiefilmpje staan, zonder geluid. Je geeft dan aan wat er gaat gebeuren of wat je doet. Omdat er geen geluid is, haal je alles uit het beeld. De vijf stappen helpen je om zo'n situatie rustig te doorlopen: wat zie ik, wat kan er gebeuren en wat doe ik dan?

Let op op het examen

  • Beslissen en handelen zijn niet hetzelfde. Beslissen doe je in je hoofd. Handelen is het uitvoeren van die keuze met je voeten en handen.
  • Gas loslaten is niet genoeg als het gevaar al acuut is. Wil je een fietser inhalen terwijl er een tegenligger aankomt en er iemand dicht achter je rijdt, dan rem je en wacht je.
  • Een voetganger op het trottoir kan toch gevaar opleveren. Is hij afgeleid door zijn telefoon of oortjes, dan kan hij onverwacht de weg op stappen.
  • Voorrang hebben betekent niet dat je niet hoeft op te letten. Blijf kijken wat anderen doen, ook als je verwacht dat ze voor je wachten.

Oefenvraag

Kies een antwoord

Je rijdt langs een rij geparkeerde auto's. Bij één auto branden de achterlichten. Wat is de beste voorspelling?
Bekijk het antwoord en de uitleg

Het goede antwoord is B: De auto kan elk moment wegrijden, of er kan een portier opengaan.

Brandende lichten laten zien dat er waarschijnlijk iemand in de auto zit. Die auto kan wegrijden, of iemand kan zijn portier openen. Dat is latent gevaar. Je laat gas los, houdt ruimte opzij en bent klaar om te remmen.

Deze vraag hoort bij de les ‘Waarnemen en voorspellen’ in Volgas.

Zo voelt een les in Volgas. Daar komt deze vraag terug als je hem fout hebt. Probeer een les zonder te downloaden

Borden in dit hoofdstuk

Gevaarherkenning in de app

In Volgas oefen je dit hoofdstuk in 3 lessen met samen 19 vragen. Bij elke vraag krijg je uitleg.

  1. Waarnemen en voorspellen
  2. Evalueren en beslissen
  3. Handelen

Wat zegt de wet?

De regels in dit hoofdstuk staan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen acuut en latent gevaar?

Bij acuut gevaar gaat het mis als je niet meteen remt, bijvoorbeeld als een kind vlak voor je de weg op rent. Bij latent gevaar kan er iets gebeuren, maar is het nog niet zover. Denk aan een bal die de straat op rolt. Bij acuut gevaar rem je, bij latent gevaar laat je gas los.

Wat zijn de vijf stappen van gevaarherkenning?

Waarnemen, voorspellen, evalueren, beslissen en handelen. Je kijkt goed om je heen, bedenkt wat er kan gebeuren, schat in hoe groot en ernstig die kans is, kiest wat je doet en voert dat uit.

Hoe wordt gevaarherkenning getoetst in het theorie-examen?

Sinds 7 april 2025 is er geen aparte fototoets gevaarherkenning meer. Gevaarherkenning zit verwerkt in het examen van 50 vragen. Bij meerdere vragen kan een kort animatiefilmpje zonder geluid staan.

Bronnen

  1. Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
  2. Wegenverkeerswet 1994
  3. CBR nieuws, Vernieuwd theorie-examen B-rijbewijs vanaf 7 april (20 februari 2025)