Sinds 7 april 2025 heeft het theorie-examen auto geen aparte fototoets gevaarherkenning meer (het onderdeel van 25 vragen vervalt in die vorm). In plaats daarvan komen er korte animatiefilmpjes zonder geluid in het examen, met realistische beelden van verkeerssituaties. Volgens het CBR toetsen die filmpjes onder andere waarnemen en voorspellen: je moet aangeven wat er gaat gebeuren of hoe je daarop handelt. Hoe dat precies in het examen zit, lees je op de pagina over gevaarherkenning in het theorie-examen.
Dat inschatten kun je ook oefenen als je nog geen rijles hebt. Hieronder staan twee oefeningen en hoe je ze koppelt aan de examenvragen.
Voordat je begint
Je gebruikt de vijf stappen van gevaarherkenning als kapstok: waarnemen, voorspellen, evalueren, beslissen en handelen. Wat elke stap inhoudt en wat het verschil is tussen acuut en latent gevaar, staat op de pagina gevaarherkenning, van waarnemen tot handelen. Lees die eerst, dan weet je waar je op let.
De oefeningen hieronder zijn een aanpak van onze redactie. Het CBR schrijft ze niet voor.
Oefening 1: hardop meekijken als passagier
Als passagier kun je je op het verkeer richten zonder zelf de auto te besturen. Stem de oefening wel af met de bestuurder.
- Vraag of het mag. Zeg tegen wie er rijdt dat je wilt oefenen en dat je af en toe iets hardop zegt. Spreek af dat jullie stoppen als het druk wordt of als de bestuurder rust nodig heeft.
- Begin met waarnemen. Noem kort wat je ziet, ver vooruit en dichtbij: een fietser die naast geparkeerde auto's rijdt, een bus bij een halte, een uitrit met een heg ervoor.
- Zeg wat er kan gebeuren. De fietser kan uitwijken als er een portier opengaat. Er kunnen mensen voor de bus langs oversteken. Uit de uitrit kan iemand komen die jij nog niet ziet.
- Benoem wat een bestuurder zou doen. Gas los en klaar om te remmen, ruimte houden, of gewoon doorrijden omdat er niets aan de hand is. Dat laatste is ook een antwoord.
- Vergelijk met wat er gebeurt. Kijkt de bestuurder anders naar de situatie, vraag dan na de rit waarom. Niet tijdens het rijden.
Een paar minuten per rit is al genoeg. Een stuk door een woonwijk of langs een school geeft meestal meer te benoemen dan een lang stuk snelweg.
Oefening 2: op de fiets kijken met de ogen van een automobilist
Op de fiets zit je zelf midden in het verkeer. Daardoor zie je situaties van dichtbij die in een examenfilmpje vanaf de bestuurdersplaats in beeld komen. Je oefent hier vooral de eerste twee stappen.
- Kijk bij een kruispunt eerst ver vooruit en dan pas dichtbij. Wie komt eraan, van welke kant, en hoe snel?
- Let op signalen bij geparkeerde auto's: brandende lichten, iemand achter het stuur, een portier dat net beweegt.
- Stel jezelf de vraag of een automobilist jou op dat moment kan zien. Sta je naast een bestelbus of vrachtwagen, vraag je dan af wat de bestuurder vanaf zijn plek ziet. Het examenplan van het CBR noemt het beperkte zicht door de kenmerken van een voertuig apart als onderwerp.
- Kijk naar weggebruikers die het lastiger hebben: kinderen, voetgangers, fietsers en mensen die in hun mobiliteit beperkt zijn. Het examenplan noemt de risico's van deze kwetsbare groepen ook apart.
Denk dit alleen in je hoofd. Geen aantekeningen en geen blik op je telefoon terwijl je fietst. Wil je iets onthouden, schrijf het dan op als je stilstaat of thuis bent.
Van zien naar beslissen
Gaan waarnemen en voorspellen makkelijker, voeg dan de andere drie stappen toe. Stel bij elke situatie die je opviel deze vragen:
- Hoe groot is de kans dat het misgaat, en hoe erg is het als het gebeurt?
- Is dit acuut gevaar, latent gevaar of geen gevaar?
- Wat doe je dan: remmen, gas loslaten of doorrijden?
Thuis kun je één situatie van die dag nog eens langslopen. Waar stond je, wat zag je als eerste, wat had je later pas door?
Er is een reden om oefenen op straat te koppelen aan de theorie. Het CBR liet onderzoek doen naar wat mensen jaren na hun theorie-examen nog weten (bericht van 8 juli 2025). Kennis die mensen konden verbinden aan hun eigen ervaring in het verkeer, zoals voorrang op kruispunten en rijden bij slecht weer, bleef vaak hangen of werd zelfs beter. Feiten zonder die koppeling vergaten ze sneller.
Terug naar de examenvraag
Het CBR noemt een paar uitgangspunten bij de examenvragen. Je bent de bestuurder van de CBR-auto. Andere weggebruikers houden zich aan de verkeersregels. De weg en het weer zijn normaal. Voor het gedrag van anderen en voor weg en weer geldt dat niet als de afbeelding of de vraag duidelijk iets anders aangeeft.
Dat verschilt van de straat. Buiten zie je soms iemand door rood fietsen; in een examenvraag ga je daar niet zomaar van uit, tenzij je het in beeld ziet gebeuren. Kijk bij een filmpje dus naar wat er echt te zien is, en voorspel vanuit die beelden. Er is geen geluid, dus je moet het van het beeld hebben.
Lees daarna goed wat er gevraagd wordt. Gaat de vraag over wat er gaat gebeuren, dan is het voorspellen. Gaat hij over wat jij doet, dan zit je bij beslissen.
Heb jij in het filmpje voorrang, dan blijf je toch letten op wat anderen doen. Waarom, lees je in voorrang hebben en toch fout zitten. En wil je meten of het oefenen werkt, combineer het dan met oefenexamens op het goede moment.