Twee regels die altijd gelden, ook als jij voorrang hebt

Artikel 15 RVV 1990 zegt wie er voorrang moet verlenen. Wat jij doet als de ander dat niet doet, staat in twee andere regels. Die gelden op elk kruispunt en bij elke snelheid.

In dit artikel
  1. Voorrang is geen vrijbrief
  2. Artikel 5 WVW 1994 verbiedt gevaar en hinder
  3. Artikel 19 RVV 1990 vraagt dat je kunt stoppen
  4. Drie situaties waarin voorrang en goed handelen uit elkaar lopen
  5. Zo herken je het in een examenvraag

Artikel 15 van het RVV 1990 begint zo: op kruispunten verlenen bestuurders voorrang aan bestuurders die van rechts komen. De zin legt een plicht op aan de bestuurder die moet wachten. Over wat de bestuurder van rechts mag, zegt hij niets.

Vraagt het examen wat jij doet, dan moet je ook beoordelen of je veilig kunt doorrijden. Daarover gaan artikel 5 WVW 1994 en artikel 19 RVV 1990. De voorrangsregels zelf staan op de pagina over voorrang verlenen en voor laten gaan.

Voorrang is geen vrijbrief

Artikel 1 RVV 1990 omschrijft voorrang verlenen als de betrokken bestuurders in staat stellen hun weg ongehinderd te vervolgen. De regel beschrijft daarmee wat de bestuurder die voorrang verleent moet doen.

Doet die ander dat niet, dan vervalt jouw plicht om veilig te rijden niet. Daarvoor zijn twee regels die in elke situatie gelden, ook op een voorrangsweg.

Artikel 5 WVW 1994 verbiedt gevaar en hinder

De eerste staat in de Wegenverkeerswet 1994, artikel 5. In eigen woorden: niemand mag zich zo gedragen dat er op de weg gevaar ontstaat of kan ontstaan, of dat het verkeer wordt gehinderd of kan worden gehinderd.

De regel geldt voor iedereen, ook voor voetgangers. Hij verbiedt ook gedrag waardoor gevaar kan ontstaan, voordat het daadwerkelijk misgaat. Doorrijden terwijl je ziet dat iemand je voorrang niet verleent, kan zulk gevaar opleveren, ook al heb jij voorrang.

Artikel 19 RVV 1990 vraagt dat je kunt stoppen

De tweede regel staat in artikel 19 RVV 1990. Je moet je voertuig tot stilstand kunnen brengen binnen de afstand waarover je de weg kunt overzien en waarover die vrij is.

Er zitten twee voorwaarden in die allebei tellen. De afstand die je kunt overzien wordt korter door een bocht, een heg, geparkeerde auto's of mist. De afstand die vrij is wordt korter zodra er iets op de weg staat of komt: een auto die de kruising op rijdt, een fietser, een kind. De kleinste van de twee bepaalt hoe hard je kunt rijden.

Hoeveel meter je nodig hebt om te stoppen, en waar die stopafstand uit bestaat, lees je bij inhalen, snelheid en stopafstand. Hier gaat het alleen om het principe: de maximumsnelheid op het bord is een bovengrens, artikel 19 kan je ruim daaronder dwingen.

Drie situaties waarin voorrang en goed handelen uit elkaar lopen

Een bestuurder die geen voorrang verleent

Je nadert een gelijkwaardig kruispunt. Van links komt een auto die volgens artikel 15 moet wachten. Hij remt niet af en lijkt door te rijden. Jij hebt voorrang, maar het stuk weg voor je is niet meer vrij. Artikel 19 vraagt dat je kunt stoppen, artikel 5 verbiedt doorrijden als daardoor gevaar ontstaat. Je gaat van het gas, remt waar nodig en laat hem gaan.

Op een voorrangsweg is het niet anders. Dat de ander moet wachten, haalt de twee algemene regels niet weg.

Een kind achter een bal

Tussen geparkeerde auto's rolt een bal de straat op. Een kind dat erachteraan rent, is een voetganger. Artikel 15 regelt de voorrang tussen bestuurders, en artikel 1 rekent alle weggebruikers behalve voetgangers tot de bestuurders. Een voetganger valt daar dus buiten. Artikel 15 helpt je hier niet verder, wat telt is of je kunt stoppen.

De bal is het signaal. Achter geparkeerde auto's is de afstand die je overziet kort, en zodra de bal de weg op komt, weet je dat de weg misschien niet vrij blijft. Wie bij een rollende bal gas loslaat voordat er een kind te zien is, houdt rekening met een weg die niet vrij blijft. Over dit soort voorspelbare gevaren gaat ook de pagina over gevaarherkenning, van waarnemen tot handelen.

Slecht zicht op een kruispunt waar jij voorrang hebt

Je rijdt op een weg met voorrang. Rechts staat een hoge heg tot vlak aan de kruising, dus wat uit de zijweg komt, zie je pas op het laatste moment. De voorrangsregel verandert daar niet door. De afstand die je overziet wel. Artikel 19 vraagt dan een snelheid waarbij je kunt stoppen binnen het stuk dat je wel ziet.

Dit geldt ook als je het kruispunt kent en er meestal niemand komt. De regel kijkt naar wat je op dat moment kunt zien.

Zo herken je het in een examenvraag

Bij een kruispunt is de eerste reflex vaak om de volgorde uit te rekenen. Kijk eerst wat er gevraagd wordt. Gaat de vraag over wie het eerst mag, dan gebruik je artikel 15 en de borden. Gaat de vraag over wat jij doet, gas loslaten, remmen of doorrijden, dan tellen ook de twee algemene regels.

Een paar dingen in het beeld wijzen daarop: een andere weggebruiker die niet lijkt te stoppen, een voetganger of een kind dicht bij de rand van de weg, een bal, een bocht of een obstakel dat je zicht beperkt. Zie je zoiets, vraag je dan af of de weg voor je vrij is en of je ver genoeg kunt kijken. Is het antwoord nee, dan is doorrijden met dezelfde snelheid zelden de bedoeling, ook als je voorrang hebt.

Wie meerdere bestuurders tegelijk op een kruispunt wil leren ordenen, vindt de uitwerking bij drie auto's tegelijk op een kruispunt zonder borden. Ook daar geldt artikel 5 als laatste vangnet.

Over Jacqueline

Jacqueline volgt veranderingen bij het CBR en in de regels rond je rijbewijs. Je leest vanaf wanneer een wijziging geldt of hoe ver een voorstel is.

Hoofdredacteur: Senna. Zo werkt de redactie

Bronnen

  1. Wegenverkeerswet 1994, artikel 5: geen gevaar of hinder veroorzaken (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  2. RVV 1990, artikel 19: kunnen stoppen binnen de afstand die je overziet en die vrij is (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  3. RVV 1990, artikel 15: rechts gaat voor, verharde weg en tram (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  4. RVV 1990, artikel 1: begripsbepalingen (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026