Sectie 4, hoofdstuk 1: Bijzondere situaties
Regels op de autosnelweg en de autoweg
Op autowegen en autosnelwegen gelden eigen regels. Je leest hier welke rijstrook je kiest, hoe je invoegt en uitvoegt, wat verboden is en hoe je rijdt in de file en bij werk aan de weg.
In dit hoofdstuk
Belangrijkste punten
- Bord G1 geeft een autosnelweg aan, bord G3 een autoweg. Je voertuig moet er minstens 60 km/u (autosnelweg) of 50 km/u (autoweg) kunnen en mogen rijden.
- Je houdt zoveel mogelijk rechts. Een rijstrook links gebruik je om in te halen of om voor te sorteren.
- Keren, achteruitrijden en stilstaan op de rijbaan zijn verboden. De vluchtstrook is alleen voor noodgevallen.
- Bij invoegen en uitvoegen laat je het andere verkeer voorgaan.
- Een groene pijl boven een rijstrook betekent open. Een rood kruis betekent dat je die rijstrook niet meer mag gebruiken.
- In een file mag je rechts inhalen, maar niet over de vluchtstrook.
Autoweg of autosnelweg
Een autosnelweg begint bij bord G1. Een autoweg begint bij bord G3. Op beide wegen mag je alleen rijden met een motorvoertuig dat een minimumsnelheid kan en mag halen. Voor een autosnelweg is dat 60 km per uur, voor een autoweg 50 km per uur.
Het grootste verschil zit in de kruisingen. Op een autoweg kun je een kruising op hetzelfde niveau tegenkomen. Op een autosnelweg gebeurt dat nooit. Een autosnelweg heeft bijna altijd een vluchtstrook, een autoweg soms wel en soms niet.
Parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen langs de weg horen er niet bij. De speciale regels van de autosnelweg gelden daar dus niet.
Zie je langs de snelweg een groen bordje met een E-nummer? Dan hoort de weg bij het Europese wegennet.
Welke rijstrook kies je?
Je houdt zoveel mogelijk rechts. Op een snelweg met twee rijstroken rijd je dus normaal op de rechterrijstrook. De linkerrijstrook gebruik je om in te halen. Ben je klaar met inhalen, dan geef je richting aan en ga je terug naar rechts.
Heeft de snelweg drie rijstroken? Dan gebruik je de middelste rijstrook om verkeer op de rechterrijstrook in te halen of om voor te sorteren. Is er rechts genoeg ruimte, dan hoor je daar te rijden. Onnodig in het midden of links blijven hangen, zorgt voor ergernis en gevaarlijke inhaalacties.
Voor lange voertuigen geldt een extra regel. Rijd je met een combinatie langer dan 7 meter, bijvoorbeeld een auto met caravan, of met een vrachtauto? Dan mag je op een autosnelweg met drie of meer rijstroken alleen de twee rechter rijstroken gebruiken. Voorsorteren mag wel.
Wat is verboden op de snelweg?
Op autowegen en autosnelwegen mag je nooit keren of achteruitrijden. Heb je de afslag gemist, dan rijd je door naar de volgende. Ook stilstaan op de rijbaan is verboden.
De vluchtstrook, de vluchthaven en de berm zijn alleen voor noodgevallen. Denk aan pech, onwel worden, heel slecht weer of hulp verlenen bij een ongeval. Even bellen of je route bekijken is geen noodgeval.
Heb je een aanrijding met alleen lichte schade? Verlaat dan zo snel mogelijk de rijbaan. De schade regel je op een parkeerplaats, niet op de vluchtstrook.
Matrixborden en de spitsstrook
Boven de rijstroken hangen vaak matrixborden. Die zijn eenvoudig te lezen:
- Groene pijl: de rijstrook is open, je mag er rijden.
- Witte schuine pijl: er komt een rood kruis aan. Ga op tijd naar een andere rijstrook.
- Rood kruis: je mag deze rijstrook niet meer gebruiken.
Een spitsstrook is een vluchtstrook die op drukke momenten als rijstrook open gaat. Bord C23-01 hoort daarbij. Brandt er een groene pijl boven, dan mag je de doorgetrokken streep oversteken om de spitsstrook op of af te rijden. Is de spitsstrook open, dan geldt meestal een lagere maximumsnelheid. Die zie je op een elektronisch bord langs of boven de weg. Staat er een rood kruis boven, dan is de strook weer een vluchtstrook voor noodgevallen.
Invoegen
Wie invoegt, laat het verkeer op de doorgaande rijbaan voorgaan. Jij past je snelheid aan en zoekt een gat. De bestuurders op de doorgaande rijbaan hoeven niet opzij te gaan. Doen ze dat wel als het veilig kan, dan is dat netjes.
Zo voeg je in:
- Maak op de invoegstrook genoeg snelheid.
- Kijk in je spiegels en over je linkerschouder.
- Geef richting aan.
- Voeg in en zet daarna je richtingaanwijzer uit.
Is de invoegstrook kort en lukt invoegen niet meteen? Stop dan vooraan op de invoegstrook en wacht op een gat. Daarna maak je opnieuw snelheid. Ga nooit op de vluchtstrook staan wachten.
Uitvoegen
Geef ongeveer 300 meter voor de afslag richting aan. Zo weten anderen op tijd wat je van plan bent. Op de doorgaande rijbaan houd je je snelheid vast. Pas als je op de uitrijstrook rijdt, rem je af. Zo hinder je het verkeer achter je niet.
Ook uitvoegen is een bijzondere manoeuvre. Je laat het andere verkeer dus voorgaan.
Staan er pijlen op de uitrijstrook? Ter hoogte van die pijlen moet je de richting volgen die ze aangeven. Terug naar de doorgaande rijbaan mag dan niet meer. Via de uitrijstrook een file voorbijrijden en daarna weer invoegen, is verboden.
Weven
Op een weefstrook komen invoegers en uitvoegers elkaar tegen op hetzelfde stuk weg. De een wil erop, de ander wil eraf. Dat vraagt om goed samenspel.
Invoegers rijden vaak wat langzamer en hebben meer overzicht. Daarom is het verstandig dat de invoeger de uitvoeger voor laat gaan. Rijd defensief: zoek oogcontact en geef ruimte, in plaats van op je recht te staan.
Ritsen
Ritsen doe je als twee rijstroken samenkomen omdat er één verdwijnt. Het verkeer voegt dan om en om in.
- Rijd je op de rijstrook die verdwijnt? Rijd dan door tot het bord 'ritsen vanaf hier'. Te vroeg invoegen verstoort het ritsen.
- Rijd je op de rijstrook die doorloopt? Maak dan vanaf het bord 'ritsen na 300 m' alvast ruimte voor wie straks moet invoegen.
Iedereen gaat om de beurt. Afsnijden of voordringen hoort er niet bij.
Rijden in de file
In een file mag je rechts inhalen. Rijdt het verkeer weer normaal door, dan haal je weer links in. De vluchtstrook blijft ook in de file verboden, behalve als de rechterstrook als spitsstrook is geopend.
Motorrijders rijden soms tussen de file door. Dat gebeurt tussen de twee linker rijstroken, en alleen zolang de file niet harder rijdt dan 40 km per uur. Gaat het verkeer sneller, dan sluit de motorrijder weer aan. Als automobilist help je door midden op je rijstrook te blijven, niet plotseling van rijstrook te wisselen en geen portier te openen als je stilstaat.
Werk aan de weg
Bij wegwerkzaamheden liggen vaak gele strepen op het wegdek. Tijdelijke markering gaat boven de witte strepen die eronder liggen. Je volgt dus de gele strepen.
Let bij werk aan de weg extra op verkeer dat plotseling remt, op wegwerkers die oversteken en op werkverkeer dat de weg op of af rijdt. Vaak geldt er een lagere maximumsnelheid. Die is er voor de veiligheid van de wegwerkers, dus houd je eraan.
Wil je files vermijden? Pas je vertrektijd aan, ga carpoolen, luister naar de verkeersinformatie of kies een ander vervoermiddel.
Let op op het examen
- Invoegen geeft jou geen voorrang. Het verkeer op de doorgaande rijbaan hoeft niet voor je opzij te gaan.
- Een parkeerplaats of tankstation langs de snelweg hoort niet bij de autosnelweg. De snelwegregels gelden daar dus niet.
- Bij ritsen voeg je niet te vroeg in. Je rijdt op de verdwijnende rijstrook door tot het punt waar het ritsen begint.
- Ben je via de uitrijstrook van de doorgaande rijbaan af, dan mag je niet terug om een file voorbij te rijden.
Oefenvraag
Kies een antwoord
Bekijk het antwoord en de uitleg
Het goede antwoord is B: Een autoweg kan gelijkvloerse kruisingen hebben, een autosnelweg niet.
Op een autoweg kun je een kruising op hetzelfde niveau tegenkomen. Op een autosnelweg niet. Het aantal rijstroken zegt niets over het wegtype, en een autoweg heeft lang niet altijd een vluchtstrook.
Deze vraag hoort bij de les ‘Autoweg of autosnelweg’ in Volgas.
Zo voelt een les in Volgas. Daar komt deze vraag terug als je hem fout hebt. Probeer een les zonder te downloaden
Borden in dit hoofdstuk
-
G1, uitleg bekijken
Autosnelweg -
G3
Autoweg -
C23-01
Spitsstrook open
Auto(snel)wegen in de app
In Volgas oefen je dit hoofdstuk in 10 lessen met samen 42 vragen. Bij elke vraag krijg je uitleg.
- Autoweg of autosnelweg
- Welke rijstrook
- Wat is verboden
- Portalen en spitsstrook
- Invoegen
- Uitvoegen
- Weven
- Ritsen
- Rijden in files
- Werk aan de weg
Wat zegt de wet?
De regels in dit hoofdstuk staan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
- Artikel 1 Begrippen: autosnelweg, autoweg, spitsstrook en vluchtstrook
- Artikel 3 Zoveel mogelijk rechts houden
- Artikel 13 Files: rechts inhalen toegestaan
- Artikel 42 Minimumsnelheid voor autosnelweg en autoweg
- Artikel 43 Keren, achteruitrijden, stilstaan, vluchtstrook en lange voertuigen
- Artikel 54 Invoegen en uitvoegen als bijzondere manoeuvre
- Artikel 63a Tijdelijke markering gaat voor
- Artikel 73 Rijstrooklichten: groene pijl, rood kruis en witte pijl
- Artikel 76 Doorgetrokken streep oversteken naar spitsstrook of vluchtstrook
- Artikel 78 Pijlen op de uitrijstrook volgen
Veelgestelde vragen
Mag je in de file rechts inhalen?
Ja. Bij fileverkeer mag je rechts inhalen. Rijdt het verkeer weer normaal door, dan haal je weer links in. De vluchtstrook gebruik je ook in de file niet, behalve als die als spitsstrook is geopend.
Mag je op de vluchtstrook stoppen om te bellen?
Nee. De vluchtstrook is alleen voor noodgevallen, zoals pech, onwel worden of hulp verlenen bij een ongeval. Wil je bellen of je route bekijken, rijd dan door naar een parkeerplaats.
Mag je keren als je de afslag hebt gemist?
Nee. Keren en achteruitrijden zijn op autowegen en autosnelwegen altijd verboden. Je rijdt door naar de volgende afslag.