Sectie 4 van 8
Theorie over bijzondere situaties in het verkeer
Op een autosnelweg, een rotonde of een erf gelden andere regels dan op een gewone weg. En bij keren of achteruitrijden heb je nooit voorrang. In deze sectie lees je hoe dat allemaal werkt.
CBR-examenplan, hoofdstuk 3 Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en manoeuvres
Niet elke weg werkt hetzelfde. Deze sectie gaat over bijzondere wegen, weggedeelten en manoeuvres. Ze bestaat uit drie hoofdstukken met samen 26 lessen.
- Auto(snel)wegen: het verschil tussen een autoweg en een autosnelweg, de juiste rijstrook, matrixborden en de spitsstrook, invoegen, uitvoegen, weven, ritsen en rijden in de file.
- Rotondes en weggedeelten: voorrang en rijstrook kiezen op een rotonde, erven en 30 km-zones, bus- en tramhaltes, bruggen en tunnels.
- Bijzondere manoeuvres: in- en uitstappen, wegrijden, achteruitrijden, file parkeren, keren en wegrijden op een helling.
Per hoofdstuk vind je de regels in gewone taal, de valkuilen waar je op moet letten en een oefenvraag met uitleg. Ook zie je uit welke artikelen van het RVV 1990 de regels komen.
Hoofdstukken in deze sectie
-
Regels op de autosnelweg en de autoweg
Op autowegen en autosnelwegen gelden eigen regels. Je leest hier welke rijstrook je kiest, hoe je invoegt en uitvoegt, wat verboden is en hoe je rijdt in de file en bij werk aan de weg.
-
Regels op de rotonde, het erf, bij haltes en in tunnels
Rotondes, erven, haltes, bruggen en tunnels hebben elk hun eigen regels en gevaren. Je leest hier wie er voorgaat op en rond een rotonde, welke rijstrook je kiest, hoe hard je op een erf mag en waar je op let bij haltes, bruggen en tunnels.
-
Bijzondere manoeuvres uitgelegd: wie gaat er voor?
Wegrijden, achteruitrijden en keren zijn bijzondere manoeuvres, en dan laat je al het andere verkeer voorgaan. Je leest hier hoe je veilig in- en uitstapt, wegrijdt, achteruitrijdt, file parkeert, keert en wegrijdt op een helling.