Sectie 4, hoofdstuk 2: Bijzondere situaties
Regels op de rotonde, het erf, bij haltes en in tunnels
Rotondes, erven, haltes, bruggen en tunnels hebben elk hun eigen regels en gevaren. Je leest hier wie er voorgaat op en rond een rotonde, welke rijstrook je kiest, hoe hard je op een erf mag en waar je op let bij haltes, bruggen en tunnels.
In dit hoofdstuk
- Belangrijkste punten
- Wat is een rotonde?
- Voorrang op de rotonde
- Turborotonde
- Welke rijstrook kies je op een rotonde?
- De rotonde verlaten
- Voetgangers bij een rotonde
- Erf en 30 km-zone
- Bus- en tramhaltes
- Bruggen en viaducten
- Tunnels
- Let op op het examen
- Oefenvraag
- Borden in dit hoofdstuk
- Veelgestelde vragen
Belangrijkste punten
- Op de meeste rotondes gaat het verkeer op de rotonde voor. Dat zie je aan haaientanden op de toerit, vaak met bord B6.
- Staan er geen borden en liggen er geen haaientanden, dan gaat verkeer van rechts voor. Op een rotonde is dat het verkeer dat de rotonde oprijdt.
- Kies je rijstrook voor de rotonde: rechts voor de eerste afslag, links voor driekwart rond. Op een turborotonde kun je daarna niet meer wisselen.
- Bij het verlaten van een rotonde geef je altijd richting aan naar rechts. Fietsers en voetgangers die op dezelfde weg rechtdoor gaan, laat je voorgaan.
- Op een erf rijd je niet harder dan 15 km per uur. Verlaat je een erf of 30 km-zone via een uitritconstructie, dan laat je al het verkeer voorgaan, ook voetgangers.
- Binnen de bebouwde kom laat je een bus die richting aangeeft van de halte wegrijden. Buiten de bebouwde kom hoeft dat niet.
Wat is een rotonde?
Een rotonde is een kruispunt met een rijbaan in de vorm van een cirkel. Het verkeer kan er vlotter doorstromen dan op een gewoon kruispunt.
Voor een rotonde kan bord J9 staan. Dat driehoekige bord waarschuwt dat er een rotonde aankomt. Bord D1 is een blauw rond bord met drie witte pijlen in een cirkel. Het geeft de verplichte rijrichting op de rotonde aan. In Nederland rijd je tegen de klok in, met het middeneiland aan je linkerhand.
Een kleine rotonde binnen de bebouwde kom is vaak krap. Harder dan 20 tot 30 km per uur kun je hem niet veilig nemen. Met 50 km per uur ben je dus veel te snel.
Voorrang op de rotonde
Er zijn twee soorten rotondes.
Op een voorrangsrotonde heeft het verkeer op de rotonde voorrang. Dit type zie je veruit het meest. Je herkent het aan haaientanden op de toerit, vaak met bord B6 erbij. Bij het oprijden minder je vaart en verleen je voorrang aan al het verkeer op de rotonde. Haaientanden betekenen niet dat je moet stoppen. Is de rotonde vrij, dan rijd je gewoon door.
Liggen er geen haaientanden en staan er geen borden, dan is de rotonde gelijkwaardig. Dan geldt de gewone regel: verkeer van rechts gaat voor. Voor wie op de rotonde rijdt, komt het verkeer dat de rotonde oprijdt van rechts. Op zo'n rotonde gaat het oprijdende verkeer dus voor.
Turborotonde
Een turborotonde heeft meer rijstroken, met betonnen randen ertussen. Door die randen kun je op de rotonde niet van rijstrook wisselen. Zo zijn er minder weefbewegingen en rijdt het verkeer veiliger door.
Je kiest dus al voor de rotonde de juiste rijstrook. Welke dat is, zie je aan de pijlen op het wegdek of op de wegwijzer. Wil je bijvoorbeeld de derde afslag nemen, dan kies je de linkerrijstrook.
Ook als de betonnen rand je geen keus laat, geef je bij het verlaten van de turborotonde richting aan naar rechts. Zo zien anderen wat je van plan bent.
Welke rijstrook kies je op een rotonde?
Op een rotonde met twee rijstroken hangt je rijstrook af van je afslag:
- Eerste afslag (een kwart rond): je blijft al op de toerit rechts rijden en geeft richting aan naar rechts. Zo hinder je het doorgaande verkeer niet.
- Driekwart rond: je rijdt vanaf de linkerrijstrook de rotonde op. Na de tweede afslag geef je richting aan naar rechts en ga je naar de rechterrijstrook. Daarna verlaat je de rotonde.
Vlak voor en op een rotonde hoef je met je auto niet zoveel mogelijk rechts te houden. Je mag daar ook rechts inhalen.
Richting aangeven op een kleine rotonde
Op een kleine rotonde met één rijstrook werkt het zo:
- Ga je halfrond (rechtdoor), dan geef je bij het oprijden geen richting aan. Bij het verlaten geef je richting aan naar rechts.
- Ga je driekwart rond (linksaf), dan mag je bij het naderen links aangeven. Zo zien anderen dat je verder de rotonde op rijdt. Zodra je de rotonde oprijdt, zet je de richtingaanwijzer uit. Pas als je de rotonde verlaat, geef je weer richting aan, naar rechts.
De rotonde verlaten
Een rotonde verlaten is afslaan. Je geeft daarom altijd richting aan naar rechts. Dat geldt ook voor fietsers: ook zij geven richting aan als ze op een rotonde afslaan.
Wie afslaat, laat verkeer voorgaan dat op dezelfde weg rechtdoor gaat. Rond een rotonde betekent dat:
- Ligt er een fietsstrook naast je rijbaan en rijdt daar een fietser die de rotonde blijft volgen? Dan gaat die fietser voor. Jij slaat af, hij gaat rechtdoor op dezelfde weg.
- Ligt er een apart fietspad langs de rotonde, zonder haaientanden of borden? Dan gaat de fietser die rechtdoor rijdt ook voor.
- Liggen er voor de fietsers op het fietspad haaientanden, of staat er voor hen bord B6? Dan moeten de fietsers jou voorrang verlenen. Zo'n oversteek zie je vaak buiten de bebouwde kom.
Voetgangers bij een rotonde
Bij voetgangers hangt het af van de plek waar ze oversteken.
- Ligt de oversteek binnen de rotonde, dan is de voetganger rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg. Sla je af, dan laat je hem voorgaan.
- Ligt de oversteek buiten de rotonde, dan is de voetganger geen rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg meer. Hij laat jou dan voorgaan.
- Is de oversteek een zebrapad, dan laat je voetgangers voorgaan die oversteken of duidelijk op het punt staan dat te doen. Dat geldt ook voor bestuurders van een gehandicaptenvoertuig.
Ook met voorrang blijf je opletten. Rent er op de rotonde plotseling een kind de weg op, dan rem je en voorkom je een aanrijding. Je moet altijd kunnen stoppen binnen de afstand die je kunt overzien en die vrij is. Voorrang hebben geeft je geen recht op een aanrijding.
Erf en 30 km-zone
Een erf begint bij bord G5 en eindigt bij bord G6. Op een erf rijd je niet harder dan 15 km per uur. Voetgangers mogen er de hele breedte van de weg gebruiken. Met je auto parkeer je op een erf alleen op plekken die als parkeerplaats zijn aangegeven, bijvoorbeeld met een P op het wegdek of een parkeerbord.
Een 30 km-zone ligt vaak in een woonwijk. Let daar extra op voetgangers, fietsers en spelende kinderen. Kinderen kunnen plotseling oversteken.
Verlaat je een erf of een 30 km-zone via een uitritconstructie, bijvoorbeeld over een verlaagd trottoir? Dan rijd je de weg op zoals vanuit een uitrit. Dat is een bijzondere manoeuvre. Je laat al het verkeer op de weg voorgaan, ook voetgangers. De regel 'verkeer van rechts gaat voor' geldt hier niet.
Bus- en tramhaltes
Binnen de bebouwde kom geef je een bus de gelegenheid om van een bushalte weg te rijden. Dat moet zodra de buschauffeur richting aangeeft. Buiten de bebouwde kom geldt die plicht niet. Je rijdt daar wel voorzichtig langs.
Staat er een bus stil bij een halte, reken dan op passagiers die uitstappen en oversteken. Ze letten vaak niet goed op het verkeer. Rijd daarom rustig en met aangepaste snelheid langs.
Bij een tramhalte stappen passagiers soms direct de rijbaan op. Wil je een stilstaande tram of bus voorbijrijden aan de kant waar mensen in- en uitstappen, dan moet je hun daarvoor de gelegenheid geven. Je mindert vaart of stopt, zodat ze veilig kunnen oversteken.
Bruggen en viaducten
Het wegdek van een brug of viaduct bevriest eerder dan dat van een gewone weg. De wind komt er ook onder, waardoor het wegdek sneller afkoelt. Rond het vriespunt is het daar dus eerder glad.
Op bruggen en viaducten heb je ook meer last van zijwind. Die kan je auto opzij zetten. Houd je stuur goed vast en pas je snelheid aan.
Bord J15 waarschuwt voor een beweegbare brug. Houd er rekening mee dat er een opstopping kan staan als de brug net open is geweest. Brandt of knippert het rode bruglicht, of gaan de slagbomen omlaag? Dan stop je voor de stopstreep. Je wacht tot de brug weer vrij is voor het verkeer.
Tunnels
In een tunnel hoort je dimlicht aan te staan. Zo zien andere bestuurders je beter. Zet het licht al aan voordat je de tunnel inrijdt. Doe je dat pas in de tunnel, dan kan het voor bestuurders achter je lijken alsof je remt.
Veel bestuurders worden voorzichtiger in een tunnel. Ze rijden langzamer en wat meer naar het midden. Pas je snelheid aan, houd genoeg afstand en forceer geen inhaalactie.
In een tunnel mag je niet stilstaan. Krijg je toch pech en kun je de tunnel niet meer uitrijden? Zet dan je alarmlichten aan, stop zo ver mogelijk rechts en zet de motor af. Laat de auto staan en ga naar de dichtstbijzijnde meldpost of nooduitgang.
Bij sommige tunnels zie je bord K14. Dat wijst de route voor voertuigen met bepaalde gevaarlijke stoffen, omdat die niet door de tunnel mogen. Een weg die gesloten is voor voertuigen met bepaalde gevaarlijke stoffen, herken je aan bord C22.
Let op op het examen
- Haaientanden betekenen voorrang verlenen, niet stoppen. Is de rotonde vrij, dan rijd je gewoon door.
- Op een rotonde zonder borden of haaientanden heb je geen voorrang. Het verkeer dat de rotonde oprijdt, komt van rechts en gaat voor.
- Ook op een turborotonde, waar de betonnen randen je geen keus laten, geef je bij het verlaten richting aan.
- Een fietser op een fietspad langs de rotonde gaat voor als er geen tekens staan. Alleen als er voor de fietser haaientanden of bord B6 staan, moet hij jou voor laten gaan.
Oefenvraag
Kies een antwoord
Bekijk het antwoord en de uitleg
Het goede antwoord is B: Snelheid minderen en voorrang verlenen aan het verkeer op de rotonde.
Op de toerit van een voorrangsrotonde liggen haaientanden. Die betekenen dat je voorrang verleent aan het verkeer op de rotonde. Van rechts komen telt hier dus niet. Stoppen hoeft alleen als er iemand aankomt. Is de rotonde vrij, dan rijd je door.
Deze vraag hoort bij de les ‘Voorrang op rotonde’ in Volgas.
Zo voelt een les in Volgas. Daar komt deze vraag terug als je hem fout hebt. Probeer een les zonder te downloaden
Borden in dit hoofdstuk
-
B6, uitleg bekijken
Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg -
C22
Gesloten voor voertuigen met bepaalde gevaarlijke stoffen -
D1
Rotonde; verplichte rijrichting -
G5, uitleg bekijken
Erf -
G6
Einde erf -
J9
Rotonde -
J15
Beweegbare brug -
K14, uitleg bekijken
Route voor het vervoer van bepaalde gevaarlijke stoffen
Rotondes en weggedeelten in de app
In Volgas oefen je dit hoofdstuk in 10 lessen met samen 43 vragen. Bij elke vraag krijg je uitleg.
- Rotonde basis
- Voorrang op rotonde
- Turborotonde
- Rijstrook kiezen
- Rotonde verlaten
- Voetgangers op rotonde
- Erven en 30-zone
- Bus- en tramhaltes
- Bruggen en viaducten
- Tunnels
Wat zegt de wet?
De regels in dit hoofdstuk staan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
- Artikel 15 Voorrang voor bestuurders van rechts
- Artikel 17 en 18 Richting aangeven bij afslaan en rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg voor laten gaan
- Artikel 19 Kunnen stoppen binnen de afstand die je overziet en die vrij is
- Artikel 23 Verbod om stil te staan, onder meer in een tunnel
- Artikel 44, 45 en 46 Erf: voetgangers, maximaal 15 km per uur en parkeren
- Artikel 47 en 48 Rotondes: niet rechts hoeven houden en rechts inhalen toegestaan
- Artikel 49 Voetgangers op een voetgangersoversteekplaats voor laten gaan
- Artikel 52 In- en uitstappende passagiers van een tram of bus
- Artikel 54 en 56 Uit een uitrit de weg oprijden en een bus van de halte laten wegrijden
- Artikel 72 Bruglichten: rood licht of rood knipperlicht betekent stop
- Artikel 80 Haaientanden: voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg
Veelgestelde vragen
Wie heeft voorrang op een rotonde?
Meestal het verkeer dat al op de rotonde rijdt. Dat zie je aan haaientanden op de toerit. Liggen die er niet en staan er ook geen borden, dan gaat verkeer van rechts voor. Dat is dan het verkeer dat de rotonde oprijdt.
Moet je richting aangeven op een rotonde?
Bij het verlaten van een rotonde geef je altijd richting aan naar rechts. Neem je de eerste afslag, dan rijd je al op de toerit rechts en geef je daar al rechts aan. Ga je rechtdoor, dan hoef je bij het oprijden geen richting aan te geven.
Hoe hard mag je rijden op een erf?
Niet harder dan 15 km per uur. Een erf begint bij bord G5 en eindigt bij bord G6. Voetgangers mogen er de hele breedte van de weg gebruiken, dus je rijdt er heel rustig.