Sectie 4, hoofdstuk 3: Bijzondere situaties
Bijzondere manoeuvres uitgelegd: wie gaat er voor?
Wegrijden, achteruitrijden en keren zijn bijzondere manoeuvres, en dan laat je al het andere verkeer voorgaan. Je leest hier hoe je veilig in- en uitstapt, wegrijdt, achteruitrijdt, file parkeert, keert en wegrijdt op een helling.
In dit hoofdstuk
Belangrijkste punten
- Wegrijden, achteruitrijden, keren en uit een uitrit de weg oprijden zijn bijzondere manoeuvres. Je laat dan al het andere verkeer voorgaan, ook fietsers en voetgangers.
- Open een portier pas als je in je spiegel en naast de auto hebt gekeken. Je mag niemand hinderen of in gevaar brengen.
- Geef richting aan als je wegrijdt, maar pas als je hebt gezien dat het veilig kan. Richting aangeven geeft je geen voorrang.
- Kan iemand last van je hebben tijdens achteruitrijden of keren, dan stop je meteen.
- Bij een bocht achteruit zwaait de neus van je auto uit. Kijk dus ook naar voren en opzij.
- Op een helling voorkom je terugrollen met de handrem. Je laat hem pas los als de auto vooruit wil.
Wat is een bijzondere manoeuvre?
Sommige handelingen heten in de wet een bijzondere manoeuvre. Voorbeelden zijn wegrijden, achteruitrijden, keren, uit een uitrit de weg oprijden, invoegen en van rijstrook wisselen. Doe je zoiets, dan laat je al het andere verkeer voorgaan. Daar horen ook fietsers en voetgangers bij.
In- en uitstappen
Als je een portier opent, mag je niemand hinderen of in gevaar brengen. Dat geldt bij instappen en bij uitstappen.
Kijk voordat je als bestuurder uitstapt in je linker buitenspiegel en links naast de auto. Zo zie je fietsers en auto's die van achteren komen. Nadert er een fietser, dan wacht je tot hij voorbij is. Pas daarna open je het portier. Eerst het portier een stukje openen en dan pas kijken, is dus niet de bedoeling.
Let ook aan de stoepkant goed op. Daar kunnen fietsers of voetgangers langskomen.
Wegrijden
Wegrijden is een bijzondere manoeuvre. Je laat al het verkeer voorgaan. Ook als je richting aangeeft, heb je geen voorrang.
Sta je aan de rechterkant van de weg geparkeerd? Kijk dan in deze volgorde:
- Naar voren en in de binnenspiegel.
- In de linker buitenspiegel.
- Links naast de auto.
Geef richting aan als je hebt gezien dat je veilig kunt wegrijden, vlak voordat je optrekt. Met een auto ben je verplicht richting aan te geven als je wegrijdt. Doe je het te vroeg, bijvoorbeeld meteen als je instapt, dan zet je anderen op het verkeerde been.
Rijd je weg vanaf de linkerkant van de weg? Dat is lastiger, omdat je tegenliggers dan vaak slecht ziet. Let daarom extra goed op.
Recht achteruitrijden
Ook achteruitrijden is een bijzondere manoeuvre. Alle andere weggebruikers gaan voor.
Ga je langs de stoep achteruitrijden, stop dan eerst op ongeveer 30 centimeter van de stoeprand. Dan heb je genoeg ruimte om te sturen zonder de stoep te raken.
Tijdens het achteruitrijden kijk je vooral rechts over je schouder naar achteren. Kijk ook regelmatig even naar voren en opzij. Alleen de binnenspiegel of de achteruitrijcamera is niet genoeg.
Kan iemand last van je hebben, dan stop je meteen. Loopt er bijvoorbeeld een voetganger vlak achter je auto langs, dan wacht je tot hij voorbij is. Je rijdt pas verder als je zeker weet dat je niemand hindert. Toeteren om iemand opzij te krijgen, is niet de bedoeling. Je claxon gebruik je alleen om dreigend gevaar af te wenden.
Achteruit een bocht in
Wil je achteruit een bocht of een hoek in rijden? Rijd dan rustig achteruit tot je de hele bocht in je zijruit ziet. Je achterwielen staan dan gelijk met het begin van de bocht. Nu stuur je in.
Tijdens de bocht zwaait de neus van je auto uit. Kijk daarom niet alleen naar achteren, maar ook opzij en naar voren. Zo raak of hinder je geen fietsers of voetgangers.
Heb je de bocht genomen, dan draai je het stuur zelf snel terug. Zo komt je auto weer recht te staan. Het stuur vanzelf laten terugdraaien is niet genoeg.
File parkeren en keren
File parkeren
File parkeren is parkeren in een rij auto's langs de weg. Achteruit inparkeren gaat preciezer dan vooruit. Je hebt er ook een kleiner gat voor nodig.
Ga eerst ongeveer een halve meter naast de auto staan waarachter je wilt parkeren. Rijd dan langzaam achteruit tot je auto ongeveer een halve meter achter die auto uitsteekt. Van daaruit rijd je het gat in.
Raakt je voorwiel tijdens het terugsturen de stoeprand? Stop dan meteen. Rijd je door tegen de stoeprand, dan kun je je band of wiel beschadigen.
Keren
Keren is ook een bijzondere manoeuvre. Je mag er niemand mee hinderen. Komt er tijdens het keren iemand aan, bijvoorbeeld een fietser? Dan stop je tot hij voorbij is en ga je daarna verder. Dat je al bezig bent, geeft je geen voorrang. Gebaren dat de ander moet wachten, hoort er ook niet bij.
Op een autoweg en een autosnelweg is keren altijd verboden, net als achteruitrijden.
Wegrijden op een helling
Op een helling is het grootste gevaar dat je auto even terugrolt als je de rem loslaat. Dat is gevaarlijk voor het verkeer achter je.
De handrem helpt. Met de handrem aan blijft de auto staan terwijl je koppeling en gas doseert. In een auto met handgeschakelde versnellingen gaat het zo:
- Zet de auto in de eerste versnelling.
- Laat de koppeling een beetje opkomen.
- Geef een beetje gas, tot je voelt dat de auto vooruit wil.
- Laat de handrem los.
- Geef meer gas en rijd weg.
Ook op een helling blijft wegrijden een bijzondere manoeuvre. Het andere verkeer gaat dus voor.
Let op op het examen
- Richting aangeven geeft je geen voorrang. Ook met je richtingaanwijzer aan laat je bij wegrijden al het verkeer voorgaan.
- Ben je al bezig met keren of achteruitrijden en komt er iemand aan? Dan stop je. Dat je al begonnen bent, geeft je geen voorrang.
- Ook als je aan de stoepkant uitstapt, let je op. Daar kunnen fietsers en voetgangers langskomen.
- Alleen in de binnenspiegel of op de achteruitrijcamera kijken is niet genoeg. Bij achteruitrijden kijk je over je rechterschouder en regelmatig naar voren en opzij.
Oefenvraag
Kies een antwoord
Bekijk het antwoord en de uitleg
Het goede antwoord is B: Ik stop tot de fietser voorbij is en ga daarna verder.
Keren is een bijzondere manoeuvre. Daarbij laat je al het andere verkeer voorgaan. Dat je al bezig bent, verandert daar niets aan. Je stopt dus en keert pas verder als de fietser voorbij is.
Deze vraag hoort bij de les ‘File parkeren en keren’ in Volgas.
Zo voelt een les in Volgas. Daar komt deze vraag terug als je hem fout hebt. Probeer een les zonder te downloaden
Bijzondere manoeuvres in de app
In Volgas oefen je dit hoofdstuk in 6 lessen met samen 27 vragen. Bij elke vraag krijg je uitleg.
- In- en uitstappen
- Wegrijden
- Recht achteruit rijden
- Bocht achteruit
- File parkeren en keren
- Wegrijden op een helling
Wat zegt de wet?
De regels in dit hoofdstuk staan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
- Artikel 28 Geluidssignalen alleen om dreigend gevaar af te wenden
- Artikel 43 Verbod op keren en achteruitrijden op autosnelwegen en autowegen
- Artikel 54 Bijzondere manoeuvres: het overige verkeer voor laten gaan
- Artikel 55 Richting aangeven bij onder meer wegrijden
Veelgestelde vragen
Heb je voorrang als je al aan het keren bent?
Nee. Keren is een bijzondere manoeuvre. Komt er tijdens het keren iemand aan, dan stop je en laat je die eerst voorgaan. Dat je al begonnen bent, maakt niet uit.
Moet je richting aangeven als je wegrijdt?
Ja. Met een auto geef je richting aan als je wegrijdt. Doe dat pas als je hebt gezien dat het veilig kan, vlak voordat je optrekt. Richting aangeven geeft je geen voorrang.
Hoe voorkom je dat je auto terugrolt op een helling?
Gebruik de handrem. Zet de auto in de eerste versnelling, laat de koppeling iets opkomen en geef een beetje gas. Voel je dat de auto vooruit wil, dan laat je de handrem los en geef je meer gas.