Sectie 2, hoofdstuk 1: De weg op
Soorten weggebruikers en de regels die voor hen gelden
Op de weg zijn er voetgangers en bestuurders, en per soort voertuig gelden andere regels. Je leest hier wie wat is, hoe je snorfiets, bromfiets en brommobiel uit elkaar houdt en hoe je omgaat met kwetsbare en bijzondere weggebruikers.
In dit hoofdstuk
- Belangrijkste punten
- Voetgangers
- Scootmobiel, rolstoel en groepen voetgangers
- Fiets, e-bike, snorfiets en speed pedelec
- Bromfiets en brommobiel
- Auto, motor, tractor en vrachtauto
- Aanhangwagens, caravans en opleggers
- Bussen
- Kwetsbare weggebruikers
- Dieren en ruiters
- Militaire colonne en uitvaartstoet
- Andere bijzondere weggebruikers
- Let op op het examen
- Oefenvraag
- Borden in dit hoofdstuk
- Veelgestelde vragen
Belangrijkste punten
- Iedereen die geen voetganger is, is bestuurder. Wie een fiets aan de hand meeneemt of op skates rijdt, volgt de regels voor voetgangers.
- Een scootmobiel op het trottoir volgt de regels voor voetgangers en mag daar niet sneller dan 6 km per uur.
- Een snorfiets heeft een blauw kenteken en volgt meestal de regels voor fietsers. Een bromfiets heeft een geel kenteken en is geen motorvoertuig.
- Een brommobiel is officieel een bromfiets, maar de bestuurder volgt de regels voor motorvoertuigen.
- Blinden en mensen die zich moeilijk voortbewegen laat je altijd voorgaan, ook buiten een zebrapad.
- Een militaire colonne en een uitvaartstoet mag je niet doorsnijden. Het eerste colonnevoertuig voert een blauwe vlag, het laatste een groene.
Voetgangers
Op de weg zijn er twee soorten weggebruikers: voetgangers en bestuurders. De wet houdt het simpel. Iedereen die geen voetganger is, is bestuurder. Een fietser, een ruiter en een automobilist zijn dus allemaal bestuurders.
Loop je en duw of trek je iets mee, zoals een kinderwagen of een fiets aan de hand, dan blijf je voetganger. Dat geldt ook voor mensen op skates, rolschaatsen of een skateboard. Voor hen gelden de regels voor voetgangers.
Voetgangers gebruiken het trottoir of het voetpad. Is dat er niet, dan lopen ze op het fietspad of het fiets/bromfietspad. Ontbreekt dat ook, dan gebruiken ze de berm of de uiterste kant van de rijbaan. De wet zegt niet aan welke kant. Het advies is om tegen het verkeer in te lopen. Dan zien de voetganger en de bestuurder elkaar op tijd.
Voor mensen op skates of een skateboard ligt het net iets anders. Zij mogen kiezen tussen het trottoir, het voetpad, het fietspad en het fiets/bromfietspad. Pas als die er allemaal niet zijn, gaan ze de rijbaan op.
Scootmobiel, rolstoel en groepen voetgangers
Een scootmobiel, een elektrische rolstoel of een klein gesloten wagentje zoals een Canta heet in de wet een gehandicaptenvoertuig. Zo'n voertuig is niet breder dan 1,10 meter. Heeft het een motor, dan kan het niet harder dan 45 km per uur.
Rijdt de bestuurder op het trottoir of het voetpad, dan gelden voor hem de regels voor voetgangers. Dat geldt ook als hij van het ene trottoir naar het andere oversteekt. Op het trottoir mag hij niet sneller dan 6 km per uur, ongeveer wandeltempo. Rijdt hij op het fietspad of de rijbaan, dan gelden de regels voor bestuurders van gehandicaptenvoertuigen.
Een groep voetgangers mag samen de rijbaan gebruiken als die een optocht, een colonne of een uitvaartstoet vormt. Denk aan een parade of een processie. Zolang zo'n groep de rijbaan volgt, gelden dezelfde regels als voor wagens. De groep telt dan dus als bestuurder. Op het trottoir gelden weer de regels voor voetgangers.
Fiets, e-bike, snorfiets en speed pedelec
Een elektrische fiets met trapondersteuning is gewoon een fiets. De motor helpt alleen als je trapt en stopt met helpen bij 25 km per uur. De bestuurder volgt de regels voor fietsers.
Een snorfiets herken je aan de blauwe kentekenplaat. Hij is gebouwd voor maximaal 25 km per uur. Een snorfietser volgt meestal de regels voor fietsers en rijdt dus bijvoorbeeld op het verplichte fietspad. Er zijn wel verschillen. Snorfietsers mogen niet met z'n tweeën naast elkaar rijden. En voor de bestuurder en de passagier van een snorfiets geldt een helmplicht, sinds 1 januari 2023.
Een speed pedelec lijkt op een e-bike, maar de motor blijft helpen boven 25 km per uur. In de wet is het een bromfiets. Hij heeft een geel kenteken, de bestuurder draagt een helm en heeft minimaal rijbewijs AM nodig.
Bromfiets en brommobiel
Een bromfiets heeft een gele kentekenplaat en is gebouwd voor maximaal 45 km per uur. Hoewel hij een motor heeft, is een bromfiets volgens de verkeersregels geen motorvoertuig. Voor bromfietsers gelden eigen regels. Ze rijden bijvoorbeeld op het fiets/bromfietspad en als dat er niet is op de rijbaan.
Een brommobiel is een bromfiets op meer dan twee wielen, met een carrosserie. Denk aan een klein autootje met een geel kenteken. Hij mag niet harder dan 45 km per uur. Toch volgt de bestuurder de regels voor motorvoertuigen. Hij rijdt dus op de rijbaan, net als een auto. Een brommobiel besturen mag vanaf 16 jaar, met rijbewijs AM. Heb je rijbewijs B, dan mag het ook.
Auto, motor, tractor en vrachtauto
Een motorvoertuig is in de wet elk voertuig met een motor dat niet over rails rijdt. Er zijn drie uitzonderingen: de bromfiets, de fiets met trapondersteuning en het gehandicaptenvoertuig. Een personenauto, een motorfiets en een bus zijn dus motorvoertuigen. Maar een tractor en een trolleybus ook. Een tram rijdt over rails en is geen motorvoertuig.
Een motorfiets is een motorvoertuig op twee wielen. Met een zijspan of een aanhangwagen erbij blijft het een motorfiets.
Een vrachtauto is een motorvoertuig dat niet is ingericht om mensen te vervoeren en waarvan de toegestane maximummassa meer dan 3.500 kg is. Is die massa 3.500 kg of minder en is de auto bedoeld voor goederen, dan heet het een bestelauto. Met rijbewijs B mag je een auto besturen met een toegestane maximummassa tot en met 3.500 kg en plaats voor hooguit acht passagiers.
Een gewone personenauto heeft een gele kentekenplaat met zwarte letters en cijfers, en links een blauw vlak met het Europese symbool.
Aanhangwagens, caravans en opleggers
Een caravan is een aanhangwagen. Een oplegger is dat ook, maar die heeft alleen wielen aan de achterkant. De voorkant rust tijdens het rijden op het trekkende voertuig.
Een aanhangwagen of caravan met een toegestane maximummassa tot en met 750 kg heeft geen eigen kenteken. Hij voert een witte kentekenplaat met hetzelfde kenteken als het voertuig dat hem trekt. Is hij zwaarder, dan krijgt hij een eigen kenteken op een gele plaat. Het kenteken van een aanhangwagen begint met een W, dat van een oplegger met een O.
Bussen
Een autobus is een motorvoertuig voor meer dan acht personen, de bestuurder niet meegeteld. Een lijnbus is een bus die rijdt in het openbaar vervoer. Een gelede bus bestaat uit twee delen met een scharnier ertussen, zodat er meer mensen in passen. Een trolleybus rijdt elektrisch en krijgt zijn stroom uit een bovenleiding. Hij rijdt niet over rails. Daarom is een trolleybus een motorvoertuig en geen tram.
Is een weg alleen open voor bestemmingsverkeer? Dan mag je er alleen in als je moet zijn op een adres aan die weg of vlak daarbij, dat je alleen via die weg kunt bereiken. Bestuurders van een lijnbus horen er volgens de wet altijd bij. Wie alleen een kortere route zoekt, hoort er niet bij.
Kwetsbare weggebruikers
Voetgangers, fietsers, snorfietsers en bromfietsers zijn kwetsbaar. Ze hebben geen kooi van staal om zich heen en raken bij een botsing veel sneller ernstig gewond. Houd in hun buurt ruim afstand en rijd rustig.
Kinderen zijn onvoorspelbaar, zeker als ze in een groepje fietsen of samen spelen. Ze kunnen zomaar opzij zwabberen of de weg op rennen. Haal ze rustig in, met veel tussenruimte. Ouderen schatten snelheid soms moeilijker in en reageren trager. Staat er iemand twijfelend bij de stoeprand, minder dan vaart en wacht geduldig af. Toeteren helpt niet, want mensen schrikken ervan. Je claxon gebruik je alleen om dreigend gevaar af te wenden.
Blinden en iedereen die zich moeilijk voortbeweegt, laat je voorgaan. Dat geldt overal, niet alleen bij een zebrapad. De wet noemt daarbij blinden met een witte stok met een of meer rode ringen.
Zie je een fietser met een bordje met een oor erop? Dan hoort die persoon slecht. Hij hoort je niet aankomen. Houd bij het inhalen daarom extra ruimte.
Dieren en ruiters
Wie een paard of ander rijdier of trekdier meevoert, of vee over de weg leidt, is bestuurder. Wie een hond uitlaat, is voetganger.
Een ruiter gebruikt het ruiterpad, aangegeven met bord G9. Is er geen ruiterpad, dan mag hij in de berm of op de rijbaan rijden. Haal je een ruiter in, doe dat dan langzaam en met ongeveer anderhalve meter tussenruimte. Een paard kan onverwacht schrikken.
Kom je een kudde schapen of koeien tegen, rijd dan langzaam voorbij, met een laag toerental en veel ruimte. Toeter niet en geef geen gas om er snel langs te zijn. Dieren schrikken van lawaai en snelle bewegingen.
Militaire colonne en uitvaartstoet
Een militaire colonne is een rij militaire voertuigen onder één commandant. Sinds 1 januari 2025 herken je hem zo:
- het eerste voertuig voert een blauwe vlag links voorop;
- het laatste voertuig voert een groene vlag links voorop;
- de voertuigen daartussen mogen ook een blauwe vlag voeren;
- alle voertuigen rijden dag en nacht met minstens dimlicht aan.
Gekleurde lampen horen daar niet meer bij. Je mag een militaire colonne niet doorsnijden. Wacht dus tot het voertuig met de groene vlag voorbij is. Is de colonne bij groen licht begonnen een verkeerslicht te passeren, dan mag de rest van de colonne doorrijden, ook als het licht intussen van kleur verandert.
Een uitvaartstoet van motorvoertuigen mag je ook niet doorsnijden. Elk voertuig in de stoet voert links en rechts een zwarte driehoekige vlag met witte strepen. Voeren niet alle voertuigen die vlaggen, dan is het in de wet geen uitvaartstoet. De bijzondere regels gelden dan niet.
Andere bijzondere weggebruikers
Een auto met geel zwaailicht of geel knipperlicht is geen voorrangsvoertuig. Zulk licht zie je bijvoorbeeld bij werk aan de weg of bij auto's die uitzonderlijk vervoer begeleiden, zoals een heel brede of zware lading. Het gele licht vraagt vooral om aandacht. Voorrang geef je alleen aan een voertuig met blauw zwaai-, flits- of knipperlicht en een tweetonige hoorn. Geeft een transportbegeleider met een verlicht bord op zijn auto een aanwijzing, dan volg je die wel op.
Soms staan er gele poppetjes langs de weg, bij een school of in een straat waar kinderen spelen. Zo'n figuur heet Victor Veilig. Het is geen verkeersbord, maar een seintje dat je hier op kinderen moet rekenen.
Voertuigen zoals een Segway of een Stint zijn bijzondere bromfietsen. Ze mogen alleen de openbare weg op als ze daar officieel voor zijn toegelaten.
Let op op het examen
- Een e-bike waarvan de motor stopt met helpen bij 25 km per uur, is gewoon een fiets. Een speed pedelec is een bromfiets, met geel kenteken en helmplicht.
- Een tractor en een trolleybus zijn motorvoertuigen. Een bromfiets is dat niet, ook al heeft hij een motor.
- Wie een paard aan de hand meevoert, is bestuurder. Wie een hond uitlaat, is voetganger.
- Een auto met geel zwaailicht is geen voorrangsvoertuig. Voorrang geef je aan een voertuig met blauw zwaai-, flits- of knipperlicht en een tweetonige hoorn.
Oefenvraag
Kies een antwoord
Bekijk het antwoord en de uitleg
Het goede antwoord is B: Alleen op het trottoir of voetpad en bij het oversteken van trottoir naar trottoir.
Een scootmobiel is een gehandicaptenvoertuig. Op het trottoir en het voetpad, en als de bestuurder van het ene trottoir naar het andere oversteekt, gelden de regels voor voetgangers. Op het fietspad of de rijbaan gelden de regels voor bestuurders van gehandicaptenvoertuigen.
Deze vraag hoort bij de les ‘Invaliden en groepen’ in Volgas.
Zo voelt een les in Volgas. Daar komt deze vraag terug als je hem fout hebt. Probeer een les zonder te downloaden
Borden in dit hoofdstuk
-
G9
Ruiterpad
Weggebruikers in de app
In Volgas oefen je dit hoofdstuk in 10 lessen met samen 46 vragen. Bij elke vraag krijg je uitleg.
- Voetgangers
- Invaliden en groepen
- Fiets en snorfiets
- Bromfiets en brommobiel
- Auto, motor en vracht
- Aanhangers en opleggers
- Bussen
- Kwetsbare weggebruikers
- Dieren en ruiters
- Speciale weggebruikers
Wat zegt de wet?
De regels in dit hoofdstuk staan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
- Artikel 1 Wat bestuurders, motorvoertuigen, brommobielen, snorfietsen, speed pedelecs, autobussen, vrachtauto's en bestemmingsverkeer zijn
- Artikel 2, 2a en 2b Voetgangersregels voor gehandicaptenvoertuigen op het trottoir, fiets aan de hand en skates; stoeten op de rijbaan; brommobiel en snorfiets
- Artikel 3 en 4 Snorfietsers niet naast elkaar; waar voetgangers en skaters lopen
- Artikel 8 en 9 Ruiters op het ruiterpad, de berm of de rijbaan; stoeten van voetgangers op de rijbaan
- Artikel 16 Militaire colonnes en uitvaartstoeten niet doorsnijden
- Artikel 20 en 22 6 km per uur op het trottoir, 45 km per uur voor de brommobiel en 25 km per uur voor de snorfiets
- Artikel 28 Geluidssignalen alleen om dreigend gevaar af te wenden
- Artikel 29, 30 en 30c Blauw en geel zwaailicht en het herkenningsteken van een uitvaartstoet
- Artikel 49 Blinden en mensen die zich moeilijk voortbewegen voor laten gaan
- Artikel 60 Helmplicht op bromfiets, snorfiets en motorfiets
- Artikel 68 Een militaire colonne die bij groen licht begon te passeren, mag doorrijden
- Artikel 82a Aanwijzingen op verlichte borden van transportbegeleiders opvolgen
Veelgestelde vragen
Is een bromfiets een motorvoertuig?
Nee. Een bromfiets heeft wel een motor, maar valt in de verkeersregels niet onder de motorvoertuigen. Voor bromfietsers gelden eigen regels. Een brommobiel is ook een bromfiets, maar de bestuurder daarvan volgt wel de regels voor motorvoertuigen.
Wat is het verschil tussen een snorfiets en een bromfiets?
Een snorfiets is gebouwd voor maximaal 25 km per uur en heeft een blauw kenteken. Een bromfiets gaat tot 45 km per uur en heeft een geel kenteken. Een snorfietser volgt meestal de regels voor fietsers, een bromfietser niet. Op allebei draag je een helm.
Mag ik met rijbewijs B een brommobiel besturen?
Ja. Wie een rijbewijs B krijgt, krijgt daarbij ook de bevoegdheid voor AM. Zonder rijbewijs B mag je een brommobiel besturen vanaf 16 jaar, met rijbewijs AM.
Bronnen
- Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
- Reglement rijbewijzen, artikel 5 en 19b
- Regeling herkenningstekens militaire colonne
- Besluit herkenningsteken uitvaartstoet van motorvoertuigen
- RDW: soorten kentekenplaten voor aanhangwagens
- RDW: het kenteken op de plaat van aanhangwagens en opleggers