In dit hoofdstuk
  1. Belangrijkste punten
  2. Inhalen: links is de regel
  3. Waar je niet mag inhalen
  4. Veilig inhalen
  5. Inhalen buiten de bebouwde kom
  6. Maximumsnelheid binnen de bebouwde kom
  7. Maximumsnelheid buiten de bebouwde kom
  8. Adviessnelheid en matrixborden
  9. Stopafstand en remweg
  10. Afstand houden: de twee-secondenregel
  11. Stilstaan of parkeren?
  12. Parkeerverboden en stilstaanverboden
  13. Parkeerschijfzone
  14. Let op op het examen
  15. Oefenvraag
  16. Borden in dit hoofdstuk
  17. Veelgestelde vragen

Belangrijkste punten

  • Je haalt links in. Iemand die links is voorgesorteerd en richting naar links aangeeft, haal je rechts in. Rechts inhalen mag ook bij een tram, in een file, rechts van een blokmarkering en vlak voor of op een rotonde.
  • Vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats mag je nooit inhalen, ook niet als er niemand oversteekt.
  • Een auto mag binnen de bebouwde kom 50 km per uur, buiten de kom 80, op een autoweg 100 en op een autosnelweg 130, tenzij borden iets anders aangeven.
  • Geven een matrixbord en een gewoon bord allebei een maximumsnelheid aan, dan geldt de laagste.
  • Je stopafstand is je reactieafstand plus je remafstand. Rijd je twee keer zo hard, dan wordt je remafstand ongeveer vier keer zo lang.
  • Langs een gele onderbroken streep mag je niet parkeren. Langs een gele doorgetrokken streep mag je zelfs niet stilstaan.

Je haalt andere bestuurders links in. Dat is de hoofdregel. Inhalen gaat over voertuigen die rijden. Rijd je langs een auto die stilstaat of langs een obstakel, dan heet dat voorbijgaan.

In een paar situaties haal je rechts in:

  • Iemand heeft links voorgesorteerd en geeft richting naar links aan. Die bestuurder haal je rechts in. Dat is geen keuze, het moet.
  • Een tram mag je rechts inhalen.
  • In een file die meer rijstroken in dezelfde richting beslaat, hoef je niet op de meest rechtse strook te blijven. Gaat de rechterrij sneller, dan mag je rechts blijven rijden.
  • Rechts van een blokmarkering, zoals op een invoegstrook of uitrijstrook, mag je bestuurders die links van die markering rijden rechts inhalen.
  • Vlak voor en op een rotonde is rechts inhalen toegestaan.

Voor fietsers geldt iets anders. Zij halen elkaar links in, maar mogen andere bestuurders rechts inhalen.

Waar je niet mag inhalen

Vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats mag je nooit een voertuig inhalen. Ook niet als er op dat moment niemand wil oversteken.

Over een doorgetrokken streep tussen rijstroken mag je niet heen, dus ook niet om in te halen. Liggen er een doorgetrokken en een onderbroken streep naast elkaar, dan telt de streep aan jouw kant. Is die onderbroken, dan mag je erover als het verder veilig is.

Bord F1 is een rond bord met een rode en een zwarte auto. Het verbiedt motorvoertuigen om elkaar in te halen. Een fietser of bromfietser is geen motorvoertuig. Die mag je daar dus wel inhalen, zolang je daarvoor niet over een doorgetrokken streep hoeft.

Een geel knipperlicht langs de weg waarschuwt voor een gevaarlijk punt. Staat er geen inhaalverbod, dan is inhalen daar toch niet verstandig.

Veilig inhalen

Kijk voordat je uitwijkt eerst in je binnenspiegel, dan in je buitenspiegel en daarna over je linkerschouder in de dode hoek. Geef richting aan. Van rijstrook wisselen is een bijzondere manoeuvre. Het verkeer dat al op die rijstrook rijdt, laat je voorgaan.

Hoe kleiner het verschil in snelheid met je voorligger, hoe langer het inhalen duurt. Je mag daarbij niet harder dan de maximumsnelheid, ook niet even om sneller klaar te zijn. Lukt het inhalen niet binnen de limiet, dan haal je niet in.

Ga pas terug naar rechts als je de ingehaalde auto in je binnenspiegel ziet. Geef richting aan en voeg rustig in.

Inhalen buiten de bebouwde kom

Op een weg met één rijbaan voor beide richtingen let je op meer dan alleen tegenliggers. Is de weg breed genoeg? Is het wegdek goed genoeg? Houd ook genoeg ruimte achter je voorligger. Dan zie je wat hij doet en kun je uitwijken als hij plotseling remt.

Twijfel je halverwege of je het redt voor een tegenligger? Zet dan niet door. Laat je terugvallen achter je voorligger en wacht op een beter moment.

Maximumsnelheid binnen de bebouwde kom

Binnen de bebouwde kom mag je met de auto maximaal 50 km per uur, tenzij borden iets anders aangeven. Een andere maximumsnelheid zie je op bord A1.

Staat boven het bord het woord 'zone', dan geldt het bord in het hele gebied. De regel houdt pas op bij het bord dat het einde van de zone aangeeft. Een kruispunt heft een 30 km-zone dus niet op.

Voor bromfietsers geldt binnen de kom 30 km per uur op het fiets/bromfietspad en 45 km per uur op de rijbaan. Buiten de kom is dat 40 op het fiets/bromfietspad en 45 op de rijbaan.

Op een erf (bord G5) mag je niet harder dan 15 km per uur. Voetgangers mogen daar de hele breedte van de weg gebruiken. Reken dus op spelende kinderen.

Maximumsnelheid buiten de bebouwde kom

Buiten de bebouwde kom gelden voor de auto deze maximumsnelheden, tenzij borden iets anders zeggen:

  • op een gewone weg 80 km per uur;
  • op een autoweg (bord G3) 100 km per uur;
  • op een autosnelweg (bord G1) 130 km per uur.

Op de meeste autosnelwegen staat sinds 16 maart 2020 overdag, van 06.00 tot 19.00 uur, maximaal 100 km per uur op de borden. Op een paar trajecten mag je sinds april 2025 ook overdag weer 130. 's Avonds en 's nachts mag het vaak harder. Kijk dus altijd naar de borden.

Rijd je met een aanhangwagen met een toegestane maximummassa tot en met 3.500 kg, dan mag je nooit harder dan 90 km per uur. Ook niet als er 100 of 130 op het bord staat. De laagste snelheid geldt.

Een weg buiten de kom met onderbroken strepen langs de kanten en geen streep in het midden is meestal een 60 km-weg. Daar kun je fietsers, bromfietsers en landbouwverkeer op de rijbaan tegenkomen. Het bord met de maximumsnelheid blijft altijd leidend.

Adviessnelheid en matrixborden

Bord A4 is een blauw vierkant bord met een wit getal. Het geeft een adviessnelheid. Dat is geen verplichting. Blijf je onder de maximumsnelheid, dan overtreed je geen regel. Toch staat het bord er met een reden, bijvoorbeeld voor een scherpe bocht. Neem het advies dus serieus.

Een snelheid op een matrixbord boven de weg (bord A3) is wel verplicht. Een matrixbord is een echt verkeersbord. Geven een matrixbord en een bord langs de weg allebei een maximumsnelheid aan, dan geldt de laagste. Staat er 90 op het matrixbord en 100 op het bord langs de weg, dan mag je dus maximaal 90.

Stopafstand en remweg

Je moet altijd kunnen stoppen binnen de afstand die je kunt overzien en die vrij is. Dat staat in de wet. Daarom helpt het om te weten hoeveel meter je nodig hebt.

Je stopafstand bestaat uit twee delen:

  • de reactieafstand: de meters die je aflegt tussen het zien van gevaar en het intrappen van de rem;
  • de remafstand: de meters vanaf het moment dat je remt tot je stilstaat.

Twee ezelsbruggetjes helpen je rekenen:

  • Meters per seconde. Deel je snelheid door 10 en doe dat keer 3. Bij 50 km per uur is dat 5 keer 3, dus ongeveer 15 meter per seconde.
  • Remafstand. Deel je snelheid door 10, doe dat getal keer zichzelf en deel de uitkomst door 2. Bij 80 km per uur is dat 8 keer 8 is 64, gedeeld door 2 is 32 meter.

De remafstand groeit met het kwadraat van je snelheid. Rijd je twee keer zo hard, dan wordt je remafstand ongeveer vier keer zo lang.

Je stopafstand wordt langer door een nat of glad wegdek, een zware lading en alles wat je reactie vertraagt, zoals vermoeidheid, alcohol, drugs of medicijnen. Goede banden met genoeg profiel maken je remafstand juist korter.

Afstand houden: de twee-secondenregel

Houd zoveel afstand tot je voorligger als je in twee seconden aflegt. Met het ezelsbruggetje is dat bij 100 km per uur ongeveer 60 meter.

Zo meet je het. Kies een vast punt langs de weg, zoals een paaltje of een brugpijler. Begin te tellen zodra je voorligger dat punt passeert. Ben je er zelf voordat er twee seconden voorbij zijn, dan rijd je te dicht op je voorligger.

Bij regen, een slecht wegdek of slecht zicht wordt je remweg langer. Houd dan meer dan twee seconden afstand. Ruim afstand houden helpt ook anderen. Een bestuurder die inhaalt, kan dan veilig tussen jou en je voorligger terugkeren.

Stilstaan of parkeren?

Stilstaan is je auto stilzetten om iemand meteen te laten in- of uitstappen, of om meteen goederen te laden of te lossen. Sta je langer stil dan daarvoor nodig is, of doe je iets anders, dan parkeer je. Even een boodschap doen of een tijd op een vriend wachten is dus parkeren. Het gaat om wat je doet, niet om hoe kort het duurt.

Langs de stoeprand zie je soms gele strepen:

  • Gele onderbroken streep. Hier mag je niet parkeren. Stilstaan om iemand te laten in- of uitstappen of om te laden en te lossen mag wel.
  • Gele doorgetrokken streep. Hier mag je niet eens stilstaan, en dus ook niet parkeren.

Parkeren op het trottoir, het voetpad of het fietspad mag niet, ook niet als je niemand hindert. Alleen een bord kan daar een uitzondering op maken. Is een parkeerplaats met bord E4 verdeeld in vakken, dan parkeer je in een vak.

Parkeerverboden en stilstaanverboden

Op deze plekken mag je niet parkeren:

  • binnen vijf meter van een kruispunt;
  • voor een inrit of uitrit, ook niet voor je eigen oprit;
  • buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;
  • langs een gele onderbroken streep;
  • dubbel, dus naast een auto die er al geparkeerd staat.

Stilstaan mag onder meer niet op een kruispunt of een overweg, op een oversteekplaats of binnen vijf meter daarvan, op een fietsstrook en in een tunnel.

Bord E1 is een parkeerverbod. Kort stilstaan om iemand te laten in- of uitstappen of om te laden en te lossen mag daar nog wel. Bord E2 verbiedt ook dat: je mag er helemaal niet stilstaan. Beide borden gelden alleen voor de kant van de weg waar ze staan.

Parkeerschijfzone

In een parkeerschijfzone (bord E10) mag je alleen parkeren op plekken die als parkeerplaats zijn aangegeven of die een blauwe streep hebben. Parkeer je een auto langs een blauwe streep, dan leg je een parkeerschijf goed zichtbaar achter de voorruit. Zet de schijf op het tijdstip waarop je aankwam. Je mag naar boven afronden, op het eerstvolgende hele of halve uur. De parkeerduur die op het bord staat, mag je niet overschrijden.

Let op op het examen

  • Een adviessnelheid op bord A4 is geen verplichting. Een snelheid op een matrixbord (bord A3) wel.
  • Ook voor je eigen inrit mag je niet parkeren.
  • Even de auto uit voor een snelle boodschap is parkeren, geen stilstaan. Het gaat om wat je doet, niet om hoe kort het duurt.
  • Bij bord F1 mogen motorvoertuigen elkaar niet inhalen. Een fietser of bromfietser mag je daar wel inhalen, als je daarvoor niet over een doorgetrokken streep hoeft.

Oefenvraag

Kies een antwoord

In welke situatie moet je juist rechts inhalen?
Bekijk het antwoord en de uitleg

Het goede antwoord is A: Bij een bestuurder die links heeft voorgesorteerd en richting naar links aangeeft.

Heeft een bestuurder links voorgesorteerd en geeft hij richting naar links aan, dan haal je hem rechts in. Dat is geen keuze, de wet schrijft het voor. Doe het alleen als er genoeg ruimte is en het veilig kan. Een langzame vrachtwagen haal je gewoon links in.

Deze vraag hoort bij de les ‘Wanneer inhalen’ in Volgas.

Zo voelt een les in Volgas. Daar komt deze vraag terug als je hem fout hebt. Probeer een les zonder te downloaden

Borden in dit hoofdstuk

Inhalen, snelheid en parkeren in de app

In Volgas oefen je dit hoofdstuk in 11 lessen met samen 49 vragen. Bij elke vraag krijg je uitleg.

  1. Wanneer inhalen
  2. Inhaalverboden
  3. Inhaalafstand en aandacht
  4. Inhalen buiten de kom
  5. Snelheid binnen de kom
  6. Snelheid buiten de kom
  7. Advies en matrixborden
  8. Stopafstand en remweg
  9. Afstand houden
  10. Stilstaan of parkeren
  11. Parkeer- en stilstaanverboden

Wat zegt de wet?

De regels in dit hoofdstuk staan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

Veelgestelde vragen

Wanneer mag je rechts inhalen?

Een bestuurder die links is voorgesorteerd en richting naar links aangeeft, haal je rechts in. Verder mag rechts inhalen bij een tram, in een file over meer rijstroken, rechts van een blokmarkering en vlak voor of op een rotonde. In alle andere gevallen haal je links in.

Hoe hard mag je op de snelweg?

De wet noemt 130 km per uur. Op de meeste autosnelwegen staat overdag, van 06.00 tot 19.00 uur, maximaal 100 km per uur op de borden. 's Avonds en 's nachts mag het vaak harder, en op een paar trajecten ook overdag. Wat op de borden staat, geldt.

Wat is het verschil tussen stilstaan en parkeren?

Stilstaan is je auto stilzetten om meteen iemand te laten in- of uitstappen of om meteen te laden of te lossen. Sta je langer stil dan daarvoor nodig is, of doe je iets anders, dan parkeer je. Een korte boodschap doen is dus parkeren.

Bronnen

  1. Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
  2. Rijksoverheid: overdag weer 130 km per uur op een aantal snelwegen (14 april 2025)