Sectie 5, hoofdstuk 3: Veilig rijden
Pech, overwegen en ongevallen: wat moet je doen?
Wat doe je als je auto stil komt te staan, als je een overweg nadert of als je bij een ongeluk bent? Je leest hier de regels voor pech, de gevarendriehoek en overwegen, en hoe je met PAMAN en ABS hulp verleent.
In dit hoofdstuk
Belangrijkste punten
- Bij pech zet je je alarmlichten aan. Op de snelweg stap je uit aan de rechterkant, weg van het verkeer, en wacht je achter de vangrail.
- Een gevarendriehoek hoef je niet bij je te hebben. Plaats je hem, dan zet je hem op ongeveer 30 meter van je auto, aan de kant van het naderende verkeer.
- Stilstaan op een overweg is verboden. Rijd er alleen op als je direct door kunt en de overweg helemaal vrijmaakt.
- Na een ongeval met letsel of schade rijd je niet zomaar door. De ander moet kunnen vaststellen wie je bent en met welk voertuig je reed.
- PAMAN is de volgorde bij een ongeval: Persoonlijke veiligheid, Attenderen, Markeren, Alarmeren en Noodzakelijke eerste hulp.
- Een slachtoffer controleer je met ABS: Ademhaling, Botbreuken en bloedingen, en Shock.
Pech onderweg
Krijg je pech, zet dan meteen je alarmlichten aan. Zo zien andere bestuurders dat er iets aan de hand is.
Staat je auto stil als een obstakel dat naderende bestuurders niet op tijd kunnen zien? Dan moet je hem aanduiden. Dat doe je met je alarmlichten of met een gevarendriehoek.
Pech op de snelweg
Op de snelweg gaat je eigen veiligheid voor alles. Kruip niet meteen onder de auto om te kijken wat er kapot is. En blijf ook niet in de auto zitten wachten tot er iemand stopt. Doe dit:
- Zet je alarmlichten aan.
- Stap uit aan de rechterkant, weg van het verkeer.
- Ga achter de vangrail staan en wacht daar op hulp.
Wat moet er in je auto?
Een brandblusser, een verbandtrommel, een gevarendriehoek en reservelampen zijn in een personenauto niet verplicht. Ze zijn wel heel handig om bij je te hebben.
De gevarendriehoek
Werken je alarmlichten, dan hoef je geen gevarendriehoek te plaatsen. Werken ze niet, dan zet je de driehoek alsnog neer.
Zet de driehoek goed zichtbaar op de weg, op ongeveer 30 meter van je auto. Plaats hem aan de kant van het verkeer waarvoor je auto gevaar oplevert. Dat is het verkeer dat jou anders niet op tijd zou zien. Vlak achter je auto helpt een driehoek te weinig.
Sta je net na een bocht? Zet de driehoek dan vóór de bocht. Zo ziet het naderende verkeer op tijd dat er iets op de weg staat.
Overwegen
Een overweg is een kruising van een weg met een spoorweg. In de wet gaat het om een kruising die is aangegeven met een andreaskruis:
- J12, een enkel andreaskruis: een overweg met één spoor.
- J13, een dubbel andreaskruis: een overweg met twee of meer sporen.
Stilstaan op een overweg is verboden. Ook even stoppen om iemand in of uit te laten stappen mag daar niet. Rijd een overweg alleen op als je direct door kunt rijden en de overweg helemaal kunt vrijmaken. Staat het verkeer na de overweg stil, dan wacht je ervoor. Een trein laat je altijd voorgaan.
Borden en bakens voor de overweg
Voor een overweg kun je een waarschuwingsbord tegenkomen:
- J10: overweg met slagbomen.
- J11: overweg zonder slagbomen.
Soms staan er ook bakens met schuine rode strepen langs de weg. Elke streep staat voor ongeveer 80 meter. Drie strepen betekent dus nog ongeveer 240 meter tot de overweg. Bij twee strepen is dat 160 meter en bij één streep 80 meter.
Beveiligd of onbeveiligd
Een beveiligde overweg heeft knipperlichten en bellen, vaak met spoorbomen erbij. Bij de lichten van een overweg betekent een rood knipperlicht stop. Een wit knipperlicht betekent dat er geen trein nadert.
Ook bij een beveiligde overweg kijk je nog even zelf. Knipperen de lichten niet en zijn de bomen open, dan is dat geen garantie. Techniek kan falen.
Een onbeveiligde overweg heeft geen lichten, bellen of bomen. Daar controleer je zelf of er een trein aankomt. Minder vaart, kijk goed en luister. Steek pas over als je zeker weet dat het veilig is.
Bij een ongeval
Ben je betrokken bij een ongeval waarbij iemand gewond raakt of schade heeft? Dan mag je niet zomaar doorrijden, ook niet als het alleen om blikschade gaat. Je stopt en je zorgt dat de ander kan vaststellen wie je bent en met welk voertuig je reed. Een gewonde laat je nooit hulpeloos achter.
Alleen blikschade? Rijd dan naar de dichtstbijzijnde veilige plek, zoals een parkeerplaats. Vul daar samen het schadeformulier in. Midden op de weg houd je het verkeer onnodig op.
Schade aan een geparkeerde auto? Kun je de eigenaar niet binnen redelijke tijd vinden, laat dan je naam en adres achter bij de auto. Meld het ongeval ook bij de politie.
Een ongevalsplek naderen
Kom je bij een plek waar net een ongeval is gebeurd? Verminder je snelheid en let extra goed op. Andere bestuurders remmen soms plotseling af of wijken uit, vaak uit nieuwsgierigheid. En er kunnen mensen op de rijbaan lopen.
PAMAN: hulp verlenen in de goede volgorde
Kom je bij een ongeval, dan helpt het ezelsbruggetje PAMAN. Je doet de stappen in deze volgorde:
- Persoonlijke veiligheid. Zorg eerst dat jij en de omstanders veilig zijn.
- Attenderen. Waarschuw het overige verkeer.
- Markeren. Maak de plek van het ongeval duidelijk zichtbaar.
- Alarmeren. Bel 1-1-2.
- Noodzakelijke eerste hulp. Verleen de hulp die nodig is, tot de hulpdiensten er zijn.
Je belt dus eerst 1-1-2 en verleent daarna eerste hulp. Zo zijn de hulpdiensten zo snel mogelijk onderweg.
Aan de telefoon wil de centralist vooral drie dingen weten: waar het ongeval is, wat er is gebeurd en hoeveel gewonden er zijn. Daarmee kan de juiste hulp vertrekken.
Eerste hulp met ABS
Bij een slachtoffer controleer je met ABS hoe het ervoor staat:
- Ademhaling. Ademt de persoon nog? Dit controleer je als eerste. Zonder ademhaling komt er geen zuurstof in het bloed. Binnen enkele minuten is er dan levensgevaar.
- Botbreuken en bloedingen. Zijn er botbreuken of bloedingen?
- Shock. Is er sprake van shock? Een slachtoffer in shock is bleek en voelt koud aan.
Shock betekent bij eerste hulp niet dat iemand erg geschrokken is. Het gaat om een lichamelijke toestand, die je aan het lichaam kunt zien.
Stabiele zijligging
Is een slachtoffer bewusteloos, maar ademt hij wel rustig? Leg hem dan in stabiele zijligging. Zo blijven de luchtwegen vrij. Bloed, slijm of braaksel kan uit de mond lopen en de tong zakt niet naar achteren.
Kijk voordat je hem op zijn zij legt eerst of er niets in de mond zit dat de ademhaling hindert, zoals eten of een kunstgebit. Maak ook knellende kleding los.
Ligt het slachtoffer eenmaal op zijn zij, blijf dan zijn ademhaling controleren. Dat doe je tot de hulpdiensten het van je overnemen.
Bloedingen en brandwonden
Een slagaderlijke bloeding herken je aan bloed dat op het ritme van het hart uit de wond spuit. Dat is gevaarlijk, want er gaat snel veel bloed verloren. Zit zo'n bloeding aan een arm, dan kun je de slagader dichtdrukken. Dat doe je tussen het hart en de wond, het liefst tegen een bot aan. Zo stop je de aanvoer van bloed naar de wond.
Een ernstig bloedende wond dek je af met steriel snelverband. Let op dat de knoop niet op de wond komt, anders werkt het drukverband niet goed.
Een brandwond koel je ongeveer 10 minuten met lauw, zacht stromend leidingwater. Koel alleen de wond, niet het hele lichaam. Smeer er nooit iets op, ook geen zalf of tandpasta. Na het koelen dek je de wond af met schone folie of een schone doek.
Botbreuken
Denk je dat iemand iets gebroken heeft? Beweeg het lichaamsdeel dan niet. Scherpe stukken bot kunnen anders nog meer letsel geven. Trek een been dus niet recht, doe geen schoen uit en laat het slachtoffer niet opstaan.
Stel het slachtoffer gerust. Iemand die in paniek is, beweegt meer en loopt dus meer risico. Een botbreuk is altijd ernstig: waarschuw een arts of bel 1-1-2 voor een ambulance.
Let op op het examen
- Werken je alarmlichten, dan hoeft de gevarendriehoek niet. Een driehoek is ook niet verplicht om mee te nemen.
- Open bomen en lichten die niet knipperen, zijn bij een overweg geen garantie. Kijk en luister altijd zelf.
- Bij PAMAN bel je eerst 1-1-2 en verleen je daarna eerste hulp, niet andersom.
- Shock betekent bij eerste hulp niet dat iemand erg geschrokken is. Het is een lichamelijke toestand.
Oefenvraag
Kies een antwoord
Bekijk het antwoord en de uitleg
Het goede antwoord is B: Circa 30 meter.
Je zet de gevarendriehoek goed zichtbaar op ongeveer 30 meter van je auto. Je plaatst hem aan de kant van het verkeer dat jouw auto anders niet op tijd zou zien. Vlak achter de auto helpt hij te weinig.
Deze vraag hoort bij de les ‘Gevarendriehoek’ in Volgas.
Zo voelt een les in Volgas. Daar komt deze vraag terug als je hem fout hebt. Probeer een les zonder te downloaden
Borden in dit hoofdstuk
-
J10, uitleg bekijken
Overweg met slagbomen -
J11, uitleg bekijken
Overweg zonder slagbomen -
J12, uitleg bekijken
Overweg met enkel spoor -
J13
Overweg met twee of meer sporen
Pech en noodgevallen in de app
In Volgas oefen je dit hoofdstuk in 10 lessen met samen 42 vragen. Bij elke vraag krijg je uitleg.
- Pech onderweg
- Gevarendriehoek
- Overwegen
- Beveiligd of niet
- Bij een ongeval
- PAMAN
- Eerste hulp: ABS
- Stabiele zijligging
- Bloedingen en brandwonden
- Breuken
Wat zegt de wet?
De regels in dit hoofdstuk staan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
- Artikel 1 Begrip overweg: een kruising van weg en spoorweg met bord J12 of J13
- Artikel 15a Een overweg alleen opgaan als je hem geheel kunt vrijmaken en een trein voor laten gaan
- Artikel 23 Verbod om stil te staan op een overweg
- Artikel 58 Gevarendriehoek op ongeveer 30 meter, niet nodig als je alarmlichten voert
- Artikel 71 Overweglichten: wit knipperlicht en rood knipperlicht
Veelgestelde vragen
Is een gevarendriehoek verplicht in de auto?
Nee, je hoeft hem niet bij je te hebben. Maar staat je auto stil als obstakel dat anderen niet op tijd zien en werken je alarmlichten niet? Dan moet je een gevarendriehoek plaatsen. Daarom is het slim er een mee te nemen.
Waar staat PAMAN voor?
PAMAN staat voor Persoonlijke veiligheid, Attenderen, Markeren, Alarmeren en Noodzakelijke eerste hulp. Het is de volgorde waarin je hulp verleent bij een ongeval. Je belt dus eerst 1-1-2 en verleent daarna eerste hulp.
Mag je doorrijden na een ongeval met alleen blikschade?
Nee. Ook bij alleen schade stop je, zodat de ander kan vaststellen wie je bent en met welk voertuig je reed. Is de eigenaar van een geparkeerde auto niet te vinden, laat dan je naam en adres achter en meld het bij de politie.