Bij blauwe borden zegt de vorm niet altijd of iets moet

De vorm van een blauw bord helpt bij het herkennen, maar geeft geen zekerheid over de betekenis. Ook rechthoekige borden kunnen regels opleggen. Kijk bijvoorbeeld naar het erf of de parkeerplaats voor vergunninghouders.

In dit artikel
  1. De wet ordent borden op onderwerp
  2. Rond en blauw: meestal moet je iets
  3. Rechthoekig en blauw, en toch regels
  4. Rechthoekig en blauw als advies
  5. Lees het bord, niet alleen de vorm

Je fietst een woonwijk in en ziet een rechthoekig blauw bord met een huis en een auto erop. Dat bord geeft een erf aan. Vanaf die plek gelden de regels voor het erf, hoewel het bord geen rode rand of ronde vorm heeft.

Als geheugensteun wordt vaak gebruikt dat ronde blauwe borden een gebod aangeven en rechthoekige blauwe borden informatie geven. Die indeling staat niet in de wet en kent uitzonderingen. Je moet daarom ook de betekenis van het bord zelf kennen.

De wet ordent borden op onderwerp

Bijlage 1 van het RVV 1990 deelt de borden niet in naar vorm of kleur. De hoofdstukken heten naar wat een bord regelt: A gaat over snelheid, D over rijrichting, E over parkeren en stilstaan, F over overige geboden en verboden, G over verkeersregels en L over informatie. In hoofdstuk A, F en G staan ronde en rechthoekige borden door elkaar.

Wat telt is artikel 62: je volgt verkeerstekens op die een gebod of verbod inhouden. Of een bord dat doet, lees je af aan de omschrijving in bijlage 1 en soms aan een artikel elders in het RVV. De vorm helpt je alleen raden.

Rond en blauw: meestal moet je iets

Hier klopt de vuistregel het best. De gebodsborden uit serie D zijn rond en blauw met een witte pijl, en de omschrijvingen spreken voor zich: D2 gebiedt je het bord te passeren aan de kant van de pijl, D4 tot en met D7 geven een rijrichting die je moet volgen.

Ook de borden voor een eigen baan zijn rond en blauw. Het verplichte fietspad G11 hoort daarbij, net als het fiets/bromfietspad G12a. Artikel 5 en 6 maken ze echt verplicht: fietsers gebruiken het verplichte fietspad of het fiets/bromfietspad, bromfietsers het fiets/bromfietspad. Het busbaanbord F13 is in bijlage 1 eveneens een rond blauw bord, met een bus erop. De omschrijving zegt dat de rijbaan of strook uitsluitend voor lijnbussen bedoeld is. Wie daar met de auto op rijdt, negeert dus een rond bord en geen informatiebord.

Er zijn ook ronde blauwe borden die ruimte laten of een plicht beƫindigen:

  • D3, met twee schuine pijlen naar beneden. Volgens bijlage 1 mag je dit bord aan beide zijden voorbij.
  • Eindeborden zoals G12 (einde verplicht fietspad) en F14 (einde busbaan of busstrook). Ze zijn rond en blauw met een rode streep erdoor, en heffen een plicht op in plaats van er een op te leggen.

Rechthoekig en blauw, en toch regels

Hier gaat de vuistregel het vaakst mis. Een paar rechthoekige blauwe borden zetten regels in werking die elders in het RVV staan.

Bord Wat bijlage 1 zegt Wat er dan geldt
G5 Erf Voetgangers mogen de hele breedte van de weg gebruiken, je rijdt hooguit 15 km per uur en met een motorvoertuig parkeer je alleen op aangegeven plaatsen (artikel 44 tot en met 46)
G1 en G3 Autosnelweg, autoweg Alleen voor motorvoertuigen die minstens 60 of 50 km per uur mogen en kunnen rijden; niet keren, niet achteruit, niet stilstaan op de rijbaan (artikel 42 en 43)
E9 Parkeergelegenheid alleen voor vergunninghouders Zonder vergunning voor die plek mag je er niet parkeren (artikel 24, eerste lid, onder g)

Ook het gewone parkeerbord E4 brengt regels mee: zijn er parkeervakken, dan parkeer je alleen in die vakken (artikel 24, vierde lid).

Dan zijn er de rijstrookborden L11 en L12: rechthoekig, blauw en uit het hoofdstuk Informatie. Volgens bijlage 1 geldt het verkeersbord dat erin staat alleen voor de aangegeven rijstrook of rijstroken, wat artikel 65, eerste lid, mogelijk maakt. Is dat bord zelf een gebod of verbod, dan geldt dat gewoon, voor die strook.

Rechthoekig en blauw als advies

Waar de vuistregel wel klopt, is bij borden die je iets aanraden of iets vertellen.

Bord A4 is een vierkant blauw bord met een snelheid erop, en bijlage 1 noemt het een adviessnelheid. Het is dus geen maximum. Artikel 19 blijft wel gelden: je moet altijd kunnen stoppen binnen de afstand die je overziet en die vrij is.

G13 is een smal rechthoekig bord met het woord "fietspad": een onverplicht fietspad, dat fietsers volgens artikel 5, derde lid, mogen gebruiken maar niet hoeven.

Bij de informatieborden uit serie L wijst L2 een voetgangersoversteekplaats aan. L4 gaat over voorsorteren en L8 meldt een doodlopende weg. De omschrijvingen van deze borden bevatten geen gebod of verbod; ze vertellen je wat er komt.

Lees het bord, niet alleen de vorm

Twijfel je bij een examenvraag, kijk dan naar wat er in het blauwe vlak staat in plaats van naar de rand.

  1. Staat er een pijl of een voertuig in een rond blauw bord? Dan wijst het bord je meestal een richting of een baan aan die je moet nemen.
  2. Loopt er een rode streep doorheen, zoals bij G12 en F14? Dan eindigt er iets.
  3. Wijst een rechthoekig bord een soort weg of gebied aan, zoals een erf, een autosnelweg of een parkeerplaats voor een bepaalde groep? Dan gaan de regels voor dat gebied in.
  4. Staat er een snelheid op een vierkant blauw bord? Dat is een advies. Het bord voor de maximumsnelheid, A1, is rond en wit met een rode rand.
  5. Staat er een ander verkeersbord in het blauwe vlak? Dan geldt dat bord, alleen voor de strook die het blauwe bord aangeeft.

Bij driehoekige borden helpt de punt om B6 van serie J te onderscheiden. Ook daar heb je het symbool nodig: de borden B3, B4 en B5 regelen voorrang terwijl hun punt omhoog staat.

Over Stijn

Stijn bouwde Volgas en schrijft over verkeersregels. Hij legt uit wat de regels betekenen in situaties die je op de weg tegenkomt.

Hoofdredacteur: Senna. Zo werkt de redactie

Bronnen

  1. RVV 1990, bijlage 1: verkeersborden (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  2. RVV 1990, artikel 62 en 63: verkeerstekens opvolgen (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  3. RVV 1990, artikel 65 tot en met 67: borden per rijstrook, zoneborden en onderborden (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  4. RVV 1990, artikel 5 en 6: fietspaden en fiets/bromfietspaden (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  5. RVV 1990, artikel 19: overzienbare afstand (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  6. RVV 1990, artikel 24: parkeren (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  7. RVV 1990, artikel 42 en 43: autosnelwegen en autowegen (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  8. RVV 1990, artikel 44 tot en met 46: erven (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026