Bij verkeersborden helpt het om te kijken welke bij elkaar horen. De serie vertelt je al over welk onderwerp een bord gaat. Daarna leer je de verschillen binnen die groep.
Wat er te leren is
De verkeersborden staan in bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). In de versie die sinds 1 juli 2026 geldt, zijn dat 186 borden, verdeeld over elf hoofdstukken. Elk hoofdstuk heeft een letter, van A tot en met L. Een serie I bestaat niet.
Het CBR noemt die bijlage in het theorie-examenplan auto als examenstof. Verkeerstekens staan daar op niveau K+. Dat betekent dat je een bord herkent en ook in een verkeerssituatie de juiste beslissing neemt. Alleen weten hoe een bord heet, is dus te weinig.
Houd de pagina verkeersborden in Nederland open, met alle 186 borden in beeld.
1. Leer eerst wat elke serie regelt
Elke letter staat voor één onderwerp. Dat geeft je houvast als je een bord nog niet kent.
| Serie | Onderwerp | Aantal borden |
|---|---|---|
| A | Snelheid | 5 |
| B | Voorrang | 7 |
| C | Geslotenverklaring | 37 |
| D | Rijrichting | 7 |
| E | Parkeren en stilstaan | 16 |
| F | Overige geboden en verboden | 22 |
| G | Verkeersregels | 16 |
| H | Bebouwde kom | 2 |
| J | Waarschuwing | 39 |
| K | Bewegwijzering | 14 |
| L | Informatie | 21 |
Begin met de kleine series: A, B en H zijn samen 14 borden, en snelheid, voorrang en de bebouwde kom kom je op bijna elke weg tegen. Daarna D en E, dan de grote blokken C en F, en daarna G en J. K en L bewaar je voor het laatst: wegwijzers en informatieborden.
Neem per dag één serie, of bij C en J de helft. Zet de onderwerpen uit de tabel als hoofdstukken in je eigen leerplan voor het theorie-examen.
2. Kijk naar vorm en kleur binnen een serie
Leg de borden van één serie naast elkaar en zoek eerst wat ze gemeen hebben, daarna pas de verschillen. In serie C zijn 21 van de 37 borden rond en wit met een rode rand. De rest zijn onder meer onderborden bij de milieuzone, borden voor de spitsstrook en blauwe borden voor de eenrichtingsweg. In serie J zie je bijna alleen driehoeken met de punt omhoog en een rode rand. De voorrangsborden B1 en B2 zijn gele ruiten met een witte rand.
Let ook op wat steeds terugkomt over de series heen. Veel borden die het einde van iets aangeven, hebben schuine strepen: A2 (einde maximumsnelheid), B2 (einde voorrangsweg), F8 (einde van alle verboden) en C22f (einde milieuzone) bijvoorbeeld. Zie je zulke strepen, dan weet je dat er iets ophoudt en zoek je daarna pas uit wat.
Vuistregels over vorm hebben uitzonderingen. Bij driehoeken moet je ook naar het symbool kijken, zie driehoekige borden met de punt omhoog of omlaag. Bij blauwe borden zegt de vorm niet altijd of iets moet, zie blauwe borden: gebod of informatie.
3. Leer borden die op elkaar lijken als paar
Twee borden die bijna hetzelfde zijn, haal je makkelijk door elkaar. Leer ze daarom samen, met het verschil erbij. Een paar paren uit bijlage 1:
- C1 en C2. C1 is wit met een rode rand: gesloten in beide richtingen. C2 is rood met een witte balk: een eenrichtingsweg die in jouw richting gesloten is.
- E1 en E2. Allebei blauw met een rode rand. E1, met één streep, is een parkeerverbod. E2, met een kruis, verbiedt stilstaan. Volgens artikel 1 RVV 1990 is parkeren een vorm van stilstaan, dus het kruis verbiedt meer dan de enkele streep.
- A1 en A4. A1 is rond met een rode rand: een maximumsnelheid die je niet mag overschrijden. A4 is een blauwe rechthoek met het getal en km/h: een adviessnelheid.
- F5 en F6. Allebei met een pijl omhoog en een pijl omlaag. F5 is rond met een rode rand: jij laat tegemoetkomend verkeer voorgaan. F6 is een blauwe rechthoek: het verkeer van de andere kant laat jou voorgaan.
Maak van elk paar een kaartje met de twee borden op de voorkant en het verschil op de achterkant. Verwar je zelf steeds twee andere borden, maak er dan een kaartje bij.
4. Hang elk bord aan een plek die je kent
Het CBR liet samen met Ipsos I&O meer dan 50.000 mensen die tussen 2019 en 2023 hun theorie-examen hadden gehaald een toets van 20 vragen maken. Volgens de uitkomst van 8 juli 2025 waren feitjes die los staan van het rijden vaak weggezakt. Kennis die mensen aan hun eigen ervaring op de weg konden koppelen, zat er vaker nog. Het onderzoek ging over onthouden na het examen. Voor de aanpak hieronder is het dus een aanwijzing.
Doe dat met je eigen route naar school, werk of sport. Waar staat het eerste bord met een maximumsnelheid? Waar begint de bebouwde kom (H1)? Is er een voorrangsweg (B1) of een plek waar je voorrang moet verlenen (B6)? Schrijf per bord een plek op. Rij je mee of fiets je, noem dan de code en de betekenis van elk bord dat je ziet, en wat je er als bestuurder van een auto mee moet doen. Dat laatste is precies wat het examen op niveau K+ vraagt.
Waarschuwingsborden uit serie J die niet op je route staan, koppel je aan een situatie in je hoofd: waar verwacht je dit bord en wat doe je dan?
5. Herhaal met tussenpozen en overhoor jezelf
Het CBR raadt in zijn tips voor theorie leren aan om de stof die je eerder leerde te blijven herhalen. Een vast schema noemt het CBR niet. Een mogelijkheid: kijk een serie de dag na het leren nog eens door, dan na een paar dagen en dan na een week.
Overhoor jezelf altijd vanaf het beeld. Bedek de omschrijving, kijk naar het bord en zeg wat het betekent en wat je moet doen. Zet de borden die je fout had apart en begin daar de volgende keer mee.
Rustig nalezen kan per serie: de voorrangsborden, de verbodsborden uit serie C en de waarschuwingsborden hebben elk een eigen pagina. Wat de borden in een situatie betekenen, staat in de uitleg over verkeersborden in de theorie.