Op 1 juli 2017 kreeg de Wegenverkeerswet 1994 een apart verbod op rijden onder invloed van drugs, met vaste grenswaarden voor het bloed. Het ministerie van Justitie en Veiligheid stuurde op 13 januari 2025 zijn reactie op de evaluatie van die wet naar de Tweede Kamer. Op 18 december 2025 volgde een inventarisatie van de SWOV naar nieuwe meetmethoden, met een passage over lachgas.
Twee verboden in één artikel
Artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 bevat twee regels die voor drugs belangrijk zijn.
Het eerste lid is de algemene regel. Je mag geen voertuig besturen als een stof je zo beïnvloedt dat je niet meer in staat bent behoorlijk te rijden. Het gaat om een stof waarvan je weet, of redelijkerwijs moet weten, dat die je rijvaardigheid kan verminderen, alleen of samen met iets anders. Welke stof dat is, maakt voor dit lid niet uit. Je bent alleen strafbaar als je zo onder invloed bent dat je niet in staat moet worden geacht behoorlijk te rijden.
Het vijfde lid werkt met getallen. Voor stoffen die de regering heeft aangewezen, ben je strafbaar zodra bij een onderzoek meer in je bloed zit dan de grenswaarde. Hoe je reed, speelt dan geen rol.
Beide verboden gelden ook voor iemand die als begeleider optreedt, zoals bij 2toDrive met een begeleiderspas.
Welke drugs een grenswaarde hebben
Artikel 2 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer noemt twaalf stoffen: amfetamine, methamfetamine, cocaïne, MDMA, MDEA, MDA, cannabis, heroïne, morfine, GHB, gamma butyrolacton en 1,4-butaandiol. Artikel 3 geeft per stof de grens in microgram of milligram per liter bloed. Voor cannabis is dat bijvoorbeeld 3,0 microgram THC per liter bloed als je alleen cannabis hebt gebruikt.
Heb je een van deze drugs gecombineerd met een andere stof of met alcohol, dan gelden lagere grenzen. Voor cannabis wordt het dan 1,0 microgram per liter. Voor alcohol geldt in dat geval 0,2 promille, ook als je al jaren je rijbewijs hebt. De wet zegt dat zo'n grens gelijk is aan de laagste meetbare hoeveelheid die niet van nature in je bloed kan zitten. De Rijksoverheid spreekt daarom van nullimieten: bij combinatiegebruik kun je al met een heel kleine hoeveelheid van een stof over de grens zitten.
Van speekseltest naar bloedonderzoek
Artikel 160 van de Wegenverkeerswet 1994 verplicht je mee te werken als een agent je vraagt om een speekseltest of een onderzoek van je motoriek, ogen en spraak. Beide zijn een voorselectie. Een speekseltest meet of er drugs aanwezig zijn, niet hoeveel. Volgens de Kamerbrief van 13 januari 2025 bestaat er nog geen speekseltester die kan meten of je boven een wettelijke grens zit.
Is de uitslag positief, of weiger je mee te werken, dan volgt een bloedonderzoek. Een arts of verpleegkundige neemt het bloed af en een laboratorium onderzoekt het. Pas die uitslag zegt of je boven de grenswaarde zat. De Rijksoverheid schrijft dat de politie de uitslag vaak binnen een maand heeft, en dat je een tegenonderzoek mag laten doen als je het er niet mee eens bent.
Daarnaast kan een agent je een rijverbod van hooguit 24 uur geven als naar zijn oordeel blijkt dat je onvoldoende in staat bent om te rijden (artikel 162 Wegenverkeerswet 1994). Volgens de Kamerbrief krijg je bij een positieve speekseltest een rijverbod van 24 uur.
De speekseltester vindt acht van de negen soorten drugs die het meest voorkomen, waaronder cocaïne, MDMA en cannabis. GHB vindt hij niet.
Wat de evaluatie laat zien
Het WODC deed de evaluatie. Het rapport ging op 11 december 2023 naar de Tweede Kamer, de reactie van de minister volgde op 13 januari 2025. Een paar cijfers uit die brief:
| Wat | Eerder | Later |
|---|---|---|
| Ingezette speekseltesters | 2.973 in 2018 | 14.471 in 2022 |
| Aanvragen bloedonderzoek bij het NFI | ongeveer 1.500 per jaar voor de wetswijziging | ruim 17.000 in 2023 |
| Processen-verbaal voor artikel 8, vijfde lid, naar het OM | 2.534 in 2018 | 12.384 in 2023 |
| CBR-onderzoeken naar drugsgebruik | 559 in 2017 | 5.139 in 2022 |
| Cannabis bij positieve bloedonderzoeken | 46% in 2017 | 75% in 2023 |
Van de CBR-onderzoeken in 2022 eindigde 69,0% in een rijbewijs dat ongeldig werd verklaard. Bijna elke zaak met een positief bloedonderzoek leidde tot een strafbeschikking of een veroordeling.
Bij ongeveer 35% van de aanvragen voor bloedonderzoek zat geen stof boven de grenswaarde, vooral bij cannabis. De brief verklaart dat onder meer uit het verschil tussen speeksel en bloed: in speeksel zijn de concentraties van veel drugs hoger. Een positieve speekseltest betekent dus niet automatisch een strafbaar feit.
Wat de evaluatie niet kon meten, is of er sinds 2017 minder onder invloed van drugs wordt gereden. Het drugsgebruik in het verkeer en het aantal ongevallen met drugs werden niet bijgehouden. De minister schrijft dat de wet de kans om gepakt te worden wel vergroot.
Lachgas valt buiten de lijst
Lachgas staat niet bij de twaalf stoffen in artikel 2 van het Besluit. Er is dus geen grenswaarde, en de regel van het vijfde lid geldt niet. Wel valt lachgas onder het eerste lid van artikel 8: rijden terwijl een stof je zo beïnvloedt dat je niet behoorlijk kunt rijden, is verboden. Dan moet wel blijken dat je niet tot behoorlijk rijden in staat was.
Los daarvan staat lachgas als genotsmiddel sinds 1 januari 2023 op lijst II van de Opiumwet. Bezit, verkoop en productie voor dat doel zijn sindsdien verboden, met uitzonderingen voor onder meer medisch en technisch gebruik en voor slagroom. De Rijksoverheid noemt verkeersongelukken als een van de redenen voor dat verbod.
De SWOV-inventarisatie van 18 december 2025 (rapport R-2025-23) beschrijft een draagbare infrarooddetector van TNO en de Universiteit Maastricht die lachgas in uitgeademde lucht meet. In dat onderzoek was lachgas tot ongeveer een uur na gebruik aan te tonen. Dat zegt iets over hoe lang het meetbaar is, niet over wanneer je weer veilig kunt rijden; daar doet het rapport geen uitspraak over. De SWOV schrijft er meteen bij dat er nog geen wettelijke grenswaarden zijn en dat de draagbare test verder verfijnd moet worden voordat hij geschikt is voor handhaving. Over ademtests voor THC en lachgas staat in de conclusie dat de betrouwbaarheid en juridische geldigheid in Nederland nog niet zijn vastgesteld.
De status is daarmee onderzoek, geen nieuwe regel. Op 6 oktober 2026 stond lachgas niet bij de aangewezen stoffen in het Besluit.
Wat dit voor jou als beginner betekent
Als beginnend bestuurder geldt voor jou al een alcoholgrens van 0,2 promille. Hoe lang je beginner bent, staat op de pagina over regels voor beginnende bestuurders. Combineer je alcohol met drugs, dan geldt die 0,2 promille voor iedereen, naast de lagere grenzen voor de drugs zelf.
Voor het theorie-examen is vooral de opbouw van artikel 8 handig: een algemeen verbod voor elke stof die je rijden aantast, en daarnaast harde grenzen voor alcohol en twaalf aangewezen stoffen. De achtergrond over wat alcohol, drugs en medicijnen met je rijden doen, staat in het hoofdstuk alcohol en middelen.
Wordt een bestuurder verdacht van rijden onder invloed van drugs, dan meldt de politie dat volgens de Rijksoverheid ook aan het CBR. Het CBR kan dan een cursus of een onderzoek opleggen, of je rijbewijs schorsen. Dat staat los van wat het Openbaar Ministerie doet.