Je rijdt een smalle straat in onder bord C3, eenrichtingsweg. Halverwege komt een fietser je tegemoet, recht op je af. Die fietser doet niets fout. Aan het andere eind van de straat hangt bord C2 met een onderbord met een fiets en het woord 'uitgezonderd'.
Wat dat onderbord wel en niet vrijgeeft
Bord C2 betekent volgens bijlage 1 van het RVV 1990: eenrichtingsweg, in deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee. Artikel 67 zegt dat een bord niet geldt voor wie op het onderbord staat als daar 'uitgezonderd' bij de symbolen staat. Fietsers mogen die kant dus in. Jij met de auto niet.
Kijk precies welke symbolen er staan. Een symbool op een onderbord betekent hetzelfde als in bijlage 1 (artikel 67, derde lid). Staat er alleen een fiets, dan is de uitzondering er niet voor bromfietsers. Hangt er ook een bromfiets naast, dan kunnen die je eveneens tegemoetkomen. Hoe je 'alleen voor' en 'behalve voor' uit elkaar houdt, staat uitgewerkt in onderborden goed lezen.
Bord C2 geldt voor wie de straat vanaf die kant in wil, dus het hangt aan het andere eind. Jouw bord C3 betekent volgens bijlage 1 alleen 'eenrichtingsweg' en zegt niets over fietsers. Of ze je kunnen tegemoetkomen, zie je vanaf jouw kant dus niet altijd. Ga er in een smalle straat niet van uit dat er niemand aankomt.
Rechts houden, ook hier
Voor gewoon rijden geldt artikel 3: bestuurders houden zoveel mogelijk rechts. Artikel 17 laat je bij links afslaan op een rijbaan voor bestuurders in één richting zoveel mogelijk links voorsorteren. Bij toegestaan fietstegenverkeer kun je niet zonder meer van die eenrichtingssituatie uitgaan. Houd ruimte voor de tegenliggers. Meer over je positie staat bij je plaats op de weg.
Bestuurders zijn volgens artikel 1 alle weggebruikers behalve voetgangers. De tegemoetkomende fietser houdt dus ook rechts, en dat is vanuit jou gezien de linkerkant van de straat. Rijd jij in het midden, dan knijp je hem tussen jouw auto en de geparkeerde auto's. Blijf rechts, ook als de straat er leeg uitziet.
Ontbreekt een verplicht fietspad, dan rijdt de fietser op de rijbaan (artikel 5, tweede lid). In een smalle straat met aan beide kanten geparkeerde auto's betekent dat soms: even stoppen op een plek waar het breder is.
Afslaan met tegenverkeer dat je niet verwacht
Wil je aan het eind van de straat of halverwege afslaan, dan geldt artikel 18. Wie afslaat, laat het verkeer voorgaan dat op dezelfde weg tegemoetkomt. Door de uitzondering voor fietsers kan dat hier voorkomen. Laat de tegemoetkomende fietser die rechtdoor gaat dus voorgaan als jij linksaf of rechtsaf een zijstraat in wilt.
Sla je linksaf, dan laat je volgens artikel 18, tweede lid, een tegemoetkomende bestuurder voorgaan die op hetzelfde kruispunt rechtsaf slaat. Dat geldt ook voor de fietser in deze straat.
Het kruispunt waar zo'n straat uitkomt
Je nadert een kruispunt zonder voorrangsborden, haaientanden of verkeerslichten. Rechts begint een eenrichtingsstraat waarin auto's van het kruispunt af rijden. Fietsers mogen er dankzij een uitzondering in beide richtingen rijden. Er kan dus wel een fietser van rechts komen.
Die komt van rechts, en artikel 15 zegt: op een kruispunt verleen je voorrang aan bestuurders van rechts. Voor de regel maakt het niet uit dat de straat voor jou eenrichting is. De uitzonderingen in artikel 15 zijn een onverharde weg en de tram, niet de rijrichting van de zijstraat. Staan er wel verkeerstekens, zoals voorrangsborden of haaientanden, dan gaan die boven deze regel (artikel 63).
Kijk daarom ook naar rechts als uit die zijstraat geen auto's mogen komen. De algemene regel staat bij voorrang en voor laten gaan. Ligt er een fietspad met eigen markering over je weg, lees dan ook voorrang bij een fietsoversteek.
Keren, parkeren en wegrijden
Wegrijden, achteruitrijden, een inrit oprijden en keren zijn bijzondere manoeuvres. Volgens artikel 54 laat je daarbij het overige verkeer voorgaan, dus ook de fietser die je tegemoetkomt. Rijd je weg vanaf de stoeprand, kijk dan in je spiegel naar achteren en controleer het tegenverkeer. Wie achteruit een plek uit rijdt, heeft in deze straat verkeer uit twee richtingen.
Op het examen
Zie je in een vraag een eenrichtingsweg, zoek dan het onderbord onder C2 en kijk uit welke richtingen verkeer kan komen, ook van rechts uit de zijstraat. Meer over de borden zelf staat bij bord C2 en bord C3.