Je rijdt binnen de bebouwde kom over een weg zonder voorrangsborden. Verderop kruist een los fietspad de rijbaan, met twee rijen witte blokken over het asfalt, en van rechts komt een fietser aan. Hij gaat voor. De blokken zijn daarvoor niet de reden.
Misverstand: de blokken geven de fietser voorrang
Het woord blokmarkering komt in het RVV 1990 op drie plekken voor: in de omschrijving van de invoegstrook en van de uitrijstrook in artikel 1, en in artikel 11, vierde lid, dat rechts inhalen toestaat voor wie rechts van zo'n markering rijdt. Het woord fietsoversteek staat nergens in het RVV. In de paragraaf over verkeerstekens op het wegdek (artikel 76 tot en met 81) regelt alleen artikel 80 de voorrang, en dat artikel gaat over haaientanden.
De Uitvoeringsvoorschriften BABW, de regels voor wegbeheerders, beschrijven de blokmarkering ook alleen bij dat inhaalartikel: witte rechthoekige blokken over minstens 20 meter. Wat die blokken bij een invoegstrook doen, lees je bij ritsen en invoegen.
Zet een wegbeheerder bord B6 bij een kruisende weg waar een fietspad deel van uitmaakt, dan hoort daar volgens dezelfde voorschriften een duidelijke markering van dat pad bij. Het bord regelt de voorrang. De markering komt erbij.
Voor de voorrang kijk je naar de haaientanden en borden. Ontbreken die, dan beoordeel je de oversteek met de gewone verkeersregels.
Haaientanden: kijk op welke weg ze liggen
Haaientanden zijn volgens artikel 1 van het RVV 1990 voorrangsdriehoeken op het wegdek. Artikel 80 geeft ze één betekenis: de bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Een fietser telt daarbij mee, want bestuurders zijn in het RVV alle weggebruikers behalve voetgangers.
Bij een afzonderlijk fietspad dat jouw weg kruist, betekent dit:
- Haaientanden op het fietspad. De fietser verleent voorrang aan jou. Komt hij van rechts, dan wacht hij toch.
- Haaientanden op jouw rijbaan, vlak voor de oversteek. Jij verleent voorrang aan de fietsers op het pad, van links en van rechts.
Bij haaientanden hoort bij een zijweg vaak bord B6, of bord B7 met een stopstreep als je moet stoppen. Gaat het bord over een fietspad met verkeer in twee richtingen, dan hoort er volgens de uitvoeringsvoorschriften een onderbord onder met een fietssymbool en twee pijlen die naar elkaar wijzen. Dat onderbord vertelt je dat fietsers van beide kanten kunnen komen.
Haaientanden zonder bord komen voor. De uitvoeringsvoorschriften laten dat toe op fietspaden en parallelwegen, als een bord daar verwarring zou kunnen geven voor andere bestuurders. Kijk dus naar het wegdek, ook als je geen bord ziet.
Bord J24, fietsers en bromfietsers, staat bij de waarschuwingsborden van bijlage 1 van het RVV en niet bij de voorrangsborden. Het regelt geen voorrang. Meer over dat verschil staat bij driehoekige borden.
Geen tekens: rechts gaat voor, ook voor de fietser
Liggen er geen haaientanden en staan er geen borden, dan geldt de gewone regel. De Wegenverkeerswet 1994 rekent alle wegen en paden die openstaan voor het openbaar verkeer tot de wegen. Een los fietspad dat jouw weg kruist is daarmee een weg, en waar twee wegen elkaar kruisen ligt een kruispunt. Daar verleen je volgens artikel 15 van het RVV 1990 voorrang aan bestuurders die van rechts komen.
In de situatie van het begin moet je de fietser van rechts dus laten gaan. Komt de fietser van links, dan moet hij jou voorrang verlenen. Artikel 15 kent twee uitzonderingen: bestuurders van een tram gaan voor, en wie op een onverharde weg rijdt, verleent voorrang aan wie op een verharde weg rijdt. Meer over de basis staat op voorrang en voor laten gaan.
Rechtsaf over het fietspad naast je eigen weg
Nu een andere situatie. Langs jouw weg ligt een fietspad dat bij die weg hoort, en jij slaat rechtsaf een zijstraat in. Je rijdt dan over het fietspad heen. De Wegenverkeerswet rekent de paden die bij een weg horen tot die weg, dus je kruist dan geen andere weg.
Dan geldt artikel 18, eerste lid, van het RVV 1990. Wie afslaat, laat het verkeer voorgaan dat op dezelfde weg tegemoetkomt of zich naast of links of rechts dicht achter hem bevindt. De fietser die rechtdoor gaat, mag dus eerst. Rechts van je of vlak achter je maakt geen verschil. Ga je linksaf, dan laat je ook tegemoetkomende fietsers op een fietspad van die weg voorgaan. Artikel 17 vraagt daarbij dat je vooraf een teken geeft met je richtingaanwijzer of arm.
De wet spreekt hier van voor laten gaan en niet van voorrang verlenen. In de praktijk wacht je in beide gevallen. Hoe je dat bij afslaan aanpakt, staat op afslaan en speciale voorrangssituaties.
Haaientanden regelen de voorrang tegenover bestuurders op de kruisende weg. Bepaal daarom eerst of het fietspad bij dezelfde weg hoort of een afzonderlijke weg kruist. De plaatselijke inrichting kan daarbij doorslaggevend zijn. Meer over het verlaten van een rotonde staat bij rotondes en weggedeelten.
Zo lees je een oversteek bij het naderen
Ga bij het naderen van de oversteek na welke situatie je ziet:
- Kruis je een afzonderlijk fietspad en liggen er haaientanden op jouw rijbaan, of staat er voor jou bord B6 of B7? Dan verleen jij voorrang aan de fietsers op de kruisende weg.
- Liggen bij die kruisende weg de haaientanden op het fietspad, of staat het bord bij de fietsers? Dan verlenen zij jou voorrang.
- Niets van beide en het pad kruist je weg los? Fietsers van rechts gaan voor.
- Ligt het pad bij je eigen weg en sla je af over het pad heen? Dan laat je de fietsers op dat pad voorgaan.
De blokken zelf sla je in dit rijtje over. Het antwoord op de vraag wie er voorgaat, vind je bij de tekens eromheen.