Sectie 5 van 8
Theorie veilig rijden: verlichting, gordels en pech
Veilig rijden draait om zien en gezien worden, goed vastzitten en weten wat je doet als het misgaat. In deze sectie lees je de regels voor verlichting en signalen, voor gordels en kinderzitjes, en voor pech en noodgevallen.
CBR-examenplan, hoofdstuk 4 Veilig rijden met het voertuig en reageren in noodsituaties
Deze sectie bestaat uit drie hoofdstukken.
Verlichting en signalen gaat over de lampen van je auto. Je leest wanneer dimlicht moet, wanneer groot licht en mistlicht mogen en wat stadslicht eigenlijk is. Ook richting aangeven, alarmlichten en de claxon komen aan bod.
Gordels en zithouding begint bij je stoel, stuur en spiegels. Daarna volgen de gordelplicht, de 1,35 meter-regel voor kinderen, babyzitjes en de airbag, en de uitzonderingen.
Pech en noodgevallen vertelt wat je doet als je stil komt te staan, hoe je een gevarendriehoek plaatst en hoe je veilig een overweg oversteekt. Je leert ook wat je na een ongeval moet doen en hoe je met PAMAN en ABS eerste hulp verleent.
In de Volgas-app oefen je deze stof in 26 lessen.
Hoofdstukken in deze sectie
-
Autoverlichting en signalen: de regels uitgelegd
Welke lampen moet je auto hebben en wanneer gebruik je ze? Je leest hier de regels voor dimlicht, stadslicht, groot licht en mistlicht, en wanneer je richting aangeeft, je alarmlichten aanzet of claxonneert.
-
Autogordel, kinderzitje en zithouding: zo zit je veilig
Een goede zithouding, goed afgestelde spiegels en een gordel die goed zit, beschermen je in de auto. Je leest hier ook de regels voor kinderen: wanneer een autostoeltje of zittingverhoger moet en welke uitzonderingen er zijn.
-
Pech, overwegen en ongevallen: wat moet je doen?
Wat doe je als je auto stil komt te staan, als je een overweg nadert of als je bij een ongeluk bent? Je leest hier de regels voor pech, de gevarendriehoek en overwegen, en hoe je met PAMAN en ABS hulp verleent.