Op 9 april 2026 publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de verkeersdoden over 2025. Het waren er 759, 84 meer dan in 2024. De grootste groep waren fietsers.
De cijfers over 2025
Volgens het CBS kwamen in 2025 281 fietsers om in het verkeer, 35 meer dan in 2024. Bij de inzittenden van een personenauto ging het om 228 doden, 8 meer dan een jaar eerder. Samen zijn dat 509 van de 759 verkeersdoden. De overige 250 waren andere weggebruikers, zoals voetgangers en motorrijders.
| Groep | 2025 | Verschil met 2024 |
|---|---|---|
| Alle verkeersdoden | 759 | 84 meer |
| Fietsers | 281 | 35 meer |
| Inzittenden van een personenauto | 228 | 8 meer |
Het CBS splitst ook naar geslacht. In 2025 kwamen 575 mannen en 184 vrouwen om. Bij mannen was dat 21 procent meer dan in 2024, bij vrouwen 8 procent minder.
Geen uitschieter
Dat er meer fietsers dan auto-inzittenden omkomen, is niet nieuw. In zijn Kamerbrief van 2 juni 2025 over de stand van de verkeersveiligheid schreef de minister van Infrastructuur en Waterstaat dat dit toen al vijf jaar op rij zo was. Die brief ging over 2024, toen het CBS 675 verkeersdoden telde, ongeveer evenveel als de 684 in 2023.
Met de cijfers over 2025 erbij loopt de reeks door: ook dat jaar waren er meer omgekomen fietsers dan auto-inzittenden. Volgens dezelfde Kamerbrief is het aantal verkeersdoden sinds 2000 wel met 42 procent gedaald.
De e-bike en de oudere fietser
Twee groepen springen er in de cijfers over 2025 uit. Van de omgekomen fietsers reed minstens 41 procent op een e-bike. En de stijging bij fietsers zat volgens het CBS alleen bij mannen van 70 jaar of ouder: 118 doden in 2025, 40 meer dan in 2024. Per 100.000 inwoners is het aantal omgekomen fietsers het hoogst bij mannen van 80 jaar of ouder.
Niet elk dodelijk fietsongeluk is een aanrijding. Van de omgekomen fietsers van 70 jaar of ouder had 36 procent geen botsing. Bij alle fietsdoden samen was hoofdletsel in 63 procent van de gevallen de belangrijkste doodsoorzaak.
Voor jou als automobilist telt vooral dit cijfer: van 2021 tot en met 2025 kwam gemiddeld 42 procent van de omgekomen fietsers om bij een aanrijding met een personen- of bestelauto. Dat is ruim vier op de tien. Over de helm en de fatbike lees je meer bij helmplicht en fatbike.
Wat de regels over jou en de fietser zeggen
Naast die cijfers staan de regels die je als automobilist tegenover fietsers hebt. Een paar komen telkens terug.
De fietser is een bestuurder. Artikel 1 van het RVV 1990 noemt alle weggebruikers behalve voetgangers bestuurders. Waar een regel "bestuurders" zegt, hoort de fietser er dus bij. Welke soorten weggebruikers er zijn, staat op weggebruikers.
Rechts gaat voor, ook bij een fietser. Op een kruispunt zonder borden of haaientanden verleen je volgens artikel 15 voorrang aan bestuurders die van rechts komen. Een fietser van rechts gaat dus voor. Hoe dat werkt bij een fietsoversteek met en zonder haaientanden, staat bij voorrang bij een fietsoversteek.
Afslaan: eerst het verkeer op je eigen weg. Artikel 17 vraagt dat je voor het afslaan een teken geeft met je richtingaanwijzer of je arm. Artikel 18, eerste lid, zegt daarna wie voorgaat: wie afslaat, laat het verkeer op dezelfde weg voor dat tegemoetkomt of zich naast hem of links of rechts dicht achter hem bevindt. Sla je rechtsaf en rijdt er een fietser rechtdoor naast of vlak achter je, dan gaat hij voor. Ga je linksaf, dan laat je ook tegemoetkomende fietsers op die weg gaan. Voorsorteren en de andere afslaregels staan op afslaan en speciale voorrangssituaties.
Inhalen: fietsers mogen jou rechts passeren. Artikel 11 zegt dat inhalen links gebeurt. Het derde lid maakt een uitzondering: fietsers halen elkaar links in, maar mogen andere bestuurders rechts inhalen. Rijd je langzaam in de stad of sta je voor een kruispunt, dan kan er dus rechts van je een fietser naar voren komen. Dat is precies de fietser die artikel 18 bedoelt als je daarna rechtsaf slaat. Waar je zelf op de weg hoort te rijden, staat op plaats op de weg.
Wat het CBR erover schrijft
Het CBR schreef op 23 april 2026, in het nieuwsbericht bij zijn jaarverslag over 2025, dat de verkeersveiligheid onder druk staat. Het haalt daarin dezelfde CBS-cijfers aan: 759 verkeersdoden, 84 meer dan in 2024.
Daarnaast geeft het CBR eigen cijfers. Het aantal maatregelen dat het CBR oplegde vanwege gevaarlijk rijgedrag of rijden onder invloed van alcohol of drugs, steeg van 24.912 in 2024 naar 31.555 in 2025, een stijging van 26 procent. Bij alcohol ging het om 21 procent meer, bij drugs om 68 procent meer. Over fietsers in het bijzonder staat in dat bericht niets.
De koppeling tussen deze cijfers en de regels hierboven is van de redactie. Het CBR zegt in zijn jaarverslagbericht niet hoe het examenvragen kiest of welke onderwerpen het vaker toetst.