Je rijdt door een winkelstraat in de spits. Voor je schuift de file een paar meter op, en precies op de witte strepen van het zebrapad sta je weer stil. Aan de stoep staat iemand met boodschappentassen die nu om je motorkap heen moet. Hoe voorkom je dat je de oversteek blokkeert?
De hoofdregel, en het woord "kennelijk"
Artikel 49, tweede lid, RVV 1990 zegt dat bestuurders voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig voor laten gaan als die op een voetgangersoversteekplaats oversteken, of kennelijk op het punt staan dat te doen. Wat het bord betekent en waar het staat, lees je op de pagina over bord L2 en het zebrapad.
Dat ene woord "kennelijk" maakt de regel ruimer dan alleen wie al op de strepen loopt. Een voetganger die aan de rand staat, naar de overkant kijkt en een stap naar voren zet, staat kennelijk op het punt over te steken. Bij iemand die met de rug naar de weg staat te bellen is dat veel minder duidelijk. Zie je twijfel, rijd dan rustig aan en wees klaar om te stoppen. Een voetganger hoeft niet eerst een voet op de strepen te zetten voordat jij hem moet laten gaan.
Let ook op het werkwoord. De wet zegt "voor laten gaan", niet "voorrang verlenen". Dat verschil komt terug in vragen; de pagina over voorrang en voor laten gaan legt het uit.
In de file: de strepen vrijhouden
Houd in langzaam verkeer ruimte vrij voor mensen die oversteken. Rijd de strepen pas op als er daarachter plaats is voor je auto. Dat is praktisch advies om de doorgang vrij te houden; de plicht uit artikel 49 om voetgangers voor te laten gaan blijft gelden.
Daarnaast verbiedt artikel 23, eerste lid, onder c, het vrijwillig laten stilstaan op een oversteekplaats of binnen vijf meter daarvan. Die afstand geldt aan beide kanten. Verkeersnoodzakelijk stoppen, bijvoorbeeld omdat de file stilvalt, moet je daarvan onderscheiden.
Het praktische bezwaar zie je in de openingsscène: een auto op de strepen laat voetgangers geen vrije doorgang, en ze moeten om de motorkap heen.
Zebrapad met verkeerslichten
Er zijn zebrapaden met verkeerslichten voor auto's en voetgangers. De Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens zeggen in artikel 9 dat bij een zebra altijd bord L2 staat, behalve bij verkeerslichten. Je herkent zo'n oversteekplaats dus vaak aan de lichten en de strepen, zonder blauw bord.
Welke regel geldt dan? Het RVV 1990 regelt de rangorde op twee plekken. Artikel 63 zegt dat verkeerstekens boven verkeersregels gaan voor zover ze niet samengaan, en artikel 64 dat verkeerslichten boven verkeerstekens gaan die de voorrang regelen. Voor het zebrapad staat het nog preciezer in artikel 49 zelf: het vierde lid zegt dat de plicht om voor te laten gaan niet geldt als voor de voetgangers een rood voetgangerslicht van toepassing is.
Artikel 74 bepaalt wat de voetganger bij die lichten moet doen:
- Bij rood mogen voetgangers niet meer beginnen met oversteken, maar wie al onderweg is moet zo snel mogelijk doorlopen. Ook als jouw licht op groen springt, kan er dus nog iemand op de strepen lopen.
- Is het rode voetgangerslicht vervangen door een geel knipperlicht, dan mogen voetgangers oversteken, maar moeten zij het overige verkeer eerst laten gaan. Ook dan geldt de plicht uit het tweede lid van artikel 49 niet, staat er in het vierde lid.
Bij een zebrapad met een geel knipperlicht draait de volgorde dus om: daar laat de voetganger jou gaan, niet andersom. Meer over de betekenis van de lichtkleuren vind je bij verkeerslichten en wegmarkeringen.
Inhalen vlak voor de strepen
Artikel 12 RVV 1990 bestaat uit één zin: het is verboden een voertuig vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats in te halen. Er staat geen voorwaarde bij. Het verbod geldt dus ook als er niemand bij het zebrapad staat.
Het praktische probleem is het zicht: het voertuig dat je inhaalt, kan een voetganger aan het oog onttrekken. Remt die bestuurder voor iemand die jij niet ziet, dan zit je er al naast.
Het woord "voertuig" betekent dat het verbod niet alleen voor auto's geldt. Een fiets is ook een voertuig (artikel 1): een langzame fietser vlak voor de strepen haal je dus niet in. Of het rechts of links is, maakt niet uit; de regels voor de kant waarlangs je inhaalt staan in artikel 11, en het stuk over rechts langs een langzame auto gaat daar dieper op in.
Een zebrapad over een fietspad
Ligt het zebrapad over een fietspad, dan rijst de vraag of een fietser daar moet wachten. Kijk naar het woord waarmee artikel 49 begint: "bestuurders". Artikel 1 van het RVV 1990 omschrijft bestuurders als alle weggebruikers behalve voetgangers. Fietsers en bromfietsers vallen er dus onder, net als automobilisten.
Wie op de fiets een zebrapad nadert met een voetganger die oversteekt of er kennelijk klaar voor staat, laat die voetganger voorgaan. Ook het inhaalverbod van artikel 12 geldt voor fietsers. Artikel 11 laat fietsers andere bestuurders rechts inhalen, maar artikel 12 maakt voor niemand een uitzondering: vlak voor of op een zebrapad haal je niet in.