Wanneer je een kruispunt of overweg niet op mag, ook bij groen licht

Het licht is groen, maar achter de kruising staat de file stil. Het RVV 1990 zegt dat je dan wacht, en bij een overweg is de regel nog strenger.

In dit artikel
  1. Groen licht is geen garantie dat je erop mag
  2. Hoe het CBR artikel 14 uitwerkt
  3. Een overweg ga je alleen op als je er ook af kunt
  4. Toch vast komen te staan

Je staat als eerste voor het verkeerslicht. Het springt op groen. Aan de overkant van het kruispunt schuift de file nog niet op: de achterste auto staat een meter of vijf na het kruispunt stil. Rijd je nu door, dan sta je straks midden op de kruising terwijl het dwarsverkeer groen krijgt.

Blijf in die situatie wachten. Artikel 14 van het RVV 1990 verbiedt het blokkeren van een kruispunt. Voor een overweg stelt artikel 15a een nog strengere voorwaarde.

Groen licht is geen garantie dat je erop mag

Artikel 68 RVV 1990 zegt dat groen licht bij een driekleurig verkeerslicht "doorgaan" betekent. Dat is een toestemming om te rijden. Het zegt niets over wat er na het kruispunt gebeurt, en het zet de andere regels niet uit.

Het verbod uit artikel 14 om een kruispunt te blokkeren blijft dus gelden. De bepaling stelt geen voorwaarden aan de kleur van het licht, het soort kruispunt of de drukte.

Een kruispunt is volgens artikel 1 elke kruising of splitsing van wegen. Ook een gewone T-splitsing in een woonwijk valt er dus onder, met of zonder verkeerslichten.

Het waarom zie je als je de situatie een minuut doortrekt. Wie op het kruispunt vast komt te staan, staat in de baan van het verkeer dat daarna groen krijgt. Dat verkeer kan dan niet weg, en de file groeit in twee richtingen tegelijk.

Hoe het CBR artikel 14 uitwerkt

In de Rijprocedure B (versie 1 januari 2024) beschrijft het CBR hoe het rijgedrag op het praktijkexamen beoordeelt. Bij kruispunten staat daar: rijd er pas op als je kunt doorrijden of het kruispunt kunt vrijmaken, of als je je kunt opstellen tussen de kruisende verkeersstromen. Moet je stoppen, rijd dan niet verder dan de situatie toelaat.

Er staat ook een nuance in. Op een kruispunt met verkeerslichten of verkeerstekens kan het soms verstandig zijn om heel kort op het kruispunt te stoppen, voor de doorstroming. Over links afslaan zegt de Rijprocedure dat je het kruispunt vrijhoudt als je voor tegemoetkomend verkeer stopt, maar dat die plicht niet geldt als het verkeer daar met verkeerslichten wordt geregeld. Dat is iets anders dan de kruising oprijden terwijl je al ziet dat er aan de overkant geen plek is.

Waar je wacht, hangt van de markering af. Is er een stopstreep, dan stop je daarvoor als stoppen verplicht is (artikel 79).

Een overweg ga je alleen op als je er ook af kunt

Voor een overweg is de regel strenger geformuleerd. Artikel 15a, eerste lid, zegt dat je een overweg alleen op mag als je direct kunt doorgaan en de overweg helemaal kunt vrijmaken. Het tweede lid voegt toe dat je een spoorvoertuig voor laat gaan en daarbij de overweg geheel vrij laat.

Let op het verschil met artikel 14. Bij een kruispunt is het verbod gericht op het blokkeren. Bij een overweg moet je vooraf weten dat je direct door kunt en hem helemaal vrijmaakt. Twijfel je of er achter het spoor plek is voor je hele auto, dan rijd je er niet op.

De Rijprocedure B vraagt hier extra aandacht voor als er na de overweg een kruispunt ligt of als je in de file rijdt. Ook zegt het CBR dat je bij het naderen van een overweg rekening houdt met een gesloten overgang en een stilstaande file, vooral als je niet ver vooruit kunt kijken. Hoe je de soorten overwegen herkent, staat bij bord J10 en op de pagina over pech, overwegen en ongevallen.

Toch vast komen te staan

Soms schat je het verkeerd in: de auto voor je rijdt een stukje en stopt dan weer, en jij staat met je achterkant nog op de kruising. Het RVV 1990 geeft voor die situatie geen apart stappenplan. De regel blijft gelden: een kruispunt blokkeer je niet, dus zodra er ruimte is, maak je het vrij.

Bij een overweg is het tweede lid van artikel 15a de leidraad: een trein gaat voor en de overweg moet vrij zijn. Rood knipperlicht bij overweglichten betekent stop (artikel 71). De Rijprocedure B noemt een specifiek risico: een motor die afslaat op de overweg komt regelmatig voor, en omdat er vaak een helling is, is de kans daarop groter. Het CBR wijst erop dat je het rollend vermogen van de auto kunt benutten en ervoor zorgt dat het lastigste moment van het wegrijden op enige afstand van de overweg ligt.

Staat er een verkeersregelaar op het kruispunt, dan gaan zijn aanwijzingen boven verkeerstekens en verkeersregels (artikel 82 en 84); zie het artikel over gebaren van de verkeersregelaar. Hoe voorrang op het kruispunt zelf werkt, staat op de pagina over voorrang en voor laten gaan.

Over Stijn

Stijn bouwde Volgas en schrijft over verkeersregels. Hij legt uit wat de regels betekenen in situaties die je op de weg tegenkomt.

Hoofdredacteur: Senna. Zo werkt de redactie

Bronnen

  1. RVV 1990, artikel 14: een kruispunt niet blokkeren (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  2. RVV 1990, artikel 15a: gedrag bij overwegen (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  3. RVV 1990, artikel 1, 68, 71, 79, 82 en 84: begrippen, verkeerslichten, overweglichten, stopstreep en aanwijzingen (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  4. CBR, Rijprocedure B, versie 1 januari 2024 (cbr.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026