Je rijdt naar een kruispunt waar vandaag een braderie is. Het verkeerslicht staat op groen, maar midden op de kruising staat iemand in een hes met een gestrekte arm jouw kant op. Wat je moet doen, hangt af van twee dingen: wie die persoon is en welk gebaar hij maakt.
Wie jou aanwijzingen mag geven
Artikel 82 van het RVV 1990 zegt dat je aanwijzingen moet opvolgen van bevoegde ambtenaren die je als zodanig kunt herkennen, van militairen van de Koninklijke Marechaussee en van bevoegde verkeersregelaars die je als zodanig kunt herkennen. Ook iemand die in een praktijkles of praktijkexamen voor verkeersregelaar staat, telt mee, zolang hij de voorgeschreven kleding draagt. Die aanwijzingen mogen mondeling zijn of met gebaren.
Een aparte regel geldt voor de verkeersbrigadier. Als bestuurder moet je zijn stopteken opvolgen (artikel 82, derde lid). Dat is gebaar 8 hieronder.
Verkeersregelaars zijn er in soorten. De Regeling verkeersregelaars 2009 noemt onder meer mensen voor wie verkeersregelen bij hun beroep hoort, en evenementenverkeersregelaars, die voor één evenement of een reeks evenementen binnen hooguit twaalf maanden eenvoudige taken krijgen. Een evenementenverkeersregelaar moet minstens 16 jaar zijn. Is hij jonger dan 18, dan staat hij alleen op wegen waar meestal niet harder dan 50 km per uur wordt gereden, en bij donker of slecht zicht alleen als er genoeg straatverlichting is.
Zo herken je een verkeersregelaar
Artikel 14 van die regeling schrijft voor dat een verkeersregelaar tijdens zijn werk een jas, hes of poloshirt draagt die aan bijlage 2 van de regeling voldoet. De hes is boven fluorescerend geel en onder fluorescerend oranje. Op de grens tussen die kleuren loopt een grijze, reflecterende streep rondom. Lager op het oranje deel vormen grijze strepen een rechthoek, en daarbinnen staat een grijze driehoek.
Voor weginspecteurs van een wegbeheerder, bijvoorbeeld Rijkswaterstaat, die de opleiding incident management hebben afgerond, mag de kleding er anders uitzien: oranje boven, geel onder, met een blauwe band op de borst. Die kleding staat ook in bijlage 2 van de regeling beschreven.
De acht gebaren uit bijlage 2
Volgens artikel 82, tweede lid, gebruikt wie met gebaren regelt waar het kan de aanwijzingen uit bijlage 2. Die bijlage bestaat uit tekeningen met een korte omschrijving erbij.
- Algemeen stopteken. De regelaar houdt één arm omhoog, de onderarm rechtop. De omschrijving noemt geen richting.
- Stopteken voor het verkeer dat hem van voren nadert. Eén arm zijwaarts gestrekt. Kijkt hij jou aan, dan stop je.
- Stopteken voor het verkeer dat hem van achteren nadert. Ook hier een zijwaarts gestrekte arm. Zie je zijn rug, dan stop je evengoed.
- Stopteken voor verkeer van voren én van achteren. Beide armen zijwaarts gestrekt. Wie op zijn borst of op zijn rug af rijdt, stopt.
- Stopteken voor het verkeer dat hem van rechts nadert. De tekening toont de regelaar van opzij, met één arm vooruit gestrekt.
- Arm omhoog, met drie regels omschrijving. De vrije richtingen stoppen, voor de stopgezette richtingen is het opletten, en het kruispunt moet vrij.
- Teken tot snelheid verminderen. De regelaar beweegt een gestrekte arm op en neer. Je vermindert je snelheid.
- Stopteken door een verkeersbrigadier. De brigadier toont bord F10, het stopbord uit bijlage 1 van het RVV 1990.
Alle acht gebaren gaan over stoppen, opletten of vertragen. Een apart gebaar dat "rijden" betekent staat niet in de lijst. Of je door mag, leid je dus af uit de richting waarvoor geen stopteken geldt, en uit wat de regelaar je verder mondeling of met gebaren duidelijk maakt.
Aanwijzingen gaan boven borden en lichten
Artikel 84 is één zin: aanwijzingen gaan boven verkeerstekens en verkeersregels. Verkeersborden en verkeerslichten vallen in het RVV 1990 allebei onder de verkeerstekens (hoofdstuk III). Staat jouw licht op groen en geeft de verkeersregelaar een stopteken, dan stop je. Zegt een bord dat jij voorrang hebt en houdt de regelaar je tegen, dan wacht je ook.
De rest van de rangorde, van verkeerslicht tot de gewone voorrangsregels, staat op de pagina over verkeerslichten, markeringen en de rangorde. Hoe aanwijzingen zich verhouden tot rechts gaat voor en de tram, lees je bij voorrang en voor laten gaan.
Als je het gebaar niet snapt
Artikel 82 vraagt de gebaren uit bijlage 2 alleen "voor zover mogelijk", dus een regelaar kan ook op een andere manier laten zien wat hij wil. Het RVV 1990 heeft geen aparte regel voor een gebaar dat je niet kunt lezen. Wat wel altijd geldt, is artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994: je mag geen gevaar veroorzaken en het verkeer niet hinderen.
Haal je voet van het gas en zoek oogcontact met de regelaar. Wacht tot duidelijk is welke richting hij vrijgeeft, ook als jouw verkeerslicht groen is. Twijfel je bij een examenvraag tussen remmen, stoppen en doorrijden, kijk dan eerst wie er staat en welke kant van zijn lichaam naar jou wijst.