Je praktijkexamen begint met een gesprek in het examencentrum. De examinator controleert je identiteitsbewijs, je geldige theorie-uitslag en je ingevulde zelfreflectieformulier. Op het parkeerterrein volgt een ogentest: een kenteken lezen op ongeveer 25 meter. Er komen ook vragen over de auto, bijvoorbeeld over een controlelampje. Zo beschrijft het CBR de voorbereiding op de examenrit.
Tijdens de rit rijd je deels zelfstandig met navigatie en verder op aanwijzingen van de examinator. Na afloop hoor je de uitslag. Ben je gezakt, dan vertelt de examinator wat nog aandacht nodig heeft; dat vind je ook terug op je uitslagformulier.
De Rijprocedure is de basis van de beoordeling
De Rijprocedure B beschrijft het gewenste rijgedrag. De geraadpleegde printversie is van 1 januari 2024. Bij de beoordeling wegen de aard van een afwijking, de ernst ervan en hoe vaak die voorkomt mee. Een los geteld foutje zegt daardoor niet genoeg over de uitslag.
Er zijn zeven examenonderdelen, van wegrijden en kruispunten tot invoegen, inhalen en bijzondere verrichtingen. Daarbinnen beoordeelt de examinator verschillende aspecten van het rijden, zoals kijken en voor laten gaan. Bespreek met je instructeur daarom een concrete situatie waarin iets niet goed ging. Alleen de naam van een onderdeel geeft nog geen oefenopdracht.
Stel dat je bij een kruispunt te laat overzicht had. Vraag in de volgende les om juist die nadering na te bespreken: op welk moment had je informatie nodig en welke beslissing nam je daarna? Dat is een manier om de feedback te gebruiken, geen voorspelling van wat er op je eigen examen zal gebeuren.
Bijzondere verrichtingen en de tussentijdse toets
Zonder vrijstelling worden naast in- en uitstappen en de controles twee bijzondere verrichtingen getoetst. Bij minstens één daarvan rijd je achteruit. Dat staat in de Rijprocedure, bij de toepassing van onderdeel 3.7.
Een vrijstelling kun je verdienen bij een tussentijdse toets. Daarvoor moet je de bijzondere verrichtingen goed, veilig en vlot uitvoeren. De vrijstelling geldt voor het eerstvolgende praktijkexamen auto. Het is dus geen blijvende vrijstelling die automatisch doorloopt naar alle latere pogingen.
De toets levert ook feedback van een examinator op. Het CBR adviseert hem ongeveer tussen twee derde en drie kwart van je opleiding te doen, zodat je nog lessen overhoudt om met de opmerkingen te werken. Overleg met je instructeur of dat moment bij jouw voortgang past. Meer over het nut en de voorwaarden lees je bij de tussentijdse toets.
Ook als je een vrijstelling hebt, blijft de verkeersregel voor bijzondere manoeuvres onderdeel van wat je moet beheersen. De uitleg over bijzondere manoeuvres sluit daarop aan.
Wat mag de auto voor je doen?
Rijhulpsystemen mogen tijdens het examen ondersteunen. De Rijprocedure beoordeelt jouw rijden, met of zonder die hulp. Een automatisch inparkeersysteem mag je echter niet gebruiken voor de bijzondere verrichtingen. Een achteruitrijcamera mag daar aanvullend helpen; zelf kijken blijft nodig.
Vraag vóór het examen in je les om uitleg over de systemen in jouw lesauto. Zoek uit wat je zelf moet bedienen en wat de auto laat zien. Het artikel over rijhulpsystemen gebruiken gaat verder in op de uitgangspunten uit de Rijprocedure.
De cijfers beschrijven groepen kandidaten
Het CBR publiceerde in zijn Stand van de examinering praktijkexamen B 2025 deze resultaten:
| Cijfer over 2025 | Resultaat |
|---|---|
| Afgenomen praktijkexamens B, inclusief nader onderzoek | 496.142 |
| Slagingspercentage over alle pogingen | 49,8 procent |
| Slagingspercentage bij de eerste poging | 49,4 procent |
Het totaal aantal examens is dus geen aantal unieke leerlingen. Wie meerdere pogingen doet, komt meermaals in dat totaal terecht. Een landelijk slagingspercentage geeft bovendien geen persoonlijke voorspelling voor jouw rit.
In hetzelfde rapport noemt het CBR op basis van praktijkervaring onder meer problemen bij kruispunten en inhalen. Het beschrijft te snel naderen, laat kijken en te weinig ruimte laten naast fietsers of geparkeerde auto's. Dat zijn bruikbare gesprekspunten voor de rijles, geen complete lijst van zakredenen.
Neem bij de voorbereiding één recente rit als uitgangspunt en leg de opmerkingen van je instructeur ernaast. Laat hem aangeven welke situaties je al zelfstandig oplost en waar nog hulp nodig is. Dat geeft je een concreter beeld van je voorbereiding dan het gemiddelde van alle kandidaten.