Wat de Rijprocedure B zegt over rijden met rijhulpsystemen

Sinds 1 oktober 2026 gaan examenvragen over rijhulpsystemen meer over hoe je ermee rijdt. De stof staat in een paar pagina's van de Rijprocedure B. Dit is wat daar staat, in gewone woorden.

In dit artikel
  1. Je blijft zelf de bestuurder
  2. Weten wat een systeem doet
  3. Voor je wegrijdt
  4. Aan of uit, en wie beslist
  5. Cruise control en zuinig rijden

Het CBR maakte op 17 augustus 2026 bekend dat examenvragen over rijhulpsystemen vanaf 1 oktober 2026 meer gaan over gewenst rijgedrag: hoe je als bestuurder met zulke systemen omgaat. Het aantal vragen bleef gelijk. Als bron noemt het CBR drie stukken uit zijn eigen Rijprocedure B: de uitgangspunten in de Inleiding en het kopje Rijhulpsystemen in hoofdstuk 1 en in hoofdstuk 2. Wat er precies veranderde en waarom, staat in het nieuwsstuk over de examenwijziging. Hier gaat het om de inhoud.

Dit stuk volgt de versie van de Rijprocedure B van 1 januari 2024, de versie die het CBR op 6 oktober 2026 online had. De richtlijnen over rijhulpsystemen kwamen er volgens de Inleiding in 2023 bij. Een rijhulpsysteem heet in het document ook ADAS, kort voor Advanced Driver Assistance Systems. De Rijprocedure noemt zelf geen lijst van systemen, maar verwijst voor een overzicht naar het ADAS Woordenboek van de ADAS alliantie.

Je blijft zelf de bestuurder

De Rijprocedure begint met de verantwoordelijkheid van de bestuurder. Die blijft altijd bij jou, ook als de auto een rijhulpsysteem gebruikt. Goed rijden betekent volgens de Rijprocedure veilig, comfortabel, sociaal en aangepast rijden. Dat kan zowel met als zonder rijhulpsystemen.

Daarbij hoort een waarschuwing over jezelf. Een systeem kan ertoe leiden dat je slechter gaat rijden dan zonder. Het voorbeeld in de Rijprocedure: je houdt een kleinere afstand tot je voorganger, omdat de auto in een noodsituatie toch wel remt. Je moet dat risico bij jezelf herkennen.

Hoofdstuk 2 maakt dit concreet. Ook met een systeem aan blijf je de auto en het verkeer om je heen voortdurend in de gaten houden. Je neemt de situatie zelf waar en kiest bewust of je je door een systeem laat ondersteunen. Krijg je informatie of een waarschuwing van een systeem, dan reageer je zoals de Rijprocedure dat voor die situatie beschrijft.

Weten wat een systeem doet

Je moet redelijkerwijs weten waarvoor een systeem dient en hoe het werkt. Zo kun je het goed gebruiken en rekening houden met de grenzen ervan.

De Rijprocedure noemt drie dingen die de bestuurder moet weten:

  • hetzelfde soort systeem kan per merk en type auto een andere naam hebben;
  • systemen met dezelfde functie kunnen per auto anders werken of anders bediend worden;
  • de weg, het weer en het verkeer kunnen invloed hebben op hoe goed een systeem werkt.

Ook in het deel over bediening staat dat je de plek en werking van de knoppen en schakelaars moet kennen, onder meer die van rijhulpsystemen. De reden: je aandacht voor de weg mag niet minder worden en je moet de auto onder controle houden terwijl je iets bedient.

Voor je wegrijdt

Het kopje Rijhulpsystemen in hoofdstuk 1 hoort bij rijklaar maken, bediening en milieubewust rijden. Daar staan vier richtlijnen:

  1. Je gaat vóór de rit na welke systemen in de auto direct invloed hebben op het rijden en hoe ze werken.
  2. Je kijkt vóór de rit of sensoren en camera's schoon genoeg zijn. Onderweg let je erop of de systemen goed blijven werken, en bij een afwijking handel je op de juiste manier.
  3. Je stelt de systemen zo in dat ze helpen bij het rijgedrag dat de Rijprocedure als meest wenselijk beschrijft.
  4. Ook met systemen aan zit je actief achter het stuur, zodat je de rijtaak makkelijk van de auto overneemt. Je laat je niet afleiden.

Wat er verder bij een rijklare auto komt kijken, zoals banden en lampjes, staat bij je auto controleren en bij dashboard en zicht.

Aan of uit, en wie beslist

De laatste richtlijn in hoofdstuk 2 gaat over in- en uitschakelen. Je zet een systeem aan of uit als de situatie of het systeem zelf dat vraagt. Met situatie bedoelt de Rijprocedure vier dingen: de weg, het weer, het verkeer en de bestuurder zelf. Ook jouw eigen toestand telt dus mee.

Daarbij hoort het zesde uitgangspunt uit de Inleiding: je kunt er bewust voor kiezen je door een systeem te laten informeren of ondersteunen. Noodsystemen vallen volgens de Rijprocedure buiten die keuze.

Cruise control en zuinig rijden

Cruise control is het enige rijhulpsysteem dat de Rijprocedure in het deel over milieubewust rijden bij naam noemt. Goed gebruikt helpt het je met een constante snelheid te rijden, en dat verlaagt het brandstofverbruik. Heeft de auto cruise control en kun je het gebruiken, dan is dat volgens de Rijprocedure gewenst. Hetzelfde hoofdstuk noemt ook het start-stopsysteem, dat de motor bij stilstand zelf uit en weer aan kan zetten.

Let op de woorden "indien aanwezig en toepasbaar": gewenst is het gebruik dus niet altijd. Lees de regel samen met de richtlijn over aan- en uitzetten hierboven. Meer over rustig en zuinig rijden staat bij het nieuwe rijden.

Het CBR noemt in het bericht van 17 augustus geen lijst van systemen voor de nieuwe vragen. De richtlijnen zijn algemeen geschreven en gelden voor elk rijhulpsysteem. Leer daarom de richtlijnen zelf, en niet alleen de systemen die je uit je eigen lesauto kent. De volledige tekst staat in de Rijprocedure B, op een paar pagina's in de Inleiding en aan het eind van hoofdstuk 1 en 2.

Over Jacqueline

Jacqueline volgt veranderingen bij het CBR en in de regels rond je rijbewijs. Je leest vanaf wanneer een wijziging geldt of hoe ver een voorstel is.

Hoofdredacteur: Senna. Zo werkt de redactie

Bronnen

  1. CBR, Rijprocedure B, versie 1 januari 2024 (printversie), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  2. CBR, Rijprocedure B, hoofdstuk 2: op juiste en veilige wijze deelnemen aan het verkeer, geraadpleegd op 6 oktober 2026
  3. CBR, Aanvullende leerstof/examenstof over rijhulpsystemen in het theorie-examen auto (17 augustus 2026), geraadpleegd op 6 oktober 2026