Waarom het uitmaakt of je uit een uitrit komt of van een kruisende weg

Je rijdt een parkeerterrein af, over een trottoir dat gewoon doorloopt. Een uitrit is iets anders dan een kruispunt, en rechts gaat voor geldt er niet. Je laat al het verkeer voorgaan, ook de voetganger op de stoep.

In dit artikel
  1. Twee situaties, twee regels
  2. Wat de wet een kruispunt noemt
  3. Zo herken je een uitrit
  4. Het erf: soms uitrit, soms kruispunt
  5. De weg op vanuit een uitrit
  6. De omgekeerde kant: een inrit in

Je staat op het parkeerterrein van een supermarkt en wilt rechtsaf de straat op. Tussen jou en de rijbaan ligt een trottoir dat in dezelfde tegels doorloopt. Van links nadert een auto en op de stoep loopt iemand met een kinderwagen. Omdat je uit een uitrit komt, laat je hen allebei voorgaan.

Twee situaties, twee regels

Op een kruispunt gelden de voorrangsregels. Je verleent er voorrang aan bestuurders die van rechts komen. Er zijn twee uitzonderingen: wie op een onverharde weg rijdt, verleent voorrang aan wie op een verharde weg rijdt, en een tram gaat altijd voor. Dat staat in artikel 15 RVV 1990.

Kom je uit een uitrit, dan doet richting er niet toe. Artikel 54 RVV 1990 noemt uit een uitrit de weg oprijden een bijzondere manoeuvre, net als wegrijden, achteruitrijden en keren. Wie zo'n manoeuvre maakt, laat het overige verkeer voor gaan. Dat is al het verkeer: van links, van rechts, van voren en van achteren.

Het CBR wijst in zijn rijprocedure op een verschil met voorrang verlenen. Bij een uitrit geldt de plicht om voor te laten gaan ook ten opzichte van voetgangers. De vrouw met de kinderwagen gaat dus eerst.

Wat de wet een kruispunt noemt

Artikel 1 RVV 1990 omschrijft een kruispunt kort: een kruising of splitsing van wegen. Een woord als uitrit of inrit vind je in die lijst met begrippen niet. Het RVV gebruikt beide woorden wel, bijvoorbeeld in artikel 54 en in artikel 24, waar staat dat je niet voor een inrit of uitrit mag parkeren.

Wanneer iets een uitrit is, legde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 5 april 2019 uit in een zaak over parkeren voor een in- of uitrit. De begrippen zijn in de wet niet (meer) omschreven, omdat de feitelijke situaties te veel verschillen om in één definitie te vangen. Wat telt, is of van iedere verkeersdeelnemer ter plaatse verwacht mag worden dat hij de uitmonding duidelijk als in- of uitrit herkent.

Zo herken je een uitrit

Het hof noemde twee dingen die daarbij een belangrijke rol spelen: waar de uitmonding voor bedoeld is en hoe hij is aangelegd. De herkenningstekens hieronder komen uit die uitspraak en uit de rijprocedure van het CBR. Het zijn aanwijzingen, geen vaste lijst uit de wet.

  • Kijk waar de uitgang voor bedoeld is. Het hof noemt als voorbeeld de toegang tot een erf van een woning of bedrijfsunit. Het CBR noemt ook de parkeerplaats: rijd je vanaf een parkeerterrein de rijbaan op, dan doe je dat zoals bij wegrijden uit een uitrit.
  • Loopt het trottoir of fietspad langs de doorgaande weg op ongeveer dezelfde hoogte en in hetzelfde soort bestrating over de uitgang heen, dan wijst dat op een uitrit.
  • Ook inritblokken noemt het hof als mogelijk onderdeel van een uitritconstructie.

Lijkt een situatie op een uitrit, dan rijd je weg zoals uit een uitrit. Dat schrijft het CBR in zijn rijprocedure. Twijfel je, dan is iedereen voor laten gaan dus de veilige keuze.

Het erf: soms uitrit, soms kruispunt

Een erf begint bij bord G5 en eindigt bij bord G6. Volgens het CBR hebben de in- en uitgangen van een erf meestal de vorm van een in- of uitrit. Maar soms ligt het einde van het erf een eind van de doorgaande weg af. De aansluiting op die weg heeft dan volgens het CBR het karakter van een kruispunt. Wat bij een erf of 30 km-zone met een uitritconstructie gebeurt, lees je op de pagina over rotondes, erven en bijzondere weggedeelten.

De weg op vanuit een uitrit

Het CBR beschrijft hoe het oprijden in de praktijk gaat:

  1. Geef richting aan voordat je de uitrit verlaat, links of rechts.
  2. Kijk links, rechts en naar voren, en let op het fietspad en het trottoir dat je kruist. Bij het oprijden van de rijbaan kijk je in je spiegels naar verkeer van achteren.
  3. Rijd pas de weg op als je kunt doorrijden en het weggedeelte dat je kruist weer vrij kunt maken. Alleen waar je tussen de verkeersstromen kunt wachten, zoals bij gescheiden rijbanen, mag je halverwege stilstaan.
  4. Ga rechtsaf in één vloeiende beweging naar de goede plek op de rijbaan. Linksaf neem je de bocht ruim, zodat je op de rechter weghelft uitkomt.

Meer over wegrijden, keren en achteruitrijden staat op de pagina over bijzondere manoeuvres.

De omgekeerde kant: een inrit in

Ook van een weg een inrit oprijden staat in artikel 54. Sla je af naar een parkeerterrein of een oprit, dan laat je dus al het overige verkeer voorgaan. Daar horen tegemoetkomend verkeer en de voetganger op het trottoir bij.

Op een gewoon kruispunt is de regel bij afslaan smaller. Artikel 18 RVV 1990 zegt dat je het verkeer op dezelfde weg voor laat gaan dat je tegemoet komt of naast of dicht achter je rijdt. Linksaf laat je ook tegemoetkomers voorgaan die op hetzelfde kruispunt rechtsaf slaan. Voor de inrit sorteer je voor zoals bij afslaan en geef je op tijd richting aan, schrijft het CBR.

Wil iemand de uitrit uit terwijl jij hem in wilt, dan moeten jullie elkaar volgens de wet allebei voor laten gaan. Het CBR geeft dan de voorkeur aan de bestuurder die naar buiten komt. Dat bevordert de doorstroming en maakt het inrijden voor jou makkelijker.

Hoe voorrang op een gewoon kruispunt werkt, lees je in voorrang en voor laten gaan en in het stuk over drie auto's tegelijk op een kruispunt.

Over Stijn

Stijn bouwde Volgas en schrijft over verkeersregels. Hij legt uit wat de regels betekenen in situaties die je op de weg tegenkomt.

Hoofdredacteur: Senna. Zo werkt de redactie

Bronnen

  1. RVV 1990, artikel 54: bijzondere manoeuvres (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  2. RVV 1990, artikel 1: begripsbepalingen (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  3. RVV 1990, artikel 15: voorrang op kruispunten (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  4. RVV 1990, artikel 17 en 18: afslaan en voor laten gaan (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  5. RVV 1990, artikel 24: niet parkeren voor een inrit of uitrit (wetten.overheid.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026
  6. CBR, Rijprocedure B, versie 1 januari 2024: in-/uitrit en erf, geraadpleegd op 6 oktober 2026
  7. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 5 april 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:3038 (rechtspraak.nl), geraadpleegd op 6 oktober 2026